Theorie v/d Rijtaak 07

Mag je een passagier in de berm laten uitstappen?
A
Ja, dat mag.
B
Ja, dat mag, maar wel aan de linkerzijde.
C
Nee, je moet doorrijden.
1 / 49
volgende
Slide 1: Quizvraag
RijopleidingBeroepsopleiding

In deze les zitten 49 slides, met interactieve quizzen.

time-iconLesduur is: 120 min

Onderdelen in deze les

Mag je een passagier in de berm laten uitstappen?
A
Ja, dat mag.
B
Ja, dat mag, maar wel aan de linkerzijde.
C
Nee, je moet doorrijden.

Slide 1 - Quizvraag

Je stopt hier om iets uit de kofferbak halen. Is dit toegestaan?
A
Nee, je mag niet stilstaan op de rijbaan.
B
Ja, onmiddellijk laden en lossen is toegestaan.
C
Nee, je mag buiten de bebouwde kom niet parkeren op de rijbaan van een voorrangweg.

Slide 2 - Quizvraag

Je ziet een kruispunt. Het kruisingsvlak wordt geaccentueerd met pianotekens. Na het kruispunt zie je het voorrangsbord B1 en een bord einde 60 km zone. In deze situatie, waar mag je parkeren?
A
Rijbaan.
B
Berm.
C
Rijbaan en berm.

Slide 3 - Quizvraag

Je rijdt op een weg waar het bord B1 voor het kruispunt is geplaatst. Waar mag je parkeren?
A
5 meter voor/na het kruispunt mag je niet parkeren, op de rijbaan en in de berm mag je wel parkeren.
B
Je mag niet op de rijbaan parkeren.
C
In de berm.

Slide 4 - Quizvraag

Je rijdt een winkelcentrum in en ziet dit bord. Waar in dit gebied mag je parkeren?
A
Op de aangeven parkeerplaats en alle locaties waar het niet verboden is.
B
Op de rijbaan en parkeerplaats.
C
Alleen op de parkeerplaats.

Slide 5 - Quizvraag

Je rijdt op een rijbaan met een bocht naar links. Aan beide zijden zie je een fietssuggestiestrook. Hoe is het in deze situatie geregeld als je bijvoorbeeld een routekaart wilt raadplegen?
A
Je mag parkeren op de fietssuggestiestrook om de kaart te raadplegen.
B
Je mag op de rijbaan langs de fietssuggestiestrook parkeren om de kaart te raadplegen.
C
Je mag niet op de rijbaan en/of fietssuggestiestrook stilstaan.

Slide 6 - Quizvraag

Je rijdt op een rijbaan met rechts een busstrook en parkeervakken. Mag je parkeren in de vakken?
A
Ja, dat is geen gebruik maken van een busstrook.
B
Ja, je mag over de rijstrook rijden en vervolgens in de vakken parkeren.
C
Nee, je mag geen gebruik maken van de busstrook, dus je mag niet parkeren in de vakken.

Slide 7 - Quizvraag

Voor welk gedeelte van de weg is dit adviessnelheidsbord van toepassing?
A
Voor de rijbaan en parkeerplaatsen.
B
Voor de rijbaan.
C
Voor de parkeerplaatsen.

Slide 8 - Quizvraag

Wie moeten zich houden aan de maximumsnelheid binnen een erf?
A
Bestuurders.
B
Bestuurders van voertuigen.
C
Bestuurders van fietsen, bromfietsen en ruiters.

Slide 9 - Quizvraag

Je ziet een weg met een rijbaan en rechts een fietspad. Rechts zie je een bord bibeko (Heerenveen) verder zie je een bord maximumsnelheid 50 km/h (bord A1). De vraag is, wie moet zich houden aan de maximumsnelheid?
A
Een skater op het fietspad die 6 km/h rijdt.
B
Een bromfiets op de rijbaan die 30 km/h rijdt.
C
Een brommobiel dat 50 km/h rijdt.

Slide 10 - Quizvraag

Je ziet een rijbaan met een dubbele onderbroken asstreep. Rechts en links zie je onderbroken kantstrepen. De vraag is, wat voor soort weg is dit in het kader van Duurzaam Veilig?
A
Een 60 km/u weg waar ingehaald mag worden.
B
Een 80 km/u weg waar ingehaald mag worden.
C
Het betreft een weg waar niet ingehaald mag worden.

Slide 11 - Quizvraag

Wat is de toelatingssnelheid van motorvoertuigen op een autosnelweg?
A
60 km/h.
B
70 km/h.
C
80 km/h.

