Les combi 8.1 en 8.2

Telefoon?
Voor aanvang van de les in de kluis of op eigen risico in de bak. 

Zorg dat je op tafel hebt liggen: 
- Pen;
-Rekenmachine; 
- Schrift; 
- Boek
1 / 28
volgende
Slide 1: Tekstslide
EconomieMiddelbare schoolvmbo tLeerjaar 4

In deze les zitten 28 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 4 videos.

time-iconLesduur is: 60 min

Onderdelen in deze les

Telefoon?
Voor aanvang van de les in de kluis of op eigen risico in de bak. 

Zorg dat je op tafel hebt liggen: 
- Pen;
-Rekenmachine; 
- Schrift; 
- Boek

Slide 1 - Tekstslide

Programma 
  • Terugblik vorige les 
  • Doelen van deze les 
  • Uitleg paragraaf 8.1 en 8.2
  • 10 minuten stil aan het werk 
  • Bespreken vraag van de week 
  • Aan het werk (keuze) 
  • Afronding van deze les 

Slide 2 - Tekstslide

Wat is de eerlijke uitkomst bij internationale arbeidsverdeling?
A
China maakt een fiets, Nederland een iPhone
B
China maakt een iPhone, Nederland een fiets
C
China maakt beiden. Nederland niets.
D
Nederland maakt beiden. China niets.

Slide 3 - Quizvraag

Wat is de logische uitkomst bij internationale arbeidsverdeling?
A
China maakt een fiets, Nederland een iPhone
B
China maakt een iPhone, Nederland een fiets
C
China maakt beiden. Nederland niets.
D
Nederland maakt beiden. China niets.

Slide 4 - Quizvraag

Globalisering is...
A
Het meer rond maken van de aarde.
B
Datgene produceren waar een land goed in is.
C
Het geven van subsidie aan duurzame landbouw
D
Toenemende vrije wereldhandel

Slide 5 - Quizvraag

Doelen van deze les 
  • Je kent de kenmerken van ontwikkelingslanden.
  • Je weet waarom ontwikkelingslanden weinig exportinkomsten hebben.
  • Je weet wat landen doen tegen schommelende grondstofprijzen.
  • Je weet wat de oorzaken en gevolgen van onderontwikkeling zijn.
  • Je weet wat de Wereldbank voor ontwikkelingslanden kan betekenen. 
  • Je weet waarom arme landen vaak arm blijven.

Slide 6 - Tekstslide

Slide 7 - Video

Kenmerken
ontwikkelingsland

Slide 8 - Woordweb

Ontwikkelingslanden kennen een lage welvaart 

  • Verdeling van inkomens is vaak ongelijk;
  • De koopkracht is laag (hoge prijzen, laag inkomen);
  • Er is veel sprake van zelfvoorziening;
  • Collectieve voorzieningen zoals onderwijs en zorg zijn slecht.

Slide 9 - Tekstslide

Waar herken je ontwikkelingslanden nog meer aan?
  • Veel werkloosheid
  • Ondervoeding
  • Snelle bevolkingsgroei
  • Analfabetisme
  • Beperkte technologische ontwikkeling
  • Eenzijdige economische structuur: monocultuur

Monocultuur
Bij een monocultuur maakt een land vaak maar één of twee (landbouw) producten. Bijvoorbeeld in Malawi leven ze vooral van de productie van mango's en mais. Dit levert bij export ook vaak veel minder op dan industriele producten zoals de verkoop van iPhones in China. 

Gevolg monocultuur: weinig export. 

Slide 10 - Tekstslide

Slide 11 - Video

Ruilvoet 
Als een Zuid-Amerikaans land, zoals Colombia, technologie nodig heeft dan moet zij dat bekostigen met de opbrengst van haar landbouwproducten bananen. 
Zij moeten heel veel bananen verkopen voor één machine. Dit is voor Colombia een slechte ruilvoet. 

