6.2 3K

Welkom
Paragraaf 6.2 Kwadratische verbanden
Neem voor je:
Laptop
Rekenmachine

1 / 46
volgende
Slide 1: Tekstslide
WiskundeMiddelbare schoolvmbo k, g, tLeerjaar 3

In deze les zitten 46 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 45 min

Onderdelen in deze les

Welkom
Paragraaf 6.2 Kwadratische verbanden
Neem voor je:
Laptop
Rekenmachine

Slide 1 - Tekstslide

Wat is de periode van deze grafiek?
A
9 sec
B
2 m
C
1,5 m
D
8 sec

Slide 2 - Quizvraag

Wat is GEEN periodiek verband?
A
B
C
D

Slide 3 - Quizvraag

Is dit een periodieke grafiek?
A
Ja natuurlijk
B
Nee!!

Slide 4 - Quizvraag



Is dit een periodiek verband?
A
Nee
B
Ja, een periode duurt 2 min
C
Ja, een periode duurt 3 min
D
Ja, een periode duurt 6 min

Slide 5 - Quizvraag

Wat is minimum
van deze grafiek?
A
2 m
B
1 m
C
1,5 m
D
0,5 m

Slide 6 - Quizvraag

Bepaal en sleep de periode, evenwichtsstand en amplitude naar de juiste waarde.
20
-10
6
Periode
maximum
minimum

Slide 7 - Sleepvraag

Slide 8 - Tekstslide


(3)2
A
6
B
9
C
-9
D
-6

Slide 9 - Quizvraag



52
A
10
B
25
C
-25
D
-10

Slide 10 - Quizvraag


112
A
121
B
110
C
22

Slide 11 - Quizvraag


(10)2=

Slide 12 - Open vraag


142=

Slide 13 - Open vraag


(8)2=

Slide 14 - Open vraag

Lesdoelen
  • Je leert wat een kwadratische formule is 
  • Je leert wat een bergparabool of dal parabool is 
  • Je leert wat een maximum en minimum betekend. 
  • Je leert een symmetrieas tekenen in een parabool. 

Slide 15 - Tekstslide

Kwadratisch verband
Belangrijke begrippen:
  • Kwadratische formule
  • Berg- en dalparabool
  • Top
  • Maximum en minimum



Slide 16 - Tekstslide

Welke grafiek is een kwadratisch verband?
A
B

Slide 17 - Quizvraag

Waarom is dit een
kwadratische verband?

h=3x24
A
Er zit een 3 in
B
Er zit een x in
C
Er zit een kwadraat in
D
Je doet -4 op het eind

Slide 18 - Quizvraag

Parabool
De vorm van de grafiek van een kwadratisch verband noemen we een parabool.

Slide 19 - Tekstslide

Een parabool teken je ....
A
door het eerste en laatste punt te verbinden.
B
met pen en liniaal.
C
uit de losse hand door alle punten heen.

Slide 20 - Quizvraag

Wat is er WAAR over een parabool?
A
is altijd symmetrisch
B
is altijd een kwadratische formule
C
een parabool gaat altijd door de oorsprong
D
wordt altijd vloeiend getekend

Slide 21 - Quizvraag

Vul de tabel in met de formule 
Hoogte in m = -0,5a² + 3a + 1

1
1
3,5
3,5
4,5
4,5
5
5
5,5
6

Slide 22 - Sleepvraag

De grafiek van y=4x² is een ...
A
Lineaire vergelijking
B
Trapjesgrafiek
C
Parabool
D
Vloeiende kromme

Slide 23 - Quizvraag

Het kwadraat van een negatief getal is .....
A
altijd positief
B
altijd negatief
C
soms positief en soms negatief

Slide 24 - Quizvraag

Dal of berg
Een parabool kan een top hebben of een dal.

Dit noemen we een berg  parabool of een dal parabool.

Slide 25 - Tekstslide

kijk naar het getal voor de
-voorbeeld:
-dat getal is negatief
-onthoud dat er een negatieve smiley bij hoort
- de vorm van zijn mond zegt dat het een BERG parabool is
een berg parabool
x2
y=x2

Slide 26 - Tekstslide

kijk naar het getal voor de
-voorbeeld:
-dat getal is positief
-onthoud dat er een positieve smiley bij hoort
- de vorm van zijn mond zegt dat het een DAL parabool is
een dal parabool
x2
y=x2

Slide 27 - Tekstslide

Welke vorm heeft de grafiek?
A
Dal parabool
B
Berg parabool

Slide 28 - Quizvraag

Sleep de formule naar de juiste parabool

Slide 29 - Sleepvraag

y = x² - 2x is een dal parabool.


y = -2x² + 6 is een bergparabool.


y= -x² - 2 is een dal parabool.
Denk je dat het klopt zet een groen vinkje, denk je dat het fout is zet een rood kruisje

Controleer de volgende beweringen
?
?
?

Slide 30 - Sleepvraag

Is dit een berg- of dal parabool?
A
Berg
B
Dal
C
Weet je niet
D
Rechte lijn

Slide 31 - Quizvraag


Wat voor parabool is dit?
A
Dalparabool
B
Bergparabool

Slide 32 - Quizvraag


Wat voor parabool is dit?
A
Dalparabool
B
Bergparabool

Slide 33 - Quizvraag

wat is de top van de parabool?
A
(3, 10)
B
(10,3)
C
(3,9)
D
(9,3)

Slide 34 - Quizvraag

Bij welke van onderstaande formules horen bergparabolen?
A
n=5t+3t2
B
n=5t3t2
C
w=3,4t2250
D
w=3,4t2+250

Slide 35 - Quizvraag

1. y = x² + 4
2. y = -x + 10
A
1 is een bergparabool 2 is een dalparabool
B
1 is een dalparabool 2 is een lineaire grafiek
C
1 is een bergparabool 2 is een lineaire grafiek
D
1 is een lineaire grafiek 2 is een dalparabool

Slide 36 - Quizvraag

Opdrachten maken
Je kan nu aan de slag in Online Getal & Ruimte
6.2 Kwadratische verbanden


Slide 37 - Tekstslide

Wat vind je nog moeilijk aan deze les?

Slide 38 - Open vraag

Wortelverbanden.


In deze formule zie je een wortel-teken. Daarom is dit een wortelverband.

Bij een wortelverband kun je een grafiek tekenen. De grafiek is een vloeiende kromme.

Slide 39 - Tekstslide

Wat is het bedrag bij 200 lampen?
Rond af op hele euro's.

Slide 40 - Open vraag

Wat is
77+4

Slide 41 - Open vraag

Wat is
35+65

Slide 42 - Open vraag

Wat is
12+24

Slide 43 - Open vraag

Gegeven formule

Wat moet op ? staan
(rond af op één decimaal

2+x
x
0
1
2
y
?

Slide 44 - Open vraag

Gegeven formule

Wat moet op ? staan
(rond af op één decimaal

4x
x
0
1
2
y
?

Slide 45 - Open vraag




Gegeven formule


Wat moet op ? staan (rond af op één decimaal

2x
x
0
1
2
y
?

Slide 46 - Open vraag