Slide 12 - Quizvraag

Je rijdt in een personenauto met caravan, met een totaal gewicht van 2000 kg, op een weg met een groene streep in het midden. Hoe hard mag je hier?
A
80.
B
90.
C
100.

Slide 13 - Quizvraag

Wanneer mag een voetganger niet meer beginnen met oversteken?
Bij:
A
Geel knipperlicht.
B
Groen knipperlicht.
C
Rood licht.

Slide 14 - Quizvraag

U rijdt met uw personenauto op een rijbaan waar van rechts een fietser, op een kruisend fietspad, staat te wachten voor de haaientanden. Verderop nadert u een opengaande brug met bruglichten en slagbomen. Wat kunt u hier verwachten?

A
Fietser gaat oversteken.
B
Licht gaat op rood springen.
C
Je hebt voorrang.

Slide 15 - Quizvraag

Piet wil oversteken bij een meervoudige spoorovergang, het verkeer voor hem stopt plotseling. Mag Piet stoppen op het kruisingsvlak?
A
Ja dit mag.
B
Ja dit mag wegens een noodsituatie.
C
Nee dit mag niet.

Slide 16 - Quizvraag

U wilt op de rotonde links afslaan, wat is de juiste manier van het bereiden van de rotonde volgens de rijprocedure?
A
Richtingaanwijzer naar links aan op de toeleidende weg. Richtingaanwijzer uit zodra is opgereden. Voor het verlaten richting aangeven naar rechts.
B
Richtingaanwijzer naar links aan op de toeleidende weg. Op de rotonde de richtingaanwijzer naar links aan laten staan. Voor het verlaten de richtingaanwijzer naar rechts aan,
C
Geen richting aangeven op de toeleidende weg op de rotonde geen richting naar links aangeven voor het verlaten richting naar rechts.

Slide 17 - Quizvraag

Wat kan hier het geval zijn?
A
Dat bestuurders zich klem kunnen rijden op de doorgaande rijbaan.
B
Dat bestuurders zonder gevaar kunnen doorrijden (doorstroming).
C
Dat bestuurders op de doorgaande rijbaan jou kunnen hinderen.

Slide 18 - Quizvraag

De bestuurder van de blauwe auto geeft aan dat hij wil invoegen, wat gaat u doen?
A
Met dezelfde snelheid door rijden zodat de auto achter kan invoegen.
B
Van rijstrook wisselen (naar de linker rijstrook) en ruimte maken voor de auto die in wil voegen.
C
Snelheid opvoeren en meer ruimte maken voor de auto die in wil voegen.

Slide 19 - Quizvraag

Hoe dient men te rijden in geval van fileverkeer?
A
Snel optrekken en stoppen.
B
Rollen in hoogste versnelling.
C
Rollen met gekoppelde motor in de hoogst mogelijke versnelling.

Slide 20 - Quizvraag

Wat is het nadeel van een taperoplossing?
A
Capaciteit wordt minder.
B
Bestuurders van linker rijstrook kunnen geen gebruik maken van de invoegstrook.
C
Er kan sprake zijn van filevorming.

Slide 21 - Quizvraag

Hoe noemt men het wegvak tussen een convergentiepunt en divergentiepunt?
A
Een uitrijstrook.
B
Een ritsstrook.
C
Een weefvak.

Slide 22 - Quizvraag

Waarom gebeuren er op rotondes minder ongevallen?
A
Iedereen gaat dezelfde kant op.
B
De voorrang is geregeld.
C
De snelheid moet worden aangepast.

Slide 23 - Quizvraag

U rijdt op een 80 km/u weg, ruim voor u springt het verkeerslicht op geel. Wat gaat u doen?
A
U remt af en trapt direct de koppeling in.
B
U remt af en gebruikt de koppeling op het laatste moment.
C
U remt af en schakelt terug.

Slide 24 - Quizvraag

U wil naar links invoegen en de andere bestuurder wil naar rechts uitvoegen, wie mag als eerste?
A
Dit is niet geregeld.
B
De invoegende bestuurder gaat voor de uitvoegende bestuurder.
C
De uitvoegende bestuurder gaat voor de invoegende bestuurder.

Slide 25 - Quizvraag

Wat is voor u de maximum snelheid?
A
80 km/u
B
100 km/u
C
120 km/u

Slide 26 - Quizvraag

Hoe heet deze situatie?
A
Wegversmalling.
B
Rijbaanversmalling
C
As-verschuiving

Slide 27 - Quizvraag

Waarom moet u het het stuur op "kwart voor drie" vasthouden?
A
Vanwege de airbag.
B
Voor de stabiliteit.
C
Voor de stuurkracht.