Kenmerk ruilvoet ontwikkelingslanden:
Wat dit land exporteert is goedkoop, wat zij importeren is duur. 
Meer weten?

Slide 12 - Tekstslide

Buffervoorraad
Door de sluiting van de horeca verkopen boeren minder aardappelen. Reden: we eten minder friet. Hierdoor daalt de prijs van de aardappel, omdat er minder vraag is. 


De prijzen van landbouwgoederen veranderen constant. Ontwikkelingslanden leven hiervan, dus ze werken vaak met dit systeem van buffervoorraden. 
Oplossing van de prijsdaling
Bewaar de aardappelen totdat de prijs ervan gaat stijgen. Dit noem je het aanhouden van buffervoorraden. 
Kanttekening oplossing
Je kunt aardappels en andere gewassen niet oneindig bewaren: ze bederven. Soms is iets met verlies verkopen beter dan €0 verdienen. 

Slide 13 - Tekstslide

Onderontwikkeling in ontwikkelingslanden 

  • Gebrek aan goed onderwijs;
  • Slechte infrastructuur;
  • Last van protectiemaatregelen andere/Westerse landen;
  • Burgerconflicten of corrupte regering.

Onderontwikkeling
Het land blijft achter in haar ontwikkeling ten opzichte van andere landen. 

Slide 14 - Tekstslide

Slide 15 - Video

Wereldbank 
Ontwikkelingslanden kunnen bij deze bank geld lenen. Dit is een initiatief van de Verenigde Naties (VN). 

Doel: verstrekken leningen tegen een fatsoenlijke rente. 
Waarom?
Ontwikkelingslanden betalen een hele hoge rente, omdat de kans klein is dat ze het terug kunnen betalen. Zonder een lening kunnen ze belangrijke ontwikkelingen niet uitvoeren, zoals de aanleg van een nieuwe snelweg. Met een lening doorbreek je (mogelijk) de vicieuze cirkel. 
Verenigde Naties
Wat is de VN? Lees het hier

Slide 16 - Tekstslide

Vicieuze cirkel van armoede

Slide 17 - Tekstslide

Slide 18 - Video

VOL = VOL?! Hoe denk jij hierover?

Slide 19 - Open vraag

Slide 20 - Tekstslide

Aan het werk 

De komende 10 minuten gaat iedereen aan het werk met deze opdrachten. Je kunt nu geen vragen stellen of overleggen. 
Deze week verplicht maken: 
H8.1: opdrachten 1 t/m 10 en H8.2: opdrachten 1 t/m 10.
Begin met vragen
H8.1: 2 en 7 + H8.2: 5 en 10, deze gaan we zo klassikaal bespreken. 

timer
10:00

Slide 21 - Tekstslide

8.1

Slide 22 - Tekstslide

8.1

Slide 23 - Tekstslide

8.2

Slide 24 - Tekstslide

8.2

Slide 25 - Tekstslide

Keuzewerk


Je kunt aan de slag met de volgende keuzes: 

  • Huiswerk maken H8.1: 1 t/m 10 en H8.2: 1 t/m 10. 
  • Werken op eindexamensite (hiermee afronden mogelijk)
  • Oefenen Quizlet
  • Maken eigen samenvatting + rekenopdrachten 
  • Eigen keuze: in overleg met Tobias
timer
10:00

Slide 26 - Tekstslide

Afronding van deze les 
  • Je kent de kenmerken van ontwikkelingslanden.
  • Je weet waarom ontwikkelingslanden weinig exportinkomsten hebben.
  • Je weet wat landen doen tegen schommelende grondstofprijzen.
  • Je weet wat de oorzaken en gevolgen van onderontwikkeling zijn.
  • Je weet wat de Wereldbank voor ontwikkelingslanden kan betekenen. 
  • Je weet waarom arme landen vaak arm blijven.

Slide 27 - Tekstslide

Tot volgende week!

Slide 28 - Tekstslide