§2.2 Wonen en werken in Nederland en Duitsland

Welkom!
Pak je ipad voor
Log in op lessonup
Doe je telefoon in je tas!
1 / 34
volgende
Slide 1: Tekstslide
AardrijkskundeMiddelbare schoolvmbo tLeerjaar 4

In deze les zitten 34 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 5 videos.

Onderdelen in deze les

Welkom!
Pak je ipad voor
Log in op lessonup
Doe je telefoon in je tas!

Slide 1 - Tekstslide

Hoofdstuk 2: 
Bevolking en ruimte
§2.2 Wonen en werken in Nederland en Duitsland

Slide 2 - Tekstslide

Lesplanning 
Aanwezigheid en boekencontrole

Mededelingen:  

Uitleg §2.2 'Wonen en werken in Nederland en Duitsland'

Maak van §2.2 'Wonen en werken in Nederland en Duitsland' vraag 1 t/m 7

examenvraagcheck

Vooruitblik op de volgende les

Slide 3 - Tekstslide

Lesdoelen van deze les
  1. Je kunt beschrijven hoe steden en dorpen in Nederland en Duitsland vanaf 1950 zijn veranderd wat betreft wonen, werken en voorzieningen
  2. Je kunt steden en dorpen in Nederland en Duitsland vergelijken en de verschillen en overeenkomsten verklaren

Slide 4 - Tekstslide

Bron 33

Slide 5 - Tekstslide

Slide 6 - Video

Slide 7 - Video

Wonen Nederland
Na de Tweede wereldoorlog veel schade          wederopbouw

1945-1960: 
Betaalbare rijtjeswoningen en lage flats

Vanaf 1960: hoge flats

Vanaf 1970: 
woonwijken met eengezinswoningen

Slide 8 - Tekstslide

Wonen in Nederland
Tot 1960: Urbanisatie (verstedelijking) 
Mensen verhuizen van het platteland naar de stad 

Vanaf 1960: Suburbanisatie
Mensen verhuizen vanuit de stad naar de omliggende dorpen.

Slide 9 - Tekstslide

Verstedelijking 
Urbanisatie
Suburbanisatie 
Trek vanuit stad naar omliggende platteland 
Groei van stedelijke gebieden in een land
Trek van platteland naar de stad 

Slide 10 - Sleepvraag

1950
1970 en later 
1960

Slide 11 - Sleepvraag

Oost-Duitsland
  • vanaf jaren 1950: vooral eenvoudige betonnen flats

  • vanaf 1990: suburbanisatie 

  • val van de muur 9-11-1989


West Duitsland
  • vanaf jaren 1950: nieuwbouwwijken met flats

  • vanaf jaren 1970: wijken met eengezinswoningen

  • vanaf jaren 1960: suburbanisatie  


Wonen in Duitsland: Wederopbouw
Oost-Berlijn 1965
Plattenbau
West-Berlijn 1965

Slide 12 - Tekstslide

Slide 13 - Video

Secundaire sector
Tertiaire sector
Primaire sector

Slide 14 - Sleepvraag

Werken: Nederland vanaf 1950

  • Dienstensector is steeds
belangrijker geworden

  • Veel industriële bedrijven
moesten sluiten

  • Stedelijke gebieden hebben zich gespecialiseerd



Slide 15 - Tekstslide

Werken: Duitsland vanaf 1950

  • Dienstensector is steeds belangrijker geworden

  • Veel werkloosheid in oude industriegebieden
    - Ruhrgebied
    - voormalig Oost-Duitsland

  • Veel Oost-Duitse bedrijven moesten na de eenwording sluiten



Slide 16 - Tekstslide

Voorzieningen vanaf 1950
Nederland 
  • Steeds meer voorzieningen sinds 1950
  • Bevolking is gegroeid
  • Mensen verdienen meer geld
  • Sommige voorzieningen verdwijnen
Duitsland 
  • Ontwikkelingen zijn vergelijkbaar met Nederland
  • Minder voorzieningen in Oost-Duitsland dan in West-Duitsland
  • Veel voorzieningen op het platteland verdwijnen

Slide 17 - Tekstslide

Slide 18 - Video

Slide 19 - Video

Hoe goed heb je de les begrepen?
😒🙁😐🙂😃

Slide 20 - Poll

Aan het werk
Wat: maak van §2.2 'Wonen en werken in Nederland en Duitsland' vraag 1 t/m 7

Wanneer: deze les, en wanneer je het niet af krijgt, thuis afmaken!

Hulp: de theorie (Lees goed!)
           buurman/buurvrouw naast je
           de docent
          
Klaar: maak test jezelf of versterk jezelf

Tijd: timer

Klaar: laat controleren, kijk na en maak verdieping of herhaling

Tijd: 5 minuten voor de bel

timer
10:00

Slide 21 - Tekstslide

Bron 33

Slide 22 - Tekstslide


Slide 23 - Open vraag

UIt hoeveel sectoren bestaat de beroepsbevolking?
A
1
B
2
C
3
D
4

Slide 24 - Quizvraag

Welke sector is niet één van de officiële sectoren?
A
Primaire Sector
B
Secundaire Sector
C
Informele Sector
D
Tertiaire Sector

Slide 25 - Quizvraag

Onder welke sector valt deze varkensboer?
A
De primaire sector
B
De secundaire sector
C
De tertiare sector
D
Geen van alle sectoren

Slide 26 - Quizvraag

Welke van de vier sectoren
zie je op de achtergrond?
A
primaire sector
B
secundaire sector
C
tertiaire sector
D
quartaire sector

Slide 27 - Quizvraag

Hoe armer een land, hoe....
A
groter de primaire sector
B
kleiner de primaire sector
C
minder verschil is in de sectoren
D
hoe minder mensen in de landbouw werken

Slide 28 - Quizvraag

Wat valt niet onder voorzieningen?
A
Winkels
B
Ziekenhuizen
C
Scholen
D
Woningen

Slide 29 - Quizvraag

Een kenmerk van een landelijk gebied is?
A
Er zijn veel voorzieningen
B
Verstedelijking
C
Agglomeratie
D
Er zijn weinig voorzieningen

Slide 30 - Quizvraag

Wat is geen stedelijk netwerk / stedelijk gebied?
A
Randstad
B
Twente
C
Brabantse stederij
D
Leeuwarden

Slide 31 - Quizvraag

Van vroeger naar nu:
A
urbanisatie - re-urbanisatie - suburbanisatie.
B
suburbanisatie - urbanisatie - re-urbanisatie
C
suburbanisatie - re-urbanisatie - urbanisatie
D
urbanisatie - suburbanisatie - re-urbanisatie

Slide 32 - Quizvraag

Verstedelijking = urbanisatie
A
Goed
B
Fout

Slide 33 - Quizvraag

Suburbanisatie = verstedelijking
A
goed
B
fout

Slide 34 - Quizvraag