thema 5 les 4

Welke zin is goed?
A
Het lam in de wei speelt.
B
Het lam speelt in de wei.
C
In de wei het lam speelt.
1 / 13
volgende
Slide 1: Quizvraag
TaalBasisschoolGroep 4

In deze les zitten 13 slides, met interactieve quizzen.

Onderdelen in deze les

Welke zin is goed?
A
Het lam in de wei speelt.
B
Het lam speelt in de wei.
C
In de wei het lam speelt.

Slide 1 - Quizvraag

Welke zin is goed?
A
De kleine big door het stro wroet.
B
Door het stro de kleine big wroet.
C
De kleine big wroet door het stro.

Slide 2 - Quizvraag

Welke zin is goed?
A
De zachte pup valt op de stoep.
B
Op de stoep de zachte pup valt.
C
De pup zachte valt op de stoep.

Slide 3 - Quizvraag

Welke zin is goed?
A
De kitten stoere klimt in de boom.
B
De stoere kitten klimt in de boom.
C
In de boom de stoere kitten klimt.

Slide 4 - Quizvraag

welke zin is goed?
A
Een speels veulen rent in de wei.
B
In de wei een speels veulen rent.
C
Een speels veulen in de wei rent.

Slide 5 - Quizvraag

Welke korte zin is goed?
De egel is een leuk diertje met harde stekels.
A
De egel is een diertje.
B
De egel met stekels.

Slide 6 - Quizvraag

Welke korte zin is goed?
De egel baart lieve jonkies in een bladernest.
A
Lieve jonkies in een bladernest.
B
De egel baart jonkies

Slide 7 - Quizvraag

Welke korte zin is goed?
De kleine egels drinken melk bij hun moeder.
A
De egels drinken melk.
B
De kleine melk bij hun moeder.

Slide 8 - Quizvraag

Welke korte zin is goed?
Geef een grote egel geen schoteltje melk in de tuin.
A
Geef een egel geen melk.
B
Grote egels geen melk in de tuin.

Slide 9 - Quizvraag

Welk stukje van de zin kan weg?
Anno en Lize /spelen/ op de boerderij.

A
Anno en Lize
B
spelen
C
op de boerderij

Slide 10 - Quizvraag

Welk stukje van de zin kan weg?
Anno /duwt/ de kruiwagen/ naar buiten.
A
Anno
B
duwt
C
de kruiwagen
D
naar buiten

Slide 11 - Quizvraag

Welk stukje van de zin kan weg?
Lize /harkt /de poep /van de koeien.
A
Lize
B
harkt
C
de poep
D
van de koeien

Slide 12 - Quizvraag

het einde

Slide 13 - Open vraag