Zorgberoepen

Goedemorgen! Zorgberoepen
1 / 27
volgende
Slide 1: Tekstslide
VerzorgingMiddelbare schoolhavoLeerjaar 6

In deze les zitten 27 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 40 min

Onderdelen in deze les

Goedemorgen! Zorgberoepen

Slide 1 - Tekstslide

Slide 2 - Tekstslide

Wat verwacht ik van jullie?
- Lessonup ingelogd
- Geen spelletjes
- Fatsoenlijke antwoorden, anders heeft dat gevolgen
- Je doet actief mee in de les
- Vragen stel ze!

Slide 3 - Tekstslide

Binnen 5 minuten in lessonup!
timer
5:00

Slide 4 - Tekstslide

Doelen:
Aan het eind van deze les weet je:
  • welke zorgberoepen er zijn
  • wat de taken zijn van elk zorgberoep
  • waar je kan werken
  • wat eerstelijns -en tweedelijnszorg is
  • wat intramurale en extramurale zorg is


Slide 5 - Tekstslide

Welke zorgberoepen ken je?

Slide 6 - Woordweb

Opdracht
Doe de beroepentest: zie Google Classroom.
Op welk beroep kom je uit?
Wat heb je nodig om dit beroep uit te oefenen (opleiding, eigenschappen en vaardigheden)?
Zou je dit beroep willen doen (waarom wel/niet?)

Zoek het beroep wat uit de test komt uit en werk deze voor jezelf uit op aan A4tje

Slide 7 - Tekstslide

Slide 8 - Tekstslide

Zorgberoepen
  1. Logistiek assistent
  2. Verpleegkundige
  3. Kraamverzorgende
  4. Verzorgende
  5. Zorgkundige
  6. Arts
  7. Huishoudhulp

Slide 9 - Tekstslide

1. Logistiek assistent
Een logistiek assistent ondersteunt het zorgteam door allerlei praktische taken uit te voeren. Hij of zij zorgt ervoor dat het werk op de afdeling vlot kan verlopen. Werken vooral in ziekenhuizen en woonzorgcentra.
Taken logistiek assistent:
  • Bedden opmaken, kamers klaarzetten
  • Maaltijden rondbrengen en ophalen
  • Medisch materiaal aanvullen of schoonmaken
  • Helpen bij het vervoer van patiënten of bewoners
Belangrijke eigenschappen: orde, hygiëne, samenwerken, verantwoordelijkheid

Slide 10 - Tekstslide

2. Verpleegkundige
Een verpleegkundige geeft professionele zorg aan zieke of zorgbehoevende mensen. Hij of zij voert medische handelingen uit en volgt de gezondheidstoestand van de patiënt op. Een verpleegkundige kan werken in een: ziekenhuis, woonzorgcentrum, thuiszorg, psychiatrie, revalidatie, enz.
Taken:
  • Wondzorg, inspuitingen, medicatie toedienen
  • Bloeddruk meten, temperatuur opnemen
  • Observeren en rapporteren aan de arts
  • De patiënt en familie begeleiden en uitleg geven

Slide 11 - Tekstslide

3. Kraamverzorgende
Een kraamverzorgende helpt ouders in de eerste periode na de geboorte van hun baby. Ze ondersteunt zowel de moeder als het kind, vaak aan huis. Een kraamverzorgende kan werken in de: thuiszorg, kraamzorgdiensten, soms materniteit
Taken:
  • Helpen bij de verzorging van de baby
  • Ondersteunen van de moeder bij borstvoeding of flesvoeding
  • Helpen in het huishouden tijdens de kraamperiode
  • Aandacht hebben voor het welzijn van het gezin

Slide 12 - Tekstslide

4. Verzorgende
Een verzorgende biedt hulp aan mensen die tijdelijk of langdurig hulp nodig hebben in hun dagelijkse leven. Ze helpen met persoonlijke zorg, maaltijden en huishoudelijke taken. Een verzorgende werkt in de: thuiszorg,serviceflats, woonzorgcentra.
Taken:
  • Helpen bij wassen, aankleden, eten
  • Koken, boodschappen doen, poetsen
  • Gezelschap bieden, luisteren
  • Rapporteren aan collega’s of leidinggevenden

