SE toets formuleren
4ha
SE toets formuleren
4ha
Herhaling onderbouw - NN Cursus 5, paragraaf 1
zinnen begrenzen
verwijswoorden
trappen van vergelijking
dubbelop en foute herhaling
samentrekking
congruentie
inversie
dat/als-constructie
symmetrie
Zinnen juist begrenzen
Zinnen beginnen met een hoofdletter,
Zinnen eindigen met een punt.
Gebruik komma’s bij samengestelde zinnen.
Welke zin is juist begrensd?
Veel studenten zijn niet blij met de online-lessen, ze zeggen dat ze de interactie met de docent missen.
Veel studenten zijn niet blij met de online-lessen. Ze zeggen dat ze de interactie met de docent missen.
Welke zin is juist begrensd?
Ik heb een onvoldoende gehaald voor wiskunde, waardoor ik nu 5H niet haal.
Ik heb een onvoldoende gehaald voor wiskunde. Waardoor ik nu 5H niet haal.
Verwijswoorden
Waarom verwijzen:
Voorkomt herhalingen
Maakt een tekst prettiger om te lezen
Wat je moet weten om goed te verwijzen:
het geslacht van woorden: mannelijk, vrouwelijk, onzijdig
de- of het-woord
enkelvoud of meervoud
Verwijswoorden
de-woorden
mannelijk of vrouwelijk in enkelvoud
personen, bomen, rivieren
alle meervouden
woorden met deze uitgangen zijn vrouwelijk:
·-heid (overheid) -te (ziekte) -theek (bibliotheek)
-nis (gevangenis) -de (liefde) -teit (universiteit)
-ing (vereniging) -ie (politie) -uur (natuur)
-st (kunst) -ij (maatschappij) -schap (wetenschap)
-iek (muziek)
het-woorden
onzijdig in enkelvoud
verkleinwoorden
Verwijswoorden
het-woorden
onzijdig in enkelvoud
alle verkleinwoorden
Verwijzen naar mannelijke zelfstandige naamwoorden:
hij, hem, zijn, deze en die
Verwijzen naar vrouwelijke zelfstandige naamwoorden:
zij , ze, haar, deze en die
Verwijswoorden
Verwijzen naar onzijdige zelfstandige naamwoorden:
het, zijn, dit en dat
Verwijzen naar een zelfstandig naamwoord in het meervoud:
zij, ze, hen, hun, deze en die.
De man juicht van vreugde.
Zij gooit haar handen in de lucht.
Hij gooit zijn handen in de lucht.
Zij gooien hun handen in de lucht.
Maak af: Het geld ...
dat hij gewonnen heeft.
wat hij gewonnen heeft.
die hij gewonnen heeft.
Maak af: De discotheek heeft ...
al zijn bezoekers een kortingspas gegeven.
al haar bezoekers een kortingspas gegeven.
De winnaars zijn tevreden.
Zij zijn blij met hun prijs.
Hij is blij met zijn prijs.
Zij is blij met haar prijs.
Maak af: Dit schildersbedrijf ...
heeft hun winst flink zien afnemen.
heeft zijn winst flink zien afnemen.
heeft haar winst flink zien afnemen.
Verwijswoorden
Lastige verwijswoorden:
dat/wat;
wat
alles, niets, iets, datgene, het enige
overtreffende trap
terugverwijzen naar de hele zin
Maak af: Dat is het beste ...
wat ik ooit gehoord heb.
dat ik ooit gehoord heb.
Maak af: Het enige ...
dat ik wil, is slapen.
wat ik wil, is slapen.
De leerlingen scoorden allemaal een voldoende, ...
dat heel bijzonder was.
wat heel bijzonder was.
Verwijswoorden
Lastige verwijswoorden:
hen/hun
hen
lijdend voorwerp
meewerkend voorwerp na een voorzetsel
hun
meewerkend voorwerp zonder voorzetsel
Kies de juist zin: Mijn vrienden waren in de stad.
Ik heb hen gezien.
Ik heb hun gezien.
Kies de juist zin: Toen ik hen zag, ...
heb ik hen een drankje aangeboden.
heb ik hun een drankje aangeboden.
Kies de juist zin: Ik moet heel vaak ...
aan hen denken.
aan hun denken.
Verwijswoorden
Lastige verwijswoorden:
waar+voorzetsel / voorzetsel+wie
dieren en dingen -> daar/waar+voorzetsel (daarvan, waarover, waarmee)
mensen -> voorzetsel+wie (van wie, over wie, met wie).
De scout met wie ik op survival ga, heeft een tent waarin we zullen overnachten.
