PSE verslag en H3 onderzoek doen

H3 Wetenschappelijk onderzoek
1 / 46
volgende
Slide 1: Tekstslide
BiologieMiddelbare schoolhavo, vwoLeerjaar 4

In deze les zitten 46 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 60 min

Onderdelen in deze les

H3 Wetenschappelijk onderzoek

Slide 1 - Tekstslide

leerdoelen
3.1 De regels voor experimenteel onderzoek.
1. Je beschrijft het verloop van een experimenteel onderzoek.
2. Je verwerkt je experiment tot een onderzoeksverslag.
3.2 Gegevens verzamelen en vastleggen.
3. Je legt het verschil uit tussen experimenteel en beschrijvend onderzoek.
4. Je herkent verschillende manieren om gegevens vast te leggen.
3.3 Gegevens presenteren in diagrammen
5. Je verwerkt de meetgegevens van een onderzoek tot het juiste diagram.
6. Je interpreteert gegevens uit een diagram.
3.4 Wetenschappelijk onderzoek
7. Je beschrijft hoe een onderzoek verloopt volgens de natuurwetenschappelijke methode.
8. Je beschrijft de validiteit en betrouwbaarheid van een onderzoek.
9. Je geeft een beargumenteerde mening over ethische dilemma’s van onderzoek.

Slide 2 - Tekstslide

succescriteria
  • je kunt de definitie van de volgende begrippen uitleggen: controle-experiment/ blanco, experimenteel onderzoek, afhankelijke variabele, onafhankelijke variabele, herhaalbaar, controleerbaar, vervolgonderzoek, eenduidige onderzoeksvraag, hypothese, methode, materialen, foutmarge, conclusie, discussie
  • je kunt de de leerdoelen aan een ander uitleggen
  • je kunt de (examen)vragen over dit onderwerp goed (bijna foutloos) maken
  • je weet welke binas-tabellen bij het onderwerp horen en informatie uit deze tabellen halen en gebruiken

Slide 3 - Tekstslide

Meenemen naar PO
  • BINAS
  • gewone rekenmachine
  • potlood + gum + puntenslijper
  • pen
  • NL woordenboek
  • geodriehoek (grafieken tekenen
Praktische info
  • 180 minuten
  • je krijgt een practicumvoorschrift, materiaal en papier
  • je gaat van tevoren naar de wc
  • je werkt alleen
  • je schrijft het verslag met de hand (tenzij toestemming van zorg voor gebruik laptop)

Slide 4 - Tekstslide

Meenemen naar PSE
  • BINAS
  • gewone rekenmachine
  • potlood + gum + puntenslijper
  • pen
  • NL woordenboek
  • geodriehoek (grafieken tekenen)
  • Iets te drinken en eventueel te eten
Praktische info
  • 180 minuten
  • je krijgt een practicumvoorschrift, materiaal en papier
  • je gaat van tevoren naar de wc
  • je werkt alleen
  • je schrijft het verslag met de hand (tenzij toestemming van zorg voor gebruik laptop)

Slide 5 - Tekstslide

De onderdelen uit het NWO-verslag.

Slide 6 - Tekstslide

Slide 7 - Tekstslide

We richten ons op het onderzoeksverslag en de onderdelen die relevant zijn voor het praktisch tentamen. 
betavak.nl
www.meneerspoor.nl/b_verslag

Slide 8 - Tekstslide

TITELPAGINA
Zorg voor een originele titel die niet te lang is, maar wel past bij je onderwerp (dus niet 1 woord of bijvoorbeeld 'biologie verslag'). 
Je neemt dus niet de titel over van het werkblad.


Algemene info: Naam + Klas + Vak + Docent + School + Plaats + Datum
Ik beoordeel op de titel/ ondertitel, maar het is wel raar als je de algemene info niet noemt.


