ADL hulp bieden bij uitscheiding

1 / 34
volgende
Slide 1: Tekstslide
VerzorgendeMBOStudiejaar 1

In deze les zitten 34 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 5 videos.

time-iconLesduur is: 60 min

Onderdelen in deze les

Slide 1 - Tekstslide

aan het eind van de les
kun je benoemen wat onder uitscheiding valt
kun je uitleggen hoe je de zorgvrager kunt begeleiden
kun je hulpmiddelen benoemen

Slide 2 - Tekstslide

wat valt er onder uitscheiding
wat: ga in overleg met je buurman/vrouw 
schrijf je uitkomst op de post - it
plak deze op het bord

Slide 3 - Tekstslide

Uitscheiding
  • Urine
  • Ontlasting
  •  Sputum
  • Braaksel
  • Transpiratie

Slide 4 - Tekstslide

toiletgang
Regelmatig help je cliënten bij de toiletgang. Bij sommige cliënten loop je mee naar het toilet en laat je hen hun gang gaan. Andere cliënten geef je meer hulp. Ook krijg je te maken met cliënten die incontinentiematerialen gebruiken. Als helpende probeer je problemen bij de toiletgang te voorkomen.

Slide 5 - Tekstslide

Algemene richtlijnen 
Laat, als dit kan, de cliënt alleen.
Zorg voor privacy.
Help alleen van en naar toilet, laat cliënt eigen gang gaan.
Hulp bij toiletgang verschilt per cliënt, overleg met de cliënt.

Slide 6 - Tekstslide

Slide 7 - Tekstslide

opdracht
Wat: Zoek 5 verschillende hulpmiddelen op die te maken hebben met de uitscheiding
Hoe; je kunt hiervoor internet of je boek gebruiken, plak het in een word -document
tijd: 10 minuten
Klaar? : ga je de puzzel maken.


timer
5:00

Slide 8 - Tekstslide

Slide 9 - Video

Slide 10 - Tekstslide

Hulpmiddelen in bed
metalen po
po van pulp gemaakt

Slide 11 - Tekstslide

                   Urinaal 
Een urinaal is een soort fles die je kunt gebruiken om te plassen. Het urinaal heeft een platte kant, zodat deze in bed goed kan liggen. Overleg met de cliënt welke hulp hij nodig heeft. De ene cliënt heeft alleen hulp nodig bij de kleding, de ander bij alle handelingen.

Slide 12 - Tekstslide

 Urinaal voor vrouwen

Slide 13 - Tekstslide

Slide 14 - Video

Slide 15 - Video

Urine observatie
* kleur
*helderheid
*Hoeveelheid
* frequentie
* geur
* manier van urineren

Slide 16 - Tekstslide

0

Slide 17 - Video

Hulpmiddel om ontlasting in kaart te brengen

Slide 18 - Tekstslide

Obstipatie

Harde droge ontlasting die bijna niet kan worden uitgescheiden.

Mogelijke oorzaken:

  • Weinig drinken;
  • Te weinig vezelrijke voeding;
  • Weinig bewegen;
  • Medicatie;
  • Aambeien;
  • Te lang ophouden van ontlasting.

Slide 19 - Tekstslide

Obstipatie voorkomen

  • Gezond voedingspatroon.
  • Veel drinken
  • Regelmatig bewegen

Slide 20 - Tekstslide

Problemen bij toiletgang
Smetten
Vallen                                              
Incontinentie 

Slide 21 - Tekstslide

Slide 22 - Video

Zindelijkheidstraining 
  • begin als het kind goed kan zitten
  • belonen
  • niet straffen als het niet goed is gegaan
  • heb geduld
  • laten rondlopen zonder luier zodat het bewust wordt van wat er gebeurt
  • makkelijke kleding aantrekken
  • bevorder de zelfredzaamheid door bv een krukje 

Slide 23 - Tekstslide

Problemen bij zindelijk worden
  • In tijden van spanning (Sinterklaas) of ziekte kan er een terugval zijn
  •  Medisch probleem
  • Teken van huiselijk geweld

Slide 24 - Tekstslide

Sputum

Slide 25 - Tekstslide

Slide 26 - Tekstslide

welke lift zie je ?

Slide 27 - Woordweb

noem 3 hulpmiddelen
voor toiletgang

Slide 28 - Woordweb

Sleep het begrip bij de juiste afbeelding/hulpmiddel
Dekenboog
Bedverhogers
Touwladder
voetensteun
Papagaai

Slide 29 - Sleepvraag

Hoe noem je het als je zorgt voor jouw zieke oma?
A
Professionele zorg
B
Mantelzorg
C
Zelfzorg

Slide 30 - Quizvraag

Wat betekent de afkorting 'ADL' in de zorg?
A
Algemene Dagelijkse Levensverrichtingen
B
Actieve Dagelijkse Lichamelijke oefeningen
C
Arbeid Dagelijkse Leiding
D
Administratieve Dagen Lezen

Slide 31 - Quizvraag

verzorgend wassen is wassen met
A
wegwerphandschoenen
B
veel zorg
C
katoenen washandjes
D
wergwerpwashandjes

Slide 32 - Quizvraag

Waarom is een hoog-laagbed in de zorg van belang?
A
Voor de zorgvrager is het prettig.
B
Leuk speelgoed.
C
Voor de werkhouding van de zorgverlener.
D
A en C zijn beide goed.

Slide 33 - Quizvraag

Zijn er nog vragen of opmerkingen

Slide 34 - Tekstslide