Trappen van vergelijking
stellende trap
bijvoeglijk naamwoord
De toren is mooi.
Leipzig is ver.
als bij vergelijking:
De toren is net zo hoog als de flat.
Leipzig is even ver als Parijs.
Trappen van vergelijking
vergrotende trap
-er of -der achter het woord:
mooier
verder
dan bij vergelijking:
De toren is mooier dan de kerk.
Berlijn is verder dan Parijs.
let op:
Hij is groter dan ik (ben).
Trappen van vergelijking
overtreffende trap
-st of -ste achter het woord:
(het) mooist(e)
(het) verst(e)
Een woord dat op st of sch eindigt, krijgt geen st, maar meest ervoor:
(het) meest gepast
(het) meest logisch
Dubbelop en foute herhaling
Onjuiste herhaling
Aan die discussies over voetbal heb ik een hekel aan.
Dubbelop
Tautologie
Hetzelfde zeggen met verschillende woorden van dezelfde woordsoort:
Blij en verheugd kwamen de leerlingen de klas binnen.
Haastig ging hij snel naar het station.
Dubbelop en foute herhaling
Dubbelop
Pleonasme
Een eigenschap wordt nog eens benoemd door een ander woord.
Een houten boomstam, witte sneeuw, groen gras etc.
'Kan ik dat even mondeling met u bespreken?’
Contaminatie
Twee woorden of uitdrukkingen worden ten onrechte vermengd.
‘Meneer, mag ik mijn werkstuk even uitprinten?’
k ga eerst even mijn opdrachten nachecken.
Dubbelop en foute herhaling
Dubbele ontkenning
Sommige (werk)woorden hebben al een ontkennend karakter. Als er dan een tweede ontkenning toegevoegd wordt, is dat onjuist.
‘Ik probeer tot mijn 18e nooit geen alcohol te drinken.’
De directie van Canisius wil voorkomen dat er geen ongewenste gasten naar het feest komen.
Samentrekking
Samentrekking
Samentrekking betekent weglating.
bij woorddelen: voor- en nadelen
bij woorden: korte en lange broeken
bij zinsdelen: Jesse koopt een cd en Joris een ipod.
Let op: alleen als
- de betekenis hetzelfde is;
- de vorm (het getal: enkelvoud of meervoud) hetzelfde is;
- de grammaticale functie hetzelfde is;
- de woorden dezelfde plaats hebben t.o.v. de pv.
Samentrekking
Foutieve samentrekking
verschil in betekenis:
De herder hield een kudde en van ieder schaap.
verschil in vorm:
Het vervallen huis werd afgebroken en de oude schuren gesloopt
verschil in grammaticale functie:
De computer is stuk en dus naar de monteur gebracht.
Congruentie
Het onderwerp en de persoonsvorm moeten in getal overeenkomen.
33 procent van de leerlingen was aanwezig
De media pakten Femke Halsema terecht keihard aan.
let op:
Aanwezigen wordt verzocht zelf een kaartje te kopen.
Aanwezigen is hier een meewerkend voorwerp, geen onderwerp.
Inversie
Standaardzin:
De meeste jongeren (ow) / gaan (pv) / op zaterdagmiddag / naar een sportwedstrijd.
Inversie: het onderwerp staat achter de persoonsvorm
Op zaterdagmiddag / gaan (pv) / de meeste jongeren (ow) / naar een sportwedstrijd.
Onjuiste inversie:
Mijn tandartsafspraak is morgenochtend om 10 uur en ( ) mis (pv) ik (ow) daardoor helaas de toets wiskunde.
Dat/als-constructie verbeteren
voorwaardelijke bijzinnen die met 'als' beginnen altijd achteraan
Vermijd dat/als middenin de zin
fout
Kenners beweren dat als je geen 1,5 meter afstand houdt, je besmet kunt raken met het coronavirus
goed
Kenners beweren dat je besmet kunt raken met het coronavirus als je geen 1,5 meter afstand houdt.
Symmetrie in zinnen
Als je opsommingen gebruikt, moet je ervoor zorgen dat de delen dezelfde opbouw en vorm hebben.
fouten in getal: In Italië dineren mensen ’s avonds laat uitgebreid, maar een Italiaan ontbijt dan ook nauwelijks.
voornaamwoordelijke aanduiding: Wij raden u aan om uw kaarten op tijd te bestellen, want als je te lang wacht, vis je waarschijnlijk achter het net.
grammaticale constructie: Tobias werkt bij dit restaurant omdat hij er goed betaald krijgt (bijzin) en om ervaring op te doen in de horeca (beknopte bijzin).