Gramm ch 5 3 havo

1 / 29
volgende
Slide 1: Tekstslide
FransMiddelbare schoolhavoLeerjaar 3

In deze les zitten 29 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 35 min

Onderdelen in deze les

Slide 1 - Tekstslide

Slide 2 - Tekstslide

Slide 3 - Tekstslide

Combineer de personen met de juiste uitgangen van de imparfait
-ais
-ais
- ait
- ions
- iez
-aient
Je
Tu
il/elle/on
Nous
Vous
Ils / elles

Slide 4 - Sleepvraag

Nous (imparfait) ___
A
avons
B
avions
C
aivons
D
avoins

Slide 5 - Quizvraag

vous (avoir, imparfait)
A
avions
B
avez
C
aviez
D
avons

Slide 6 - Quizvraag

Imparfait
Welke vorm is GEEN imparfait?
A
C'était
B
Nous chantons
C
Il y avait
D
Je voulais

Slide 7 - Quizvraag

Zet het werkwoord tussen haakjes in de imparfait

Tu (regarder

Nous (chercher

Marc (trouver

Vous (aller

Laura et Joey (travailler

regardais
cherchions
trouvait
alliez
travaillaient

Slide 8 - Tekstslide

Zet onderstaande zinnen in de imparfait
Je suis au concert. 
Vous parlez anglais. 
Elle a 15 ans. 
Tu fais du sport? 

Slide 9 - Tekstslide

Bron I ch 5 bijvoeglijk naamwoord
(l'adjectif qualificatif)

Slide 10 - Tekstslide

Bijvoeglijk naamwoord 

vorm:
            man.         vrouw.
ev.          -                -e
mv.       -s               -es

Slide 11 - Tekstslide

Bijvoeglijk naamwoord 
onregelmatige vormen:
ennuyeux (man,ev) --> ennuyeuse (vrouw,ev)
sportif (man,ev) --> sportive (vrouw,ev)
plaats:
alle bijvoegelijke naamwoorden staan achter het zelfstandig naamwoord

Slide 12 - Tekstslide

Bijvoeglijk naamwoord
plaats uitzondering:
deze bijvoegelijke naamwoorden komen VOOR het zelfstandig naamwoord.
bon, beau, joli
haut, long, petit
jeune, gros, grand
vieux, nouveau, mauvais

Slide 13 - Tekstslide

Bijvoeglijk naamwoord: Bon --> vrouwelijk meervoud
A
Bonne
B
Bons
C
Bonnes
D
Bones

Slide 14 - Quizvraag

Bijvoeglijk naamwoord: mannelijk enkelvoud --> Sportif
A
Sportive
B
Sportives
C
Sportifs
D
Sportif

Slide 15 - Quizvraag

Waar komt het bijvoeglijk naamwoord in de zin?
Joli(e)
A
Achter zelfstandig naamwoord
B
Voor zelfstandig naamwoord
C
Achter werkwoord
D
Voor werkwoord

Slide 16 - Quizvraag

Waar komt het bijvoeglijk naamwoord in de zin?
sportif
A
Achter zelfstandig naamwoord
B
Voor zelfstandig naamwoord
C
Achter werkwoord
D
Voor werkwoord

Slide 17 - Quizvraag

Bijvoeglijk naamwoord: Vrouwelijk enkelvoud --> Ennuyeux
A
Ennuyeux
B
Ennuyeuse
C
Ennuyeusse
D
Ennuyeuses

Slide 18 - Quizvraag

Waar komt het bijvoeglijk naamwoord in de zin?
Bon
A
Achter zelfstandig naamwoord
B
Voor zelfstandig naamwoord
C
Achter werkwoord
D
Voor werkwoord

Slide 19 - Quizvraag

Welke uitgang komt er achter een bijvoeglijk naamwoord, meervoud?
A
Mannelijk -s Vrouwelijk -s
B
Mannelijk -s Vrouwelijk -es
C
Mannelijk -es Vrouwelijk -s

Slide 20 - Quizvraag

Waar komt het bijvoeglijk naamwoord in de zin?
Jeune

A
Achter zelfstandig naamwoord
B
voor zelfstandig naamwoord
C
Achter werkwoord
D
Voor werkwoord

Slide 21 - Quizvraag

Wat is geen bijvoeglijk naamwoord ?
A
beau
B
petit
C
qui
D
cher

Slide 22 - Quizvraag

Wat is de juiste vorm van het bijvoeglijk naamwoord?
A
Elle porte une robe bleue.
B
Elle porte une robe bleus.
C
Elle porte une robe bleu.
D
Elle porte une robe bleues.

Slide 23 - Quizvraag


Wat is de juiste vorm van het bijvoeglijk nw?

Nous achetons une ... maison.
A
vieux
B
vieille
C
vieux
D
vieilles

Slide 24 - Quizvraag


Wat is de juiste vorm van het bijvoeglijk nw?

Nous achetons un ... album.
A
vieux
B
vieille
C
vieux
D
vieil

Slide 25 - Quizvraag


Wat is de juiste vorm van het bijvoeglijk nw?

Patrick et Jean ont un ... chien.
A
grand
B
grande
C
grands
D
grandes

Slide 26 - Quizvraag

Zet het bijvoeglijk nw op de juiste plek:
Mon père aime les...... voitures .......[sportives]
A
achter
B
voor

Slide 27 - Quizvraag


Wat is de juiste vorm van het bijvoeglijk nw?

Mes soeurs sont très ...
A
beau
B
belle
C
beaux
D
belles

Slide 28 - Quizvraag

Tekst
Normaal
Uitzondering
intéressantes
nouveau
magnifique
mauvaise
beaux
bon
petits
américan
jeune
bleu

Slide 29 - Sleepvraag