Slide 9 - Tekstslide

INLEIDING
achtergrond verhaal
Achtergrondverhaal

  • Omschrijf je de aanleiding van het onderzoek (je moet een onderzoek uitvoeren voor het praktisch examen bij het vak biologie).
  • Je omschrijft het doel van het onderzoek, en deze zal gaan om wat je wilt onderzoeken of aantonen met dit experiment.
  • Hierna volgt een stukje theoretische achtergrond. Hiervoor gebruik je jouw eigen biologische kennis en (indien van toepassing) de BINAS (verwijs naar de tabel als je deze gebruikt als bron in je verhaal). 
  • Leg in een helder verhaal alle begrippen en namen uit, die te maken hebben met het probleem dat je onderzoekt. 
  • Noem hier de maatschappelijke relevantie van het onderzoek. 
  • Eindig met een korte uitleg van het experiment. Dit zorgt voor een logische stap van het achtergrondverhaal naar de onderzoeksvraag. Doe dit zonder 'we' of 'wij', maar onpersoonlijk: In het volgende experiment wordt...
  • Schrijf onpersoonlijk.
  • Gebruik geen kopjes, je mag wel regels overslaan (het enige kopje dat je hier gebruikt is 'inleiding'.)

Slide 10 - Tekstslide

INLEIDING
probleemstelling/ onderzoeksvraag
Onderzoeksvraag
  • Is concreet. Niet: Wat is de invloed v/e plantenhormoon op de groei bij een erwtenplant? Maar: Wat is de invloed van gibberelline op stengellengte bij een erwtenplant?
  • is een open vraag. Niet: Heeft de temperatuur invloed op de activiteit van krekels? Maar: Wat is de invloed op de activiteit van krekels? (niet beginnen met werkwoord)
  • bevat één ‘variabele’ (gebruik geen ‘of’). Niet: Wat is de invloed van rood, blauw of groen licht op het kiemingspercentage van radijs? Maar: Wat is de invloed van de lichtkleur op het kiemingspercentage van radijs?
  • bevat geen bijzonderheden van de methode. Niet: Wat is de invloed van 0 °C, 20 °C, 40 °C en 60 °C op de werking van het enzym lactase? Maar: Wat is de invloed van de temperatuur op de werking van het enzym lactase?


Slide 11 - Tekstslide

INLEIDING
hypothese
Hypothese
Schrijf kort op wat jouw huidige antwoord is op de onderzoeksvraag. Een hypothese is een (voorlopig) antwoord op de onderzoeksvraag en dus een voorspelling van je conclusies.
Formuleer deze als antwoord, dus maak geen gebruik van de woorden 'ik denk' of 'wij verwachten'.
Je kunt de woorden van de onderzoeksvraag gebruiken, maar dan als een bewering. 
Je zet hier in een aparte alinea een korte uitleg en argumentatie bij en, als het goed is, volgt het antwoord logisch en is gebaseerd op je achtergrondverhaal.




Slide 12 - Tekstslide

WERKPLAN
materiaal 
Materiaallijst
Vermeld alle materialen, die nodig zijn bij deze proef. Geef details als er meerdere mogelijkheden zijn. 
Denk aan de details: rood licht (welke intensiteit / wattage), bakje (hoe groot), een beetje water (hoeveel ml, wat voor water), etc. Je kunt deze overnemen uit het practicumvoorschrift, en indien nodig (jij hebt toch ander materiaal gebruikt dan in het voorschrift staat) pas je deze aan.


Slide 13 - Tekstslide

WERKPLAN
methode
Methode
Schrijf nauwkeurig op hoe de proef uitgevoerd is. Vertel precies hoe je het onderzoek hebt aangepakt: wat/wie je hebt gemeten en hoe. Tijden, aantallen en volgordes zijn ook van belang. Een ander moet hiermee de proef precies kunnen herhalen. Details zijn dus erg belangrijk.
Schrijf de methode in verhaalvorm, in de verleden tijd, zonder dat het een opsomming wordt en onpersoonlijk: ​Eerst werden de plantjes geplaatst in een...
Je mag ook de kookboekmethode hanteren. Ook een verhaalvorm, in tegenwoordige tijd en onpersoonlijk. 
Hier voeg je de tekening van de proefopstelling toe. (niet vergeten te tekenen tijdens het uitvoeren van het PO)

Verkrijgen resultaten
Noem hier hoe je de resultaten gaat verkrijgen. Ga je observeren, tijd bijhouden, lengte meten, wegen... wees hier specifiek. 

