Future, theme words U1, some any, reading

3 v week 45
startopdracht 
homework 
future
aan de slag grammar and reading
1 / 33
volgende
Slide 1: Tekstslide
EngelsMiddelbare schoolmavoLeerjaar 1-4

In deze les zitten 33 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 20 min

Onderdelen in deze les

3 v week 45
startopdracht 
homework 
future
aan de slag grammar and reading

Slide 1 - Tekstslide

Slide 2 - Tekstslide

start opdracht 
vertaal in de volgende slides de woorden van de theme words 

Slide 3 - Tekstslide

judgmental
A
veroordelend
B
beoordelend
C
controlerend
D
afwijzend

Slide 4 - Quizvraag

to blend in
A
blenderen
B
erbij horen
C
smaak geven
D
tijd doorbrengen

Slide 5 - Quizvraag

sensible
A
gevoelig
B
afstandelijk
C
oppervlakkig
D
verstandig

Slide 6 - Quizvraag

on the contrary
A
tegelijkertijd
B
integendeel
C
afhankelijk
D
het zelfde

Slide 7 - Quizvraag

beleefd

Slide 8 - Open vraag

raad eens

Slide 9 - Open vraag

oppervlakkig

Slide 10 - Open vraag

oprecht

Slide 11 - Open vraag

twijfelen

Slide 12 - Open vraag

anyone
everyone
something
nothing
somewhere
everywhere
We can go.......we want. 
 Does ......live in that house?
There is.........I have to go.
Would you like......to eat?
I am bored. there is .....to do

Slide 13 - Sleepvraag

Slide 14 - Tekstslide

Slide 15 - Tekstslide

Future
Toekomst

Slide 16 - Tekstslide

Future
1) Will
2) To be going to
3) Present continuous
4 )Present simple

Slide 17 - Tekstslide

1. Will/shall
1. Om iets aan te bieden, belofte, aankondiging, besluit.
2. GEEN bewijs.

Will + hele ww 
                I will do my chores tomorrow, I promise.
Vraagzin I of we? Shall + hele ww
                Shall we be on time?

Slide 18 - Tekstslide

2. To be going to
1. Om aan te geven dat je iets van plan bent in de toekomst.
2. Je verwacht dat iets zal gaan gebeuren.

Am/is/are going to + hele ww

I am going to play soccer tomorrow.
Look at the clouds. I think it is going to rain.

Slide 19 - Tekstslide

3. Present continuous
1. Afspraken gemaakt voor in de toekomst.

Am/is/are + ww + ing

Tomorrow the band is playing in The Arena.
They're getting married next week.

Slide 20 - Tekstslide

4. Present simple
1. Bij roosters en schema's. Openings- en sluitingstijden, aankomst- en vertrektijden, begin- en eindtijden. 

Hele ww / SHIT rule (+s)

The shops close early today.
Our train leaves at 4.13 pm.

Slide 21 - Tekstslide

Geef antwoord op de vragen in de volgende slides.

Slide 22 - Tekstslide

The train to Newcastle .... at 5.12 pm.
A
will depart
B
is going to depart
C
is departing
D
departs

Slide 23 - Quizvraag

We ... to Sharon's party next Saturday.
A
will go
B
are going to go
C
are going
D
go

Slide 24 - Quizvraag

Look at the sky! I think it ...
A
will snow
B
is going to snow
C
is snowing
D
snows

Slide 25 - Quizvraag

Hurry up! The conference ... in 20 minutes.
A
will begin
B
is going to begin
C
is beginning
D
begins

Slide 26 - Quizvraag

I promise I ... the dishes after this episode of Bridgerton.
A
will do
B
am going to do
C
am doing
D
do

Slide 27 - Quizvraag

je gaat nu naar een website om de toekomst te oefenen. 
oefen opdr 1,2,7

Slide 28 - Tekstslide

Slide 29 - Link

Reading
op de volgende 2 slides vind je een link naar een leesopdracht .
ga naar de opdrachten door op de roze blokjes te klikken

Slide 30 - Tekstslide

Slide 31 - Link

Slide 32 - Link

when done
practice Build up 6-12 ( quizlet miss Korten) 
study Stepping Stones 

Slide 33 - Tekstslide