2 havo (week 6)

Welcome!

Grammar recap lesson
1 / 27
volgende
Slide 1: Tekstslide
EngelsMiddelbare schoolhavoLeerjaar 2

In deze les zitten 27 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 50 min

Onderdelen in deze les

Welcome!

Grammar recap lesson

Slide 1 - Tekstslide

Today's planning
  • short quiz
  • recap on grammar
  • evaluation
  • time to work on the exercises on Teams (if there's time left)

Slide 2 - Tekstslide

wederkerend voornaamwoord

He accidentally cut ....
A
themselves
B
himself
C
herself
D
itself

Slide 3 - Quizvraag

wederkerend voornaamwoord

Most people talk to ... at least occasionally.
A
theirselves
B
myself
C
themselves
D
ourselves

Slide 4 - Quizvraag

some/any

I don't have ... left.
A
something
B
anything

Slide 5 - Quizvraag

some/any

I want to go ....
A
somewhere
B
anywhere

Slide 6 - Quizvraag

present perfect

She ... here since 2003.
A
has lived
B
have lived
C
had lived
D
is lived

Slide 7 - Quizvraag

present perfect

I ... my keys, now I can't enter my home.
A
has lost
B
am lost
C
had lost
D
have lost

Slide 8 - Quizvraag

past simple / past continuous

He ... (to do) the dishes while I was having a bath.
A
did
B
was doing
C
is doing
D
had been doing

Slide 9 - Quizvraag

past simple / past continuous

She was walking the dog when I ... (to look) for her.
A
looked
B
was looking
C
had been looking
D
were looking

Slide 10 - Quizvraag

Wederkerend voornaamwoord
  • Wanneer gebruik je dit?
           - Wanneer je wil terugverwijzen naar personen, dingen en                  dieren.
           - Je kunt hiermee ook extra nadruk leggen!

Slide 11 - Tekstslide

I accidentally cut
You accidentally cut
He accidentally cut
She accidentally cut
It accidentally cut
We accidentally cut
They accidentally cut
myself
yourself
himself
herself
itself
ourselves
themselves

Slide 12 - Tekstslide

Some & any
  • Wat betekent het eigenlijk?
             - enige / enkele / een paar

  • Welke gevallen onderscheiden we?
             - bevestigende zin
             - ontkennende zin
             - vragende zin (let op verschil tussen vraag en voorstel!)

Slide 13 - Tekstslide

Bevestigende zin (+)

I have some apples with me.

I have some homework to do.


Ontkennende zin (-)

She doesn't have any homework left.

We haven't got any apples with us.


Slide 14 - Tekstslide

Vragende zin (?) = vraag


Have you got any apples left?

Do you have anybody/anyone to talk to?
Vragende zin (?) = voorstel of je verwacht 'ja'

Do you want some tea?

Would you like something to eat?

Can I borrow some sugar?

Slide 15 - Tekstslide

something/anything

somebody/anybody

somewhere/anywhere
iets

iemand

ergens

Slide 16 - Tekstslide

Present perfect
  • Wanneer gebruik je de present perfect?
          - Iets is begonnen in het verleden, maar is nog bezig of je ziet nog het                      resultaat.
  • Wat is de vorm van de present perfect?
          - have/has + voltooid deelwoord (reg: ww + ed
                                                                                onreg: ww --> 3e rijtje)
  • Welke signaal woorden horen bij de present perfect?
          - FYNE JAS (for, yet, never, ever, just, already, since)

Slide 17 - Tekstslide

I
You
He
She
It
We
They

he/she/it
have
have
has
has
has
have
have

--> SHIT-rule: let op 's'

Slide 18 - Tekstslide

I have lost my keys, now I can't open my locker.
(in het verleden begonnen, nu resultaat)

We have lived here since 2012.
(verleden begonnen, nu nog bezig)

Slide 19 - Tekstslide

Past simple and past continuous
  • Wanneer gebruik je de past simple?
           - Het geeft aan dat iets helemaal is afgelopen.

  • Wanneer gebruik je de past continuous?
            - Als er twee activiteiten tegelijk gebeuren en een duurt                        er langer 

Slide 20 - Tekstslide

Past simple
  • Wanneer iets helemaal is afgelopen.
  • Welke vorm?
           - Regelmatige werkwoorden: + ed (walk --> walked)
           - Onregelmatige werkwoorden: het 2e rijtje (go --> went)
  • Welke signaalwoorden horen bij de past simple?
           - Yesterday, last month, earlier, when I was little

Slide 21 - Tekstslide

Past continuous
  • Wanneer er twee activiteiten tegelijk gebeuren en een duurt      er langer. 
  • Welke vorm?
           - to be (was/were) + werkwoord + ing
  • Welke signaalwoorden horen bij de past continuous?
            - While, when

Slide 22 - Tekstslide

Past simple

I walked the dog yesterday.

He watched the news earlier.
Past continuous

I was watching tv when she came in.

You were talking to her when I rang you.

Slide 23 - Tekstslide

Ik heb nu aantekeningen van alle grammatica-onderdelen die we deze les hebben besproken.

Slide 24 - Poll

Wat heb ik geleerd?

Slide 25 - Woordweb

Hebben jullie tips of tops voor mij?

Slide 26 - Open vraag

Extra practice...
  • Past simple:
  1. https://www.englisch-hilfen.de/en/exercises/tenses/simple_past_ed3.htm
  2. https://www.englisch-hilfen.de/en/exercises/tenses/simple_past_statements.htm
  3. https://www.englisch-hilfen.de/en/exercises/tenses/signal_words_simple_past.htm

  • Some or any:
  1. https://www.englisch-hilfen.de/en/exercises/confusing_words/some_any.htm
  2. https://www.englisch-hilfen.de/en/exercises/confusing_words/some_any2.htm

  • Present perfect:
  1. https://www.englisch-hilfen.de/en/exercises/tenses/present_perfect_statements.htm

Slide 27 - Tekstslide