Slide 14 - Tekstslide

RESULTATEN
Je metingen verwerkt in tabel en/of grafiek.

Geef een tabel of grafiek een titel. Vergeet niet assen te benoemen!

Kies een grafiektype dat past bij het resultaat dat je wilt laten zien. 

Let op, je trekt hier nog geen conclusies!!



Slide 15 - Tekstslide

CONCLUSIE
Herhaal hier ook de onderzoeksvraag!
Wat is het antwoord op je onderzoeksvraag? 
Verwijs naar belangrijke resultaten, wees hierin zo specifiek mogelijk.
'aan de resultaten is te zien dat...' is niet specifiek, verwijs naar gegevens in de grafiek of tabel die relevant zijn en je antwoord ondersteunen.


Een conclusie is best kort. De discussie is de plek waar je kunt bespreken waarom je denkt dat bepaalde resultaten zijn behaald, waardoor dit beïnvloed kan zijn etc



Slide 16 - Tekstslide

DISCUSSIE
De discussie vormt samen met de inleiding een belangrijk deel van een onderzoeksverslag.
Maak van de discussie een goed lopend en geordend verhaal.
Bespreek je hypothese.
In de discussie worden de gevonden resultaten vergeleken met je hypothese. Herhaal je hypothese en leg hier uit of je deze moet bevestigen of verwerpen.

Validiteit en betrouwbaarheid. 
Hoe betrouwbaar zijn je resultaten? Waardoor zijn deze beïnvloed? 
Heb je gemeten wat je wilde meten? (=validiteit)
Wat kun je doen om de betrouwbaarheid en/ of validiteit te verbeteren?

Resultaten beïnvloed?
Zijn er fouten gemaakt? Werkte de proefopstelling niet zoals je had verwacht? Zijn metingen hierdoor beïnvloed? 
Beschrijf deze en vermeld ook eventuele fouten die je gemaakt hebt. Hoe meer je laat zien dat je je experiment kunt verbeteren, hoe beter. Ook het uitbreiden van je experiment is een verbetering. 
 
Leg uit in hoeverre je resultaten herhaalbaar zijn en niet afhankelijk van fouten of een specifieke omgeving of methode.  Verwacht je dat een ander precies dezelfde resultaten krijgt als jij?
In de discussie worden (eventueel) nieuwe onderzoeksvragen opgesteld en worden suggesties / aanbevelingen gedaan voor vervolgonderzoek.


Slide 17 - Tekstslide

DISCUSSIE


Resultaten beïnvloed?
Zijn er fouten gemaakt? Werkte de proefopstelling niet zoals je had verwacht? Zijn metingen hierdoor beïnvloed? 

Onderbouwde aanbevelingen voor (vervolg)onderzoek
Na de foutenanalyse hierboven kom je nu met suggesties voor verbeteringen (voor dit onderzoek) en met suggesties voor wat een goed vervolgonderzoek (een nieuw onderzoek die aansluit op deze) zou kunnen zijn. 

Ook de discussie is een lopend verhaal. Gebruik geen kopjes, een regel overslaan voor meer duidelijkheid kan wel.

Slide 18 - Tekstslide

REFLECTIEVRAGEN
De reflectievragen verwerk je in je verslag, en zet alsjeblieft het nummer van de vraag erbij tussen haakjes.
Het is helemaal afhankelijk van de vragen bij welk onderdeel van je verslag ze het beste thuis horen. Dat is aan jou om deze inschatting te maken. 
Wat ik dus niet wil zien is aan het einde van het verslag een bladzijde met daarop een rijtje met antwoorden op deze vragen.

