Thema 5 Voortplanting en seksualiteit
5.1 Geslachtsorganen
5.2 Puberteit
5.3 Vruchtbaar worden
5.4 Zwanger worden
SO (telt 1x)
5.5 Seksualiteit
5.6 Veilige seks
Samenhang
5.7 Meer voorbehoedsmiddelen
5.8 De geboorte
Eindtoets (telt 3x)
Waarom belangrijk om dit te leren? Om gezonde, veilige en respectvolle keuzes te maken
Thema 5 Voortplanting en seksualiteit
5.1 Geslachtsorganen
5.2 Puberteit
5.3 Vruchtbaar worden
5.4 Zwanger worden
SO (telt 1x)
5.5 Seksualiteit
5.6 Veilige seks
Samenhang
5.7 Meer voorbehoedsmiddelen
5.8 De geboorte
Eindtoets (telt 3x)
Waarom belangrijk om dit te leren? Om gezonde, veilige en respectvolle keuzes te maken
Thema 5.4 Zwanger woren
Als een zaadcel de eicel bevrucht, kan de eicel in leven blijven. De bevruchte eicel kan in de baarmoeder uitgroeien tot een kind
Leerdoelen
5.4.8 Je kunt de kenmerken van zaadcellen en eicellen noemen
5.4.9 Je kunt beschrijven hoe bevruchting bij de mens verloopt
5.4.10 Je kunt beschrijven hoe een zwangerschap verloopt
5.4.11 Je kunt uitleggen wat prenataal onderzoek is en hiervan voorbeelden noemen
Erectie
Een erectie (stijve) ontstaat als zwellichamen in de penis zich vullen met bloed.
Geslachtsgemeenschap (seks/vrijen)
Zaadlozing = klaarkomen. Dit gebeurt als sperma met schokken uit de penis vloeit. Dit kan ook bij seks gebeuren, maar ook 's nachts als je slaapt.
In sperma zitten zaadcellen.
Zwellichamen
Mannen én vrouwen hebben zwellichamen.
Mannen in de penis
Vrouwen in de clitoris
Bevruchting (deel 1)
Eicel is heel groot. Er zit veel extra voeding voor de eerste paar dagen.
Zaadcel is juist heel klein (kleinste cel in een menselijk lichaam).
Een zaadcel heeft een zweepstaart om zich voort te bewegen.
Bevruchting (deel 2)
Als de zaadcel in de eicel is gekomen heet die bevruchting.
Bevructing vindt plaats in de eileider. Bevruchting vindt alleen plaats in de vruchtbare periode van de vrouw.
Maken opgaven 1 t/m 5 van 5.4 op blz 39 t/m 42
Klaar? Ga dan door met het lezen van blz 43 t/m 47 en maak opgave 6 t/m 9
m
s
Innesteling
Een bevruchte eicel bestaat nog uit 1 cel.
Daarom gaat de cel zich delen en delen en delen en delen en delen.
Het klompje cellen groeit daarna vast in het slijmvlies in de baarmoeder. Dit heet innesteling.
Zwangerschap (deel 1)
Embryo = de eerste weken van het kindje in de baarmoeder. Voeding krijgt de embryo uit het slijmvlies.
Foetus = vanaf 8 weken
Het kindje krijgt voeding en zuurstof om te groeien via de placenta.
Ook afvalstoffen worden via de placenta afgevoerd.
Zwangerschap (deel 2)
Meteen na de innesteling ontstaan de vruchtvliezen (= soort zakje) met daarin het vruchtwater.
De baby groeit in het vruchtwater.
Daar is het beschermd tegen stoten en uitdroging.
Na ongeveer 9 maanden is de baby groot genoeg om geboren te worden.
Ontwikkeling embryo en foetus
Vruchtvliezen en vruchtwater
Echografie en prenataal onderzoek
Prenataal onderzoek = Onderzoek voor de geboorte van de baby
Echo = geluidsgolven. je krijgt een beeld van de baby. Hoe oud is het en gaat het goed. Echo meestal bij 13 weken en 20 weken zwangerschap.
NIPT-test = Niet invasieve test. Bloed van moeder wordt onderzocht of kindje syndroom van Down heeft of een andere afwijking.
Samenvatting (deel 1)
Erectie = stijve. Zwellichamen in penis vullen zich met bloed
Bij opwinding van vrouw vullen zwellichamen van clitoris met bloed en maken de vulvalippen vocht. Seks gaat daardoor gemakkelijker
Geslachtsgemeenschap = seks
Bevruchting = als 1 zaadcel een eicel binnengaat. gebeurt in eileider
Bevruchting is mogelijk in de vruchtbare periode
Vruchtbare periode = 3 dagen voor en 1 dag na de ovulatie
Bevruchte eicel deelt zich tot een klompje cellen
Samenvatting
Innesteling = vastgroeien van klompje cellen in de baarmoeder
Eerst is het een embryo, na 8 weken een foetus.
Via de placenta en de navelstreng krijgt de foetus voedingsstoffen
Afvalstoffen worden afgevoerd via navelstreng en placenta
Om de foetus zit een vruchtvlies gevuld met vruchtwater
Zwangere vrouwen krijgen vaak prenataal onderzoek
Echo (beeld maken) bij 13 en 20 weken zwangerschap voor groei en geslacht
NIPT-test: bloed van moeder onderzoeken of baby een aangeboren afwijking heeft.
Maken opgaven 6 t/m 9 van 5.4 op blz 44 t/m 47