Nova H1.1+1.2 elektrische stroom/elektriciteit in huis

Elektriciteit
1 / 21
volgende
Slide 1: Tekstslide
NatuurkundeMiddelbare schoolvmbo kLeerjaar 3

In deze les zitten 21 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 50 min

Onderdelen in deze les

Elektriciteit

Slide 1 - Tekstslide

Planning
  • Voorstellen
  • Uitleg
  • Aan het werk
  • Pauze
  • Practicum

Slide 2 - Tekstslide

Voorstellen
Meneer Beck
Nask/scheikunde docent
2e jaar opleiding
22 jaar

Slide 3 - Tekstslide

Kruisjessysteem
Moet ik je waarschuwen schrijf ik je naam op het bord
Krijg je nog een waarschuwing dan krijg je kruisje
Als je goed werkt voor de volgende 15 minuten haal ik het weg.
Bij nog een wss krijg je nog een kruisje
Bij 2 kruisjes moet je gele kaart halen.

Slide 4 - Tekstslide

Elektrische stroom
Stroom is er alleen als er een gesloten stroomkring is. 
Stroom wordt ook vaak vergeleken met water.
In dit geval doen we het met cv ketel.

Slide 5 - Tekstslide

Stroomsterkte
Stroomsterkte is hoeveel stroom er door de stroomkring loopt.
Stroomsterkte is in ampère (A) of milliampère (mA). Het symbool van ampère is I. 

Slide 6 - Tekstslide

Wanneer werkt een apparaat aangesloten op een stroomkring
A
Als er een schakelaar bevind
B
Als deze stroomkring open is
C
Als de stroomkring gesloten is

Slide 7 - Quizvraag

Wat is de eenheid van stroomsterkte?
A
I
B
A
C
a
D
U

Slide 8 - Quizvraag

Serieschakeling
Serieschakelingen hebben als eigenschap dat er maar 1 route die gevolgd kan worden.
Er gaat dus even veel stroomsterkte uit als in de schakeling.

Slide 9 - Tekstslide

Parallelschakeling
Parallelschakeling heeft vertakkingen. Langs alle vertakkingen gaat een bepaalde stroomsterkte. 
De stroomsterkte van alle vertakkingen is dus de som van alle vertakkingen.

Slide 10 - Tekstslide

Elektriciteit in huis
In de meterkasten zitten kilowattuurmeters. Vanaf daar splitst de leidingen zich in verschillende groepen. De stopcontacten die er per groep zijn parallel aangesloten.
Elke groep heeft zijn eigen schakelaar en zekering. 

Slide 11 - Tekstslide

Fasedraad en nuldraad
Een stopcontact is dus een aparte vertakking.
Er lopen 2 draden. De fasedraad en de nuldraad.
Op de fasedraad staat 230 V. Om deze draad zit PVC als isolatie.
Op de nuldraad staat geen spanning. Deze is alleen voor sluiten van stroomkring.
 

Slide 12 - Tekstslide

Schakeldraad
Als bijvoorbeeld een lamp met schakelaar aan en uit gezet kan worden is er een extra draad. (schakeldraad)
Deze gaat van lamp naar schakelaar.
Er staat geen spanning op tot de schakelaar aan staat.
 

Slide 13 - Tekstslide

Hoe zijn stopcontacten geschakeld?
A
serie
B
parallel

Slide 14 - Quizvraag

Welke draad is niet aanwezig bij een stopcontact
A
fasedraad
B
nuldraad
C
koperdraad
D
schakeldraad

Slide 15 - Quizvraag

Kortsluiting
Elektriciteitsdraden zijn van koper (geleid erg goed)
Weerstand van deze draden zijn erg klein.
Apparaten hebben juist hoge weerstand.
Weerstand bepaalt hoeveel stroom erdoor een stroomkring kan gaan.
Des te groter de weerstand des te kleiner de stroomsterkte.

Slide 16 - Tekstslide

Kortsluiting
Als er een weg is met heel weinig weerstand dan ontstaat er kortsluiting.
De koperdraden raken elkaar dan aan.
De stroomsterkte wordt dan juist heel hoog waardoor het apparaat niet meer werkt.

Slide 17 - Tekstslide

Overbelasting
Als teveel apparaten op 1 groep zitten noemen we dit overbelasting.
Er moet dan teveel stroom verwerkt worden.
Er mag maximaal 16 A op een groep staan. 
Is dit hoger ontstaat er brand gevaar.

Slide 18 - Tekstslide

Hoe ontstaat kortsluiting
A
Door te lage weerstand
B
Door te hoge stroomsterkte
C
Door te hoge weerstand
D
Door te lage stroomsterkte

Slide 19 - Quizvraag

Wat is overbelasting?
A
Dat er teveel groepen zijn
B
Dat er teveel apparaten aanwezig zijn in een groep
C
Dat er teveel spanning op aangesloten is

Slide 20 - Quizvraag

Aan het werk
Maken opgaves van paragraaf 1 en 2.
Extra moeilijk: 1.1: 15-17 en 1.2: 16+17
Je mag overleggen
Klaar? kijk het na.
Ik loop rond voor hulp.
Tijd: 15-20 minuten

Slide 21 - Tekstslide