Vraagwoorden (1BK)

Wat hangt er aan de waslijn?

1 / 18
volgende
Slide 1: Tekstslide
DuitsMBOStudiejaar 1

In deze les zitten 18 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 1 video.

Dit is niet oké

Onderdelen in deze les

Wat hangt er aan de waslijn?

Slide 1 - Tekstslide

Slide 2 - Video

Nederlander: Wat hangt er aan de waslijn?Duitser: Was?



  • Wat betekent het Duitse woord 'was'?
  • Wat voor een woordsoort is 'was'?


Slide 3 - Tekstslide

Leerdoel: 
Je kent de vraagwoorden in het Duits

Slide 4 - Tekstslide

Fragewörter
Kenmerkend:

  • Vraagwoorden staan aan het begin van de zin.
  • Beginnen met  de letter W.
  • Wie ≠ wie
  • Kijk op blz. 18
NL
DE
Waarom?
Warum?
Wat?
Was?
Wie?
Wer?
Hoe?
Wie?
Waar?
Wo?
Waar ... vandaan?
Woher?
Waar.. heen?
Wohin?
Wanneer?
Wann?

Slide 5 - Tekstslide


Wie ben jij = Wie bist du?
A
waar
B
niet waar

Slide 6 - Quizvraag

Vertaal het vraagwoord:
(Waarom) ......... sind die Bananen krumm?

A
Was
B
Woher
C
Wer
D
Warum

Slide 7 - Quizvraag

Vertaal het vraagwoord:
(Wie) .......... ist das?
A
Wie
B
Wer
C
Wo
D
Woher

Slide 8 - Quizvraag

Vertaal het vraagwoord:
(Waar vandaan) ...... kommt deine Familie?
A
Wo
B
Woher
C
Wer
D
Wie

Slide 9 - Quizvraag

Vertaal het vraagwoord:
(Wat) .......... ist das?
A
Wo
B
Woher
C
Was
D
Wer

Slide 10 - Quizvraag

Vertaal het vraagwoord:
(Hoe) ...... heißt dein Lehrer?
A
Wie
B
Wer
C
Woher
D
Wo

Slide 11 - Quizvraag

Vertaal het vraagwoord:
(Waar) ...... liegt Hamburg? Im Norden.
A
Woher
B
Wer
C
Wie
D
Wo

Slide 12 - Quizvraag

Vertaal het vraagwoord:
Waar kom jij vandaan?

Slide 13 - Open vraag

timer
1:00
.... heißt du?
..... ist deine Telefonnummer?
.... bleibst du nicht?
<div><span>.... bist du?</span><br></div>
..... wohnst du?

Wo

Warum

Was

Wie

Wer

Slide 14 - Sleepvraag

An die Arbeit!
Maak: Opdracht 7 blz. 16
+ opdracht 1 blz. 176
Schrijf: de vraagwoorden blz. 16 1x over.
Klaar? Laat het mij zien. Indien akkoord mag je iets voor jezelf doen.

Slide 15 - Tekstslide

Slide 16 - Tekstslide

   
Leerdoel:
              Je kent de vraagwoorden in het Duits

  • Wie beheerst de vraagwoorden al?
  • Hoe verliep de les?

Slide 17 - Tekstslide

Wie?
Waar naartoe?
Wat?
Waar vandaan?
Hoe?
Waarom

Slide 18 - Tekstslide