Afweer

1. Maak de zinnen hieronder af.
- Witte bloedcellen maken   .............................
- De antigenen zitten op    .................................
- Elke ziekteverwekker heeft ............................ antigenen.
Ziekteverwekkers
Antigenen
Andere
antistoffen
1 / 11
volgende
Slide 1: Sleepvraag
Mens & NatuurMiddelbare schoolhavoLeerjaar 1

In deze les zitten 11 slides, met interactieve quizzen.

Onderdelen in deze les

1. Maak de zinnen hieronder af.
- Witte bloedcellen maken   .............................
- De antigenen zitten op    .................................
- Elke ziekteverwekker heeft ............................ antigenen.
Ziekteverwekkers
Antigenen
Andere
antistoffen

Slide 1 - Sleepvraag

2. Je zou antigenen en antistoffen met een sleutel en een slot kunnen vergelijken. Leg dat uit.

Slide 2 - Open vraag

3. Hiernaast zie je een plaatje van een ziekteverwekker met antigenen op de buitenkant. Daarnaast zie je 4 verschillende antistoffen.

Welke antistof werkt het beste tegen de ziekteverwekker?
A
1
B
2
C
3
D
4

Slide 3 - Quizvraag

4. Waarom werkt deze antistof het beste? Leg uit.

Slide 4 - Open vraag

5. Welke cellen zorgen ervoor dat, als je de ziekte nog eens krijgt, je snel antistoffen hebt gemaakt?
A
Vreetcellen
B
Witte bloedcellen die antistoffen maken
C
Geheugencellen

Slide 5 - Quizvraag

6. Welke witte bloedcel kun je vergelijken met pacman?
A
Vreetcellen
B
Witte bloedcellen die antistoffen maken
C
Geheugencellen

Slide 6 - Quizvraag

7. Waarom kun je die witte bloedcel vergelijken met pacman? Leg uit.

Slide 7 - Open vraag

8. Jip heeft waterpokken gehad toen hij een klein kind was. Nu heeft zijn neefje waterpokken. Moet hij uit de buurt blijven van zijn neefje? Leg je antwoord uit.

Slide 8 - Open vraag

9. Als je immuun bent tegen de mazelen, kun je ook geen corona meer krijgen. Waarom is deze uitspraak niet juist?

Slide 9 - Open vraag

10. Waarom wordt er een verzwakte ziekteverwekker ingespoten bij een inenting?

Slide 10 - Open vraag

11. Hoe kun je immuun worden door een inenting?

Slide 11 - Open vraag