H.5 Het Nieuws

Hoofdstuk 5 Het nieuws

Uitleg 5. Het nieuws

Lezen: blz 64 t/m 67
Maken: t/m vraag 8
Samenvatten H.5


1 / 30
volgende
Slide 1: Tekstslide
MaatschappijkundeMiddelbare schoolvmboLeerjaar 4

In deze les zitten 30 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 5 videos.

time-iconLesduur is: 50 min

Onderdelen in deze les

Hoofdstuk 5 Het nieuws

Uitleg 5. Het nieuws

Lezen: blz 64 t/m 67
Maken: t/m vraag 8
Samenvatten H.5


Slide 1 - Tekstslide

Deelvragen bij H. 5 

  • Hoe komt nieuws tot stand?
  • Hoe weet je of nieuws betrouwbaar is? 
Begrippen

Persbericht
Persbureau
Selectiecriteria
Objectiviteit
Hoor en Wederhoor
Selectieve Perceptie
Referentiekader
 

Slide 2 - Tekstslide

Met welk item zou vanavond het Journaal van 20:00 kunnen openen?

Slide 3 - Open vraag

Hoe komt de media aan het nieuws?
De redacties van kranten, journaals en actualiteitenprogramma's zijn voortdurend op zoek naar nieuws. Ze krijgen dit 'nieuws' op de volgende manieren: 

  • Ontvangen van persberichten van personen en instellingen.
  • Journalisten gaan zelf op zoek naar nieuws. 
  • Krijgen (kopen) berichten van persbureaus die rondom de wereld nieuws verzamelen. (ANP, Novum of Reuters).

Minder dan 1% van alle berichten behalen het journaal of de krant. 

Slide 4 - Tekstslide

Selectiecriteria van het nieuws 

  • De actualiteit >  Een gebeurtenis moet nieuw zijn. Oud nieuws is geen nieuws. 
  • Bijzonder of uitzonderlijk >  een gebeurtenis moet bijzonder
  • zijn.
  • De nabijheid van het nieuwsfeit >  Gebeurt het hier in Arnhem? Of ergens ver weg?
  • Doelgroep >   Voor wie wordt het nieuws eigenlijk geschreven? Jeugd journaal of NOS-stories? Belangstelling is nodig. 
  • Identiteit of (commerciële doelstelling van het medium > wat vindt de redactie zelf belangrijk? Verdienen ze geld met dit nieuws? 

Slide 5 - Tekstslide

Wat is hier het selectie criterium?
A
Actualiteit
B
Nabijheid
C
Bijzonder of uitzonderlijk
D
Eigen identiteit krant

Slide 6 - Quizvraag

Lees onderstaand bericht

Slide 7 - Tekstslide

Wat is hier het selectie criterium?
A
Actueel
B
Nabijheid
C
Bijzonder of uitzonderlijk
D
Eigen identiteit krant

Slide 8 - Quizvraag

Wat is hier het selectie criterium?
A
Actueel
B
Passend bij de doelgroep
C
Bijzonder of uitzonderlijk
D
Eigen identiteit krant

Slide 9 - Quizvraag

Wat is hier het selectie criterium?
A
Actueel
B
Nabijheid
C
Bijzonder of uitzonderlijk
D
Eigen identiteit krant

Slide 10 - Quizvraag

Wat is hier het selectie criterium?
A
Actueel
B
Nabijheid
C
Bijzonder of uitzonderlijk
D
Eigen identiteit krant

Slide 11 - Quizvraag

Slide 12 - Video

Slide 13 - Video

 Hoofdvragen:
5.2 Hoe herken je nepnieuws?
Wanneer is nieuws betrouwbaar en objectief? 
Begrippen:
Selectieve perceptie
Referentiekader
Objectiviteit
Subjectiviteit
Hoor- en wederhoor

Slide 14 - Tekstslide

Slide 15 - Video

Wat zie jij hier? 

Slide 16 - Tekstslide

Begrippen
Objectief: een beschrijving van gebeurtenissen die klopt met de werkelijkheid en is niet gekleurd is door een mening.

Subjectief: een beschrijving van gebeurtenissen die gekleurd is door een mening.

Slide 17 - Tekstslide

Geef een objectieve beschrijving van deze situatie

Slide 18 - Tekstslide

Geef een subjectieve beschrijving van deze situatie

Slide 19 - Tekstslide

Objectief nieuws
Feiten en meningen scheiden

Om nieuws zo objectief mogelijk te brengen moeten media feiten en meningen van elkaar onderscheiden. 

Dat maakt het nieuws betrouwbaar en zorgt ervoor dat mensen alleen feiten krijgen te zien en horen. 

Slide 20 - Tekstslide

Objectief nieuws
Hoor-  en wederhoor
Alle kanten van het verhaal belichten en onderzoeken. Verschillende mensen met verschillende invalshoeken aan het woord laten.

Bijvoorbeeld praten met: 
  • de advocaat van de dader en met de officier van justitie
  • woordvoerder bedrijf en de boze werknemers


Slide 21 - Tekstslide

Objectief nieuws
Meer dan één bron
"Eén bron is geen bron"

Informatie uit één enkele bron is zelden echt betrouwbaar.
Journalisten zoeken daarom altijd naar meerdere mensen om een verhaal te bevestigen. 

Slide 22 - Tekstslide

Journalistieke normen
Scheiden van feiten en meningen
Hoor en wederhoor toepassen
Controleren van feiten met andere bron
Een objectieve 
informatiebron!
+
+
=

Slide 23 - Tekstslide

Kritisch lezen en kijken
Journalisten en redacties zijn bijna nooit helemaal objectief, blijf dus zelf altijd goed opletten.

  • Realiseer je dat journalisten en redacties nooit helemaal objectief zijn. 
  • Hou rekening met wie het zegt en waarom ze dat zeggen (mening, reclame, belangen, type programma).
  • Volg alrijd meerdere nieuwsbronnen

Slide 24 - Tekstslide

Begrippen
Selectieve perceptie = iemand maakt bewust of onbewust keuzes bij het waarnemen.

Referentiekader = al zijn persoonlijke waarden, normen, belangen, meningen en ervaringen.

Slide 25 - Tekstslide

Selectieve perceptie en referentiekader
Selectieve perceptie is het bewust of onbewust keuzes maken bij het waarnemen (kijken, lezen, luisteren) >  Waar kijk ik wel naar? Waar geef ik geen aandacht aan? 

Ook bij journalisten speelt selectieve perceptie een rol. Journalisten hebben ook hun  referentiekader >  alle persoonlijke waarden, normen, belangen, meningen en ervaringen.

Voorbeeld: 
Een journalist die tegen dierenleed is, zal eerder een artikel schrijven over plofkippen of dierenmishandeling dan iemand die dat maar onzin vindt. 


Slide 26 - Tekstslide

Slide 27 - Video

Aan de slag
Maken en samenvatten H.5

Slide 28 - Tekstslide

Slide 29 - Video

Slide 30 - Link