Slide 13 - Tekstslide

5. Zorgkundige
Een zorgkundige is iemand met een opleiding tussen verzorgende en verpleegkundige in. Hij of zij mag, naast de verzorgende taken, ook bepaalde (23) verpleegkundige handelingen uitvoeren. Een verzorgende kan werken in: woonzorgcentrum, ziekenhuis, thuiszorg.
Taken:
  • Helpen bij persoonlijke verzorging          
  • Bloeddruk meten, pols nemen
  • Helpen bij eten en mobiliteit 
  • Observeren en rapporteren

Slide 14 - Tekstslide

6. Arts
Een arts (dokter) stelt ziektes vast en beslist welke behandeling iemand nodig heeft. Artsen werken vaak samen met verpleegkundigen en andere zorgverleners. Als arts kan je werken in een: ziekenhuis, dokterspraktijk, woonzorgcentrum, spoeddienst, …
Taken:
  • Onderzoeken en diagnoses stellen
  • Medicatie voorschrijven
  • Behandelingen en operaties uitvoeren
  • Advies en uitleg geven aan patiënten

Slide 15 - Tekstslide

7. Huishoudhulp
Een huishoudhulp helpt mensen thuis met het huishouden, vooral wanneer ze dat zelf niet meer goed kunnen. Zij kunnen werken in de thuiszorg (dienstenchequesector, gezinszorg, familiehulp).
Taken:
  • Poetsen, wassen, strijken
  • Boodschappen doen
  • Eenvoudige maaltijden bereiden
  • Gezelschap houden en een luisterend oor bieden

Slide 16 - Tekstslide

Maak een kleine presentatie
Over de volgende onderwerpen: (in 2 tallen)
Fysiotherapeut
Logistiek assistent
verzorgende, verzorgende IG, Verpleegkundige
Kraamverzorgende
Verzorgende
Arts
Huishoudhulp

Slide 17 - Tekstslide

Wat moet er in de presentatie?
- Wat is het beroep?
- Opleiding
- Wat moet je doen bij dit beroep?
- Zou je het zelf willen doen, waarom wel waarom niet?
- Werkplek? (in een ziekenhuis bijvoorbeeld)
- Eigenschappen (geduldig)
- Uitdaging en voordelen/nadelen van het beroep

Slide 18 - Tekstslide

Wat is eerstelijnszorg?


Eerstelijnszorg is zorg waar je zélf een afspraak voor kunt maken:
- Huisarts
- Tandarts
- Fysiotherapeut

Slide 19 - Tekstslide

Wat is tweedelijns zorg?
Voor tweedelijns zorg moet je doorverwezen worden:
- operatie in het ziekenhuis
- psycholoog
- behandeling door een specialist

Slide 20 - Tekstslide

Overzicht

Slide 21 - Tekstslide

Intramurale zorg
- intramuraal betekent "binnen de muren" van een instelling
- dit is zorg binnen een instelling bv. ziekenhuis of verzorgingshuis
- zorg is 24 uur per dag aanwezig

Slide 22 - Tekstslide

Extramurale zorg
- extramuraal betekent "buiten de muren"
- dit is zorg aan huis bv. thuiszorg, thuisverpleegkundige, ...
- zorg is op afspraak

Slide 23 - Tekstslide

Voorbeelden zorginstellingen
- ziekenhuis (medische zorg)
- verzorgingshuis (ouderenzorg)
- woonvoorziening voor mensen met een beperking (gehandicaptenzorg)
- woonvoorziening voor mensen met een psychiatrische aandoening (geestelijke gezondheidszorg)

Slide 24 - Tekstslide

Slide 25 - Tekstslide

Volgende week
- Koken met een recept 
- Voor punt, dus maak het precies zoals het er staat (ook als je het niet eet, haal je het later er vanaf)
- Opdienen, dus hoe leg je mes en vork neer en serveer je mij een recept?
- Neem je short mee!

Slide 26 - Tekstslide

Misschien hebben jullie ideeën?
Het is ochtend, dus houd daar rekening mee!

Slide 27 - Woordweb