W2 - L2: Plato

Welkom

A: Leg uit wat het verschil is tussen een stipulatieve definitie en een soort-verschil definitie.

B: Noem de drie onderdelen van een soort-verschil definitie en bedenk een eigen voorbeeld

C: Leg uit waarom Socrates een 'keerpunt' in de filosofie wordt genoemd.


1 / 23
volgende
Slide 1: Slide
newEditorFilosofieMiddelbare schoolvwoLeerjaar 4

In deze les zitten 23 slides, met tekstslides.

time-iconLesduur is: 70 min
Dit is niet oké

Onderdelen in deze les

Welkom

A: Leg uit wat het verschil is tussen een stipulatieve definitie en een soort-verschil definitie.

B: Noem de drie onderdelen van een soort-verschil definitie en bedenk een eigen voorbeeld

C: Leg uit waarom Socrates een 'keerpunt' in de filosofie wordt genoemd.


Deze slide heeft geen instructies

Welkom

A: Leg uit wat het verschil is tussen een stipulatieve definitie en een soort-verschil definitie.


Een stipulatieve definitie is een afspraak om een definitie te gebruiken. Een soort-verschil definitie probeert een zo goed mogelijke definitie te maken.

B: Noem de drie onderdelen van een soort-verschil definitie en bedenk een eigen voorbeeld

  • gedefiniëerde

  • Soort

  • Verschil

C: Leg uit waarom Socrates een 'keerpunt' in de filosofie wordt genoemd.

Hij was de eerste die over de mens ging filosoferen.

Deze slide heeft geen instructies

  1. Herhaling

  2. Definities beoordelen

  3. Uitleg: Plato's Ideeënleer

  4. Aan de slag

  5. Uitleg: Grotallegorie

Programma

Deze slide heeft geen instructies

  • Definitie 1: Een hond is een huisdier met vier poten.

Definities beoordelen

Deze slide heeft geen instructies

  • Definitie 1: Een hond is een huisdier met vier poten.

  • Definitie 2: Een hond is een huisdier dat blaft met een zwarte vacht.

Definities beoordelen

Deze slide heeft geen instructies

  • Definitie 1: Een hond is een huisdier met vier poten.

  • Definitie 2: Een hond is een huisdier dat blaft met een zwarte vacht.

  • Definitie 3: Een leerling is iemand die onderwijs krijgt.

Definities beoordelen

Deze slide heeft geen instructies

Te ruim: Een definitie beschrijft te veel.

Een hond is een huisdier met 4 poten.


Te krap: Een definitie beschrijft te weinig.

Een hond is een huisduir met 4 poten en een zwarte vacht


Sluitend: Een definitie beschrijft precies wat het moet beschrijven:

Een vrijgezel is iemand die geen relatie heeft.

Definities beoordelen

Deze slide heeft geen instructies

  1. Een leerling maakt een definitie.


  1. "Deze definitie is te ruim/krap/sluitend met een voorbeeld


  1. Nieuwe definitie


  1. Etc.

Definities beoordelen

Deze slide heeft geen instructies


Leerdoelen

Deze slide heeft geen instructies

School van Athene

Deze slide heeft geen instructies

Plato

  • Grieks Filosoof (427 tot 347 v. Chr.)

  • Leerling van Socrates

  • Schreef eerst vooral dialogen van Socrates op, daarna zijn eigen werk

  • Naam betekent: 'Breedgeschouderde'


Deze slide heeft geen instructies

Ik kan uitleggen hoe we volgens Plato tot kennis komen met zijn Ideeënleer

Weet er al iemand wat een hond is?

Deze slide heeft geen instructies

Ik kan uitleggen hoe we volgens Plato tot kennis komen met zijn Ideeënleer

Probleem van Plato:

Hoe kan het dat we dingen wel herkennen, maar niet de definitie ervan kunnen geven?



Deze slide heeft geen instructies

Ik kan uitleggen hoe we volgens Plato tot kennis komen met zijn Ideeënleer

Oplossing van Plato:

  • Stap 1: Iets kan bestaan, maar alleen in je hoofd.

  • Stap 2: Iets kan bestaan in de echte wereld, omdat het eerst in ons hoofd bestaat. (als een idee)

  • Stap 3: Misschien bestaat alles wel eerst als idee, en dan als ding.

Deze slide heeft geen instructies

Ik kan uitleggen hoe we volgens Plato tot kennis komen met zijn Ideeënleer

De Idee: Ideale oervorm van iets. Alle concrete dingen die in de wereld bestaan zijn afgeleid van dit abstracte begrip.



Deze slide heeft geen instructies

Ik kan uitleggen hoe we volgens Plato tot kennis komen met zijn Ideeënleer

Abdulazeez

De ziel van Abdulazeez

Deze slide heeft geen instructies

Aan de slag

Lees paragraaf 1.2 en 1.2.1 

  1.  Leg uit welke filosofische vraag Plato wil beantwoorden met de Ideeënleer.

  2. Leg uit wat de rol van de ziel is in Plato's ideeënleer.

  3. Vorige week ging het over 'de socratische wending'. Beargumenteer of Plato ook bij de Socratische wending past.

Deze slide heeft geen instructies

Kennen=herkennen

  • Volgens Plato hebben mensen een onsterfelijke ziel.

  • De ziel is deel van de Ideeënwereld en heeft kennis van 'De idee'.

  • Door te filosoferen 'herinneren' we onszelf wat 'De Ideeën' zijn.

Deze slide heeft geen instructies

Plato's grotallegorie


= symbolisch verhaal

      weg naar waarheid = weg uit de grot

= weg die je als filosoof aflegt

= een moeizame weg (licht verblindt)


Geketenden zijn niet blij met je...

Deze slide heeft geen instructies




-filosofen

-'normale' mensen

-sofisten

-beginnende filosofen


waar zou je jezelf plaatsen?

Deze slide heeft geen instructies

Deze slide heeft geen instructies

Vergelijk de mensen in deze video met Plato's grot.

Waar zouden deze mensen zichzelf plaatsen?


Waar zou jij ze plaatsen?


Waarin verschillen filosofen en complotdenkers? 









NB verwachting 'maak': schrijf op in je schrift.

Leerdoelen

Deze slide heeft geen instructies