Leçon 3 Je me présente +être

Leçon 3:  se présenter + verbe etre
1 / 20
volgende
Slide 1: Tekstslide
FransMiddelbare schoolhavo, vwoLeerjaar 1

In deze les zitten 20 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 1 video.

time-iconLesduur is: 45 min

Onderdelen in deze les

Leçon 3:  se présenter + verbe etre

Slide 1 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Bonjour ! Comment ça va ?

Slide 2 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Qu'est-ce qu'on va faire aujourd'hui?
- we herhalen hoe je jezelf moet voorstellen
- we leren hoe je het werkwoord "zijn" (être) kunt gebruiken in korte zinnen

Slide 3 - Tekstslide

-nous répétons comment se présenter
- nous apprenons à utiliser le verbe être dans des phrases courtes
Hoe vraag je hoe iemand heet?

Slide 4 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Hoe vraag je hoe het gaat?

Slide 5 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Zij heet
A
Je m'appelle
B
Elle s'appelle
C
Tu t'appelles
D
On s'appelle

Slide 6 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Welke hoort woord past er niet bij?
bonjour/coucou/ au revoir
A
bonjour
B
coucou
C
au revoir

Slide 7 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

au revoir/salut/ça va
A
au revoir
B
salut
C
ça va

Slide 8 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Bonjour Léa/ Je m'appelle Léa/ Salut Léa
A
Bonjour Léa
B
Je m'appelle Léa
C
Salut Léa

Slide 9 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Salut les copains/ Bonjour monsieur/ Coucou les amis
A
Salut les copains
B
Bonjour monsieur
C
Coucou les amis

Slide 10 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Une petite conversation
Rôle A: Begroet de ander
Rôle B: Groet terug
Rôle A: Vraag hoe de ander heet
Rôle B: Geef antwoord, en vraag hoe de ander heet
Rôle A: Geef antwoord, en vraag hoe het gaat met de ander
Rôle B: Geef antwoord, en vraag hoe het met de ander gaat
Rôle A: Geef antwoord, en neem afscheid
Rôle B: Neem afscheid

Slide 11 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

1. Je gaat op uitwisseling met een Franse klas. Schrijf een berichtje in het Frans.

Groet. Vraag hoe het gaat.Zeg dat het met jou goed gaat, en stel jezelf voor. Neem afscheid. ( Schrijf dit in de volgende dia)

 

Slide 12 - Tekstslide

Vous allez participer à un échange avec une classe française. Écrivez une note en français.

Salutations. Demandez comment les choses se passent. Dites que vous allez bien et présentez-vous. Dis au revoir. ( Ecrivez ceci dans la prochaine diapositive)
En Français: Groet. Vraag hoe het gaat. Zeg dat het met jou goed gaat, en stel jezelf voor. Neem afscheid.

Slide 13 - Open vraag

Salutations. Demandez comment les choses se passent. Dites que vous allez bien et présentez-vous. Dis au revoir. 
0

Slide 14 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Le verbe être= zijn
Je suis hollandais.
Tu es en classe?
Il est un grand garçon.
Elle est une grande fille.
On est au collège

Slide 15 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies



Je suis hollandais.
Tu es en classe.
Il est un grand garçon.
Elle est une grande fille.
On est au collège


Ik ben Nederlands.
Jij bent in de klas.
Hij is een grote jongen.
Zij is een groot meisje.
Wij zijn op school.

Slide 16 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Completez les phrases
Maak de volgende zinnen compleet met "être":
A: Salut, je.......... Louise
B: Super, moi je ............Louis
A: Je......................de Marseille. Tu............... de Paris?
B: Oui, je............. d'ici (hier). Mais (maar) mon père (vader) ........ hollandais et ma mère (moeder) ............ espagnole. Mon chien (hond) s'appelle Ludo. Il .............. super.
A: Toi aussi (jij ook) tu............. super.

Slide 17 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Faire des phrases avec être
Maak 6 zinnen met alle vormen van het werkwoord être

Kies een persoon:                                     Kies een woord
- Je                                                   une star, sympathique, calme, genial/géniale
- Tu                                                   triste, sérieux/sérieuse, joli/jolie, à Hilversum
- Il                                                     au collège, dans la classe, à la maison, à Loenen
- Elle                                               à Loosdrecht, à Paris
-On
Vertaal je gemaakte zinnen naar het Nederlands

Slide 18 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

être
=
  zijn



Sleep de juiste vorm van être naar het bijbehorende persoonlijk voornaamwoord
il/elle/on
tu
je/j'
suis
es
est

Slide 19 - Sleepvraag

Deze slide heeft geen instructies

Pour la prochaine leçon
Neem deze les nog een keer door via de link die ik magister zet.

Slide 20 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies