Präpositionen, Imperativ, het woordje 'er'

Präpositionen, Imperativ, het woordje 'er'
1 / 23
volgende
Slide 1: Tekstslide
NederlandsSecondary EducationAge 13

In deze les zitten 23 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

Onderdelen in deze les

Präpositionen, Imperativ, het woordje 'er'

Slide 1 - Tekstslide

zum Bahnhof

Slide 2 - Open vraag

an der Ampel

Slide 3 - Open vraag

am Park entlang

Slide 4 - Open vraag

durch den Tunnel

Slide 5 - Open vraag

über die Brücke

Slide 6 - Open vraag

in der Nähe der Kirche

Slide 7 - Open vraag

Herhaling Imperativ
Lees in je schrift over de imperatief.

Slide 8 - Tekstslide

Vorm de Imperatief
1. An der gracht entlang gehen - Ga langs de gracht.
2. Bei der zweiten Ampel rechts abbiegen 
3. um die Ecke gehen
4. Am Kreisverkehr geradeaus gehen
5. durch den Tunnel gehen
6. über die Brücke gehen

Slide 9 - Tekstslide

Übersetzen

Slide 10 - Tekstslide

Entschuldigung, können Sie mir helfen?

Slide 11 - Open vraag

Können Sie mir sagen, wie ich zum Bahnhof komme?

Slide 12 - Open vraag

Haben Sie eine Karte für mich?

Slide 13 - Open vraag

Die habe ich zufällig bei mir.

Slide 14 - Open vraag

Het woordje 'er'
Lees in je wb. p. 73 (Das Adverb er als Ortsangabe).

Slide 15 - Tekstslide

zum Bahnhof

Slide 16 - Open vraag

an der Ampel

Slide 17 - Open vraag

am Park entlang

Slide 18 - Open vraag

durch den Tunnel

Slide 19 - Open vraag

über die Brücke

Slide 20 - Open vraag

in der Nähe der Kirche

Slide 21 - Open vraag

Herhaling Imperativ
Lees in je schrift over de imperatief.

Slide 22 - Tekstslide

Vorm de Imperatief
1. An der gracht entlang gehen - Ga langs de gracht.
2. Bei der zweiten Ampel rechts abbiegen 
3. um die Ecke gehen
4. Am Kreisverkehr geradeaus gehen
5. durch den Tunnel gehen
6. über die Brücke gehen

Slide 23 - Tekstslide