Een reflectievraag zou kunnen zijn dat je een bepaalde type grafiek moet maken.... die zet je dus bij de resultaten neer.

Slide 19 - Tekstslide

VERZORGDHEID
Taalgebruik
Denk aan spelling en goed lopende zinnen.

Opmaak
Let erop dat het overzichtelijk en netjes is. Fouten verbeter je duidelijk en netjes (dus niet heel erg lopen krassen).
Schrijf duidelijk.
Sla regels over tussen onderdelen.

Dit zijn niet de meeste punten die te verdienen zijn, dus als je in tijdnood komt en het is slordiger dan je eigenlijk gewild had, dan is het wat het is. 

Slide 20 - Tekstslide

Slide 21 - Tekstslide

Ik kan uitleggen wat een controle-experiment is, deze herkennen en zelf verzinnen bij een onderzoek

Slide 22 - Tekstslide

Slide 23 - Tekstslide

Tijdens een onderzoek naar cytisine, een middel tegen depressie, zagen onderzoekers een gekke bijwerking. De muizen die het middel geïnjecteerd kregen, aten allemaal minder dan de muizen uit het controle-experiment.
Noem een voorwaarde waaraan de muizen in de controle-experiment bij dit onderzoek moeten voldoen.

Slide 24 - Open vraag

Tijdens een onderzoek naar cytisine, een middel tegen depressie, zagen onderzoekers een gekke bijwerking. De muizen die het middel geïnjecteerd kregen, aten allemaal minder dan de muizen uit het controle-experiment.
Noteer hoe de muizen in het controle-experiment behandeld moeten worden.

Slide 25 - Open vraag

Slide 26 - Tekstslide

Slide 27 - Tekstslide

Slide 28 - Tekstslide

Ik kan het verschil tussen de afhankelijke en onafhankelijke variabele toelichten

Slide 29 - Tekstslide

De docent leest 20 woorden op. De leerlingen mogen nog niet schrijven. Na het voorlezen mogen de leerlingen proberen die 20 woorden op te schrijven. Dit wordt 5x herhaald (met dezelfde woorden). De leerlingen rekenen daarna uit hoeveel % van de woorden ze per keer hebben onthouden.
Je hebt in dit onderzoek het aantal herhalingen en het aantal woorden dat is onthouden.
Wat is de afhankelijke variabele in dit onderzoek?
A
het aantal herhalingen
B
het aantal woorden dat is onthouden

Slide 30 - Quizvraag

Juist of onjuist

De onafhankelijke variabele zal niet beïnvloed worden door het resultaat van het experiment.
A
juist
B
onjuist

Slide 31 - Quizvraag

Ik kan uitleggen hoe een onderzoeksverslag is opgebouwd en zelf een onderzoeksverslag schrijven

Slide 32 - Tekstslide

Een natuurwetenschappelijk verslag bestaat uit de resultaten, materiaal en methode, de onderzoeksvraag, de conclusie en een inleiding. Welk onderdeel heb ik niet genoemd?

Slide 33 - Open vraag

Slide 34 - Tekstslide

Slide 35 - Tekstslide

Slide 36 - Tekstslide

Slide 37 - Tekstslide


Geef feedback op de volgende onderzoeksvraag:
Hoe komt het dat het aantal grijze zeehonden is toegenomen?

Slide 38 - Open vraag


Geef feedback op de volgende onderzoeksvraag:
Zijn blonde meisjes dommer dan andere meisjes?

Slide 39 - Open vraag

Slide 40 - Tekstslide

Slide 41 - Tekstslide

Slide 42 - Tekstslide

Slide 43 - Tekstslide

Slide 44 - Tekstslide

maak de oefening op de volgende dia

Slide 45 - Tekstslide

Slide 46 - Link