Leçon 3

Leçon 3
Bonjour
1 / 13
volgende
Slide 1: Tekstslide
FransMiddelbare schoolhavo, vwoLeerjaar 1

In deze les zitten 13 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 1 video.

Onderdelen in deze les

Leçon 3
Bonjour

Slide 1 - Tekstslide

Bonjour

Slide 2 - Tekstslide

Vragen hoe het gaat en daar op antwoorden
Comment ça va? > Hoe gaat het?

Ça va bien > het gaat goed
Ça va mal > het gaat slecht
Ça va (comme ci comme ça) > het gaat zo zo


Slide 3 - Tekstslide

Wat zeg je als je weggaat/afscheid neemt?
A
salut
B
au revoir
C
bonjour
D
ciao

Slide 4 - Quizvraag

Les questions
a
1. Bonjour, ça va? 
2. Comment tu t'appelles? 
3. Tu as quel âge?  
4. Tu habites où? 
5. Tu es français?
Les réponses
b
1. Salut, ça va bien.
2. Je m'appelle (Marjorie).
3. J'ai (douze) (treize) ans.
4. J'habite à (Hilversum).
5. Non, je suis (hollandais(e)).

Slide 5 - Tekstslide

Une petite conversation
Rôle A: Begroet de ander
Rôle B: Groet terug
Rôle A: Vraag hoe de ander heet
Rôle B: Geef antwoord, en vraag hoe de ander heet
Rôle A: Geef antwoord, en vraag hoe het gaat met de ander
Rôle B: Geef antwoord, en vraag hoe het met de ander gaat
Rôle A: Geef antwoord, en neem afscheid
Rôle B: Neem afscheid

Slide 6 - Tekstslide

zijn: être

Je suis hollandais.
Tu es fantastique.
Il est beau.
Elle est une grande fille.
On est au collège


Ik ben Nederlands.
Jij bent fantastisch.
Hij is een mooi.
Zij is een groot meisje.
Wij zijn op school.

Slide 7 - Tekstslide

0

Slide 8 - Video

je

tu
il / elle / on
suis
es
est

Slide 9 - Sleepvraag

être
il/elle/on
tu
je/j'
                         suis
                           est
                            es

Slide 10 - Sleepvraag

Où est ....
L'Espagne
La Belgique
La Suisse
L'Italie

Slide 11 - Sleepvraag

être
=
  zijn



Sleep de juiste vorm van être naar het bijbehorende persoonlijk voornaamwoord
il/elle/on
tu
je/j'
suis
es
est

Slide 12 - Sleepvraag

Quizlet

wrts




Slide 13 - Tekstslide