Janneke wil zoveel mogelijk tollen tegelijk laten tollen. Iedere 5 seconde begint ze met een nieuwe tol. Een tol draait 30 seconden en valt dan op de grond. Hoeveel tollen draaien er na 42 seconden na het starten met tollen van de eerste tol? (oefenvraag 8)
42 kun je niet delen door 5, maar 40 wel, dus 40:5= 8 tollen in 42 seconden.
Tol 1: start bij 0 seconden, stopt bij 30 seconden.
Tol 2: start bij 5 seconden, stopt bij 35 seconden.
Tol 3: start bij 10 seconden, stopt bij 40 seconden.
Dus van de 8 tollen zijn er 3 gestopt, dus er draaien nog 5 tollen bij 42 seconden.