Persoonlijke basiszorg- Module 2 Voeding bij ziekte
Leerdoel:
Je kunt benoemen wat de aandachtspunten zijn als een zorgvrager een slechte eetlust heeft.
Je kunt benoemen welke adviezen je geeft aan een zorgvrager met obstipatie of diarree.
Je kunt uitleggen wat de verschillen zijn tussen voedselovergevoeligheid, voedselallergie en voedselintolerantie bij een zorgvrager.
Je kunt uitleggen hoe je slikproblemen bij een zorgvrager herkent en kunt voorkomen.
Je kunt uitleggen hoe je berekent of een zorgvrager ondervoed is.
Persoonlijke basiszorg- Module 2 Voeding bij ziekte
Leerdoel:
Je kunt benoemen wat de aandachtspunten zijn als een zorgvrager een slechte eetlust heeft.
Je kunt benoemen welke adviezen je geeft aan een zorgvrager met obstipatie of diarree.
Je kunt uitleggen wat de verschillen zijn tussen voedselovergevoeligheid, voedselallergie en voedselintolerantie bij een zorgvrager.
Je kunt uitleggen hoe je slikproblemen bij een zorgvrager herkent en kunt voorkomen.
Je kunt uitleggen hoe je berekent of een zorgvrager ondervoed is.
Aandachtspunten
Bij ziekte kan er van alles in het lichaam veranderen. De zorgvrager merkt bijvoorbeeld dat zijn smaak verandert, of dat hij minder speeksel heeft en het slikken moeilijk gaat. Door allerlei oorzaken kan de zorgvrager slechter gaan eten en drinken. Het is belangrijk dat je als verzorgende de inname van voeding goed observeert.
Adviezen bij slechte eetlust
Als de zorgvrager last heeft van slechte eetlust, kun je de volgende adviezen geven:
Neem een kopje bouillon een halfuur voor de maaltijd, dit kan de eetlust opwekken.
Dien de voeding smakelijk op.
Schep niet te grote hoeveelheden op, neem liever vaker kleine hoeveelheden.
Maak de voeding niet vet, want dat geeft snel en lang een vol gevoel.
Zet de voeding zo neer dat het eten gemakkelijk gaat.
Kies lievelingskostjes.
Adviezen bij slechte eetlust
Kies voeding met een friszure smaak, veel mensen vinden dit lekker als ze ziek zijn.
Kies voeding die gemakkelijk te kauwen en door te slikken is, zoals fijngesneden voedsel, puree en yoghurt.
Zorg voor de juiste temperatuur van het voedsel en gebruik bij een langzaam eettempo een warmhoudbord.
Gebruik hulpmiddelen om het eten of drinken te vergemakkelijken, zoals een buigrietje of een drinkbeker.
Drink bij diarree en koorts de eerste dagen veel, vooral bouillon, want die bevat veel zouten; daarna voorzichtig beginnen met normale voeding (mag vezelrijk zijn, pas op met (zoete) melkproducten).
obstipatie
Een veelvoorkomende klacht, vooral bij ouderen, is obstipatie. Oorzaken van obstipatie kunnen zijn:
voeding met te weinig voedingsvezel;
te weinig lichaamsbeweging;
te weinig vocht in de voeding;
ontlasting ophouden;
onregelmatig eten;
een zeer vetarme voeding.
Vezelrijke voeding is belangrijk bij obstipatie.
Waar zitten die vezels in?
volkorenbrood;
volkorenmeel en volkorenproducten als volkorenmacaroni en volkorenspaghetti;
zilvervliesrijst;
groenten, in het bijzonder rauwkost;
fruit, zo mogelijk met schil en pit;
noten (pinda's, cashewnoten);
gedroogde zuidvruchten (tuttifrutti, rozijnen, krenten, pruimen);
peulvruchten (bruine bonen, kapucijners);
vruchtensap met vruchtvlees;
zemelen;
muesli.
Voedselovergevoeligheid
is een verzamelnaam voor allerlei overgevoeligheidsreacties op voedsel. Grofweg is voedselovergevoeligheid te verdelen in twee vormen: voedselallergie en voedselintolerantie. De klachten daarbij zijn heel divers, zoals spugen, buikpijn, krampen, diarree, jeuk op de huid, uitslag op de huid, eczeem, galbulten, verstopte neus, astma en gedragsklachten.
Voedselallergie
Een voedselallergie hangt samen met eiwitten. Het afweersysteem van het lichaam maakt specifieke afweerstoffen aan tegen eiwitten, bijvoorbeeld eiwit uit koemelk of noten. De aanleg voor een voedselallergie is vaak erfelijk. Voedselallergie is te behandelen door de voedingsstof die de allergische reactie oproept, weg te laten uit de voeding.
Voedselintollerantie
en bekend voorbeeld van voedselintolerantie is lactose-intolerantie. Hierbij kunnen de darmen de suiker in de melk niet verteren. De oorzaak is een stoornis in de stofwisseling: de voedingsstof wordt niet goed afgebroken in het lichaam en geeft daardoor klachten. Bij voedselintolerantie gaat het om meer van dit soort ongewenste reacties op voedsel. Het afweersysteem van het lichaam is daar niet bij betrokken.
Slikproblemen
Wanneer een zorgvrager zich verslikt, komt zijn eten of drinken in de luchtpijp terecht. In de meeste gevallen krijgt hij dan een hoestbui. Het eten of drinken in de luchtpijp hoest hij er dan weer uit. Als iemand niet meer kan hoesten of alleen nog heel zwak kan hoesten, komt het eten of drinken terecht in de longen. Daardoor kan longontsteking ontstaan. Probeer slikproblemen te herkennen en rapporteer deze.
ondervoeding
Bij volwassenen is sprake van ondervoeding als zij onbedoeld meer dan 10% gewicht verliezen in zes maanden tijd, of meer dan 5% in een maand. Mensen die afvallen door middel van een dieet, vallen niet onder deze definitie van ondervoeding. Ook een body mass index (BMI) van minder dan 18,5 wordt als ondervoeding beschouwd. Voor ouderen wordt het getal 20 aangehouden.
De BMI is een cijfer, een berekening op basis van gewicht en lichaamslengte. Dit cijfer geeft aan of iemand met zijn gewicht gezondheidsrisico's loopt.
Body Mass index
Bereken je eigen BMI
Meet je lichaamsgewicht (bijvoorbeeld 85 kilo). Meet je lengte (bijvoorbeeld 1,97 meter). Bereken het kwadraat van je lengte (in dit geval: 1,97 meter × 1,97 meter = 3,8809 meter). Deel je lichaamsgewicht door het kwadraat van de lengte (in dit geval: 75 kilo : 3,88.09 meter) en je hebt het cijfer van de BMI, namelijk 21.90. De BMI is dus: 24,21. Een BMI tussen de 18 en 25 is normaal.