Chapitre 2, havo 3, Du temps pour moi .

Chapitre 2, havo 3, Du temps pour moi .
1 / 29
volgende
Slide 1: Tekstslide
FransVoortgezet speciaal onderwijsLeerroute 3

In deze les zitten 29 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 32 min

Onderdelen in deze les

Chapitre 2, havo 3, Du temps pour moi .

Slide 1 - Tekstslide

Buts
Herhalen van chapitre 2. Je gaat oefenen met à en de + het bepaald lidwoord en met het regelmatige werkwoord op -ir. Aan het einde van deze les kun je deze onderdelen goed gebruiken.

Slide 2 - Tekstslide

De vragen met paarse kleur zijn voor leerlingen die een G hebben behaald voor de formatieve toets.

Slide 3 - Tekstslide

Kies uit: au, à la, à l', aux, du, de la, de l', et des
Mais elles n'aiment pas les vêtements (van de)....................actrices.
A
des
B
au
C
à la
D
aux

Slide 4 - Quizvraag

Kies uit: au, à la, à l', aux, du, de la, de l', et des
Élodie et Hélène vont (naar de)...............cinéma.

Slide 5 - Open vraag

Kies uit: au, à la, à l', aux, du, de la, de l', et des
Le cinéma est à droite (van de).............boulangerie.

Slide 6 - Open vraag

Kies uit: au, à la, à l', aux, du, de la, de l', et des
Après, elles vont manger (in de)....................pizzéria.

Slide 7 - Open vraag

Kies uit: au, à la, à l', aux, du, de la, de l', et des
Elles parlent de l'histoire (van de)..................film.

Slide 8 - Open vraag

Kies uit: au, à la, à l', aux, du, de la, de l', et des
Elle aiment les beaux yeux pleus (van de)..........acteur.

Slide 9 - Open vraag

choisis: Vous (réfléchir, présent........) trop!
A
réfléchissez
B
réfléchit
C
avez réfléchissi
D
avez réfléchissez

Slide 10 - Quizvraag

Vul de werkwoorden in de aangegeven tijd:
Ma copine appelle le garçon et elle (rougir, présent)...............

Slide 11 - Open vraag

Elisa (grandir, passé composé)............au Maroc.
A
a grandit
B
grandit
C
a grandi
D
a grandis

Slide 12 - Quizvraag

Écrire:Tu vas passé un weekend à Paris. Qu'est-ce que tu vas faire vendredi. Tu vas manger où? Tu as déjà choisis un restaurant?

Slide 13 - Open vraag

choisis:
Nous (finir, passé composé)...........nos verres.
A
fini
B
avons finis
C
avons fini
D
finissons

Slide 14 - Quizvraag

Vul de werkwoorden in de aangegeven tijd:
Je (remplir, présent.............)ma bouteille d'eau.

Slide 15 - Open vraag

Vul de werkwoorden in de aangegeven tijd:
Mes copines (choisir, passé composé)..........une boisson.

Slide 16 - Open vraag

Geef in het Frans antwoord op de vragen. Maak hele zin.
Quelle est ta serie préférée?

Slide 17 - Open vraag

Geef in het Frans antwoord op de vragen. Maak hele zin.
1. Qu'est-ce que tu n'aimes pas faire?
2. Pourquoi?

Slide 18 - Open vraag

Geef in het Frans antwoord op de vragen. Maak hele zin.
1. Qu'est-ce que tu n'aimes pas faire d'autre?
2. Pourquoi?

Slide 19 - Open vraag

Geef in het Frans antwoord op de vragen. Maak hele zin.
Qu'est-ce que tu aimes faire?

Slide 20 - Open vraag

Wat vind je van de les?
😒🙁😐🙂😃

Slide 21 - Poll

commencer
passer
avoir l'air
avoir le temps (de)
avoir envie (de)
se reposer
se retrouver
je me lève
jouer à la console
discuter
rigoler
appeler
tijd hebben(om)
beginnen
kletsen
gamen
bellen
lachen
doorbrengen
eruit zien
zin hebben(om)
elkaar treffen
uitrusten
ik sta op

Slide 22 - Sleepvraag

faire les magasins
faire le sport
faire la grasse matinée
je pourrai
l'entrée 
le cours
l'épisode
jusqu'à 
chez moi
plutôt
tard
vroeg
ik zal kunnen
winkelen
nogal
bij mij
tôt
laat
sporten
uitslapen
de ingang
de aflevering
de les
tot

Slide 23 - Sleepvraag

déjà
dur
mort(e)
fatigué
prochain(e)
c'était
le début
la vie
l'argent
le temps libre
la fois
le jeu
moe
al
de vrije tijd
het geld
het spel
de keer
hard, moeilijk
dood
volgende
het begin
het was
het leven

Slide 24 - Sleepvraag

le magazine
selon
aider
réfléchir
lire
haut(e)
chaque
comme
parfois
en plus
suivre
garder
nadenken
het tijdschrift
bovendien
soms
passen
volgen
volgens
helpen
lezen
ieder
hoog
als, zoals

Slide 25 - Sleepvraag

espérer
aller au restaurant
aller à la salle de sport
faire du fitness
sortir
faire la vaisselle
faire les courses
ça me rend fou
plein (de)
d'abord
intéressant(e)
passionnant(e)
fitnessen
hopen
ten eerste
een heleboel
boeiend
interessant
naar het restaurant gaan
naar de sportschool
uitgaan
boodschappen doen
afwassen
daar word ik gek van

Slide 26 - Sleepvraag

pas mal
nul(le)
ennuyeux, -euse
terrible
le voyage
le monde
la tête
l'endroit
la vitesse
la victime
l'habitant
le jour
vreselijk
niet slecht
de slachtoffer
de snelheid
de dag
de inwoner
waardeloos
saai
de reis
het hoofd
de wereld
de plek

Slide 27 - Sleepvraag

déranger
choisir
j'en ai assez
long, longue
amoureux,-euse
curieux,-euse
lang
storen
kiezen
ik heb er genoeg van
verliefd
nieuwsgierig

Slide 28 - Sleepvraag

Wat vind je van de les?
😒🙁😐🙂😃

Slide 29 - Poll