Slide 28 - Quizvraag

Wie mogen op een kruispunt stil gaan staan?
A
Voetgangers.
B
Bestuurders.
C
Weggebruikers.

Slide 29 - Quizvraag

De rijprocedure is in de eerste plaats bedoeld voor...
A
De rijinstructeur en CBR-leerling.
B
De examinator en de rijinstructeur.
C
De examinator en de CBR-leerling.

Slide 30 - Quizvraag

Wat is de maximale lengte van een motorvoertuig?
A
11 m
B
11.5 m
C
12 m

Slide 31 - Quizvraag

Wat is de maximale breedte van een motorvoertuig?
A
2.20 m
B
2.55 m
C
2.60 m
D
3.00 m

Slide 32 - Quizvraag

Wat is de maximale breedte van een rijdend werktuig?
A
2.20 m
B
2.55 m
C
2.60 m
D
3.00

Slide 33 - Quizvraag

Wat is de maximale breedte van een motorvoertuig op onverharde wegen?
A
2.00 m
B
2.20 m
C
2.55 m
D
2.60 m

Slide 34 - Quizvraag

Wat is de maximale breedte van een geconditioneerd motorvoertuig?
A
2.00 m
B
2.20 m
C
2.55 m
D
2.60 m

Slide 35 - Quizvraag

Wat is de maximale hoogte van een voertuig?
A
3.50 m
B
4 m
C
4.5 m

Slide 36 - Quizvraag

Hoeveel cm mag lading in de breedte maximaal uitsteken?
A
10 cm
B
15 cm
C
20 cm
D
25 cm

Slide 37 - Quizvraag

Op de rotonde met een dubbele rijstrook gaat u drie kwart rond, hoe geeft u richting aan?
A
Voor de rotonde geeft u richting aan naar links. Op de rotonde zet u hem uit en geeft richting aan bij het wisselen van rijstrook. Dan naar rechts aangeven bij het afslaan.
B
Voor de rotonde geeft u richting aan naar links. En laat deze aan staan. Dan naar rechts aangeven bij het afslaan.
C
Voor de rotonde naar links, bij het berijden laat u de richtingaanwijzer uit, en bij het verlaten geeft u richting aan naar rechts.

Slide 38 - Quizvraag

U ziet dit bord wie kunt u wel tegemoetkomen?
A
Voetgangers.
B
Fietsers.
C
Bestuurders van het gehandicaptenvoertuig.

Slide 39 - Quizvraag

Wat maakt deel uit van de rijbaan?
A
Het fietspad.
B
De fietsstrook.
C
De vluchtstrook.

Slide 40 - Quizvraag

Bij welke profieldiepte kan men beter de winterbanden vervangen?
A
1,6 mm.
B
2,0 mm.
C
4.0 mm.

Slide 41 - Quizvraag

U rijdt over een heuvel met deze bordencombinatie waar houdt u rekening mee?
A
Tegenliggers.
B
U komt met de personenauto vast te zitten.
C
U kan verblind worden door de zon.

Slide 42 - Quizvraag

U ziet deze combinatie van borden, voor wie is het verboden de zone in te rijden?
A
Voor alle personenauto`s en bestelbussen
B
Voor alle personenauto`s en bestelbussen met een dieselmotor.
C
Voor alle personenauto`s en bestelbussen met een dieselmotor, met milieuklasse lager dan 5.
D
Voor alle personenauto`s en bestelbussen met een dieselmotor, met milieuklasse 5 of hoger dan 5.

Slide 43 - Quizvraag

U rijdt op de autosnelweg en ziet dit bord wat betekent de zwarte omlijsting?
A
U moet nu 120 km/u gaan rijden.
B
De gehele weg had een maximum snelheid van 120 km/u.
C
Het gedeelte voor dit bord had een andere maximum snelheid.

Slide 44 - Quizvraag

Welk bord moet u volgen wanneer uw auto op waterstof rijdt?
A
B
C
A
Bord A.
B
Bord B.
C
Bord C.

Slide 45 - Quizvraag

Welk bord betekent omleiding?
A
B
C
A
Bord A.
B
Bord B.
C
Bord C.

Slide 46 - Quizvraag

Welk bord betekent tijdelijke omleiding?
A
B
C
A
Bord A.
B
Bord B.
C
Bord C.

Slide 47 - Quizvraag

U ziet dit bord met welke snelheid gaat u hier maximaal rijden?
A
50 km/u
B
70 km/u
C
80 km/u

Slide 48 - Quizvraag

U bent op zoek naar een medische hulppost, welk bord gaat volgen?
A
B
A

Slide 49 - Quizvraag