cross

Grammar; the Present Continuous

Explain these 2 sentences in the next slides
Goodafternoon class!
1 / 27
volgende
Slide 1: Tekstslide
EngelsMiddelbare schoolvmbo g, t, havoLeerjaar 1

In deze les zitten 27 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 30 min

Onderdelen in deze les

Explain these 2 sentences in the next slides
Goodafternoon class!

Slide 1 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Let's eat, Timmy.
( please write down the translation).

Slide 2 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Let's eat Timmy.
( please write down the translation).

Slide 3 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

I like cooking my family and my pets.
( please write down the correct sentence)

Slide 4 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

After this lesson
  • I can make negations with to have got
  • I know when to use the present continuous   
  • I can make sentences in the present continuous 

Slide 5 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Negations with to have (got) 

Slide 6 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Negations (ontkenningen)
Which sentence is correct ?
A
They haven't got messy rooms.
B
They don't have got messy rooms.

Slide 7 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

"Andy has a phone"
If this is not true, which sentence is correct?
A
Andy hasn't have a phone
B
Andy hasn't a phone
C
Andy got not a phone
D
Andy doesn't have a phone

Slide 8 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Negations with to have (got) 
  • kijk goed of er has got of have got in de zin staat
Ontkenning maken: 'hasn't got' of 'haven't got'  te gebruiken

  • staat er has of have in de zin (zonder woordje got)?
Ontkenning maken: doesn't have of don't have
Je gebruikt woordje got dan niet!
 

Slide 9 - Tekstslide

hasn't, haven't - short for: has not (got), have not (got)
Negations with 'have got':
Susan-got- bike
(maak een ontkennende zin!)

Slide 10 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

What are you doing right now?
I am teaching
my brother is watching a movie
my parents are working
you are listening to the teacher
the dog is walking outside

Slide 11 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Present Continuous 
onderwerp + vorm van to be  + [ww+ing]

LET OP! Soms verandert de spelling van het ww bij +ing
  1. bij werkwoorden die op - e eindigen, valt die - e weg bij + ing: bake -> baking        have -> having;      give -> giving

Slide 12 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Present Continuous 

Als je wilt zeggen dat iets NU gebeurt
I am learning 
you are learning 
he, she, it is learning 
we are learning 
they are learning 

What is the RULE?

Slide 13 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Present Continuous 

I am learning 
you are learning 
he, she, it is learning 
we are learning 
they are learning 
I  + am      + verb (ww) + ing 
you + are + verb (ww) + ing 
he + is      + verb (ww) + ing 
she + is     + verb (ww) + ing 
it + is         + verb (ww) + ing  
we + are   + verb (ww) + ing  
they + are + verb (ww) + ing

Slide 14 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

I
the bird
Susan and Tony
am singing
is singing
are singing

Slide 15 - Sleepvraag

Deze slide heeft geen instructies

Present Continuous (2)
2.  bij werkwoorden van 1  lettergreep met een korte klinker 
      (a, e, i, o, u), verdubbelt de medeklinker op het einde om de
      korte klank te behouden:
             run -> running       stop -> stopping       chat -> chatting
              sit -> sitting            put -> putting

Slide 16 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Use the present continuous:
She ...... (to talk) about the movie.

Slide 17 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Use the present continuous:

I …. (to chat) with friends.

Slide 18 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Slide 19 - Link

Deze slide heeft geen instructies

Use the present continuous ;
She....... ( to write) something in her diary.

Slide 20 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Use the present continuous;
I ...... ( to buy) some marshmallows.

Slide 21 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Use the present continuous;
The puppy ..... ( to beg) for food.

Slide 22 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Slide 23 - Link

Deze slide heeft geen instructies

Use the present continuous:

We ........ (to drink) some tea.

Slide 24 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Slide 25 - Link

Deze slide heeft geen instructies

Slide 26 - Link

Deze slide heeft geen instructies

Our goals today:

  • I can make negations with to have (got)   
  • I know when to use the present continuous 
  • I can make sentences in the present continuous

Slide 27 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies