DE 3W'S | Les 2 De Wie

DE 3 W's | LES 2
De WIE
1 / 19
volgende
Slide 1: Tekstslide
DramaMBOMiddelbare schoolmavo, havo, vwoLeerjaar 1-3Studiejaar 1

In deze les zitten 19 slides, met tekstslides.

time-iconLesduur is: 80 min

Onderdelen in deze les

DE 3 W's | LES 2
De WIE

Slide 1 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

OPWARMER | NAMENBAL
Onze afspraken tijdens drama
  • Telefoons weg (in je kluisje of tas).
  • Luister naar elkaar en praat er niet doorheen.
  • Ga voorzichtig om met elkaar en ons materiaal.
  • Blijf bij je groepje en werk samen aan de opdracht.
  • Heb respect voor elkaar.

Heeft de docent een hand omhoog? = wees stil en luister naar de uitleg.

Slide 2 - Tekstslide

Bespreek kort de regels van drama.
Tijdens de vorige les heeft elke klas afspraken met elkaar gemaakt. Dit is een samenvatting van alle afspraken.
Transformatie

Slide 3 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Wat gaan wij deze les doen?
  • Leren wat de 3 W's zijn.
  • De waar duidelijk maken in spel, door ons werkinstrument bewust te gebruiken.

Slide 4 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Wat is de ‘Wie’?
De rol die je speelt. Dit maak je duidelijk in:
  • Fysiek: Hoe beweegt dit personage zich?
  • Mimiek: Hoe kijkt dit personage, wat vindt ie?
  • Stem: Hoe klinkt dit personage?

Transformatie: Van jezelf transformeren naar een personage

Slide 5 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Wat gaan wij deze les leren?
  • 'Hoe' je speelt heeft te maken met 'wie' je speelt'
  • De wie doet wat met jouw manier van bewegen, spreken en doen.

Slide 6 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Warming-Up: Wie doet wat
  • Kies een Waar.
  • Wie kunnen er op deze locatie zijn?
  • Wat kan er op deze locatie gebeuren?

Slide 7 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Warming-Up: Wie doet wat
- Je krijgt een handeling en locatie.
- Bespreek kort welke personages hier zijn.
- Beeld uit hoe deze personages deze handeling zouden uitvoeren.

Slide 8 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Warming-Up: Wie doet wat
- Je krijgt een handeling en locatie.
- Bespreek kort welke personages hier zijn.
- Beeld uit hoe deze personages deze handeling zouden uitvoeren.

  • Het strand - insmeren.

  • Een museum - kunst bekijken.

  • De sportschool - sporten.

  • De golfbaan - golven.

  • De discotheek - dansen.

Slide 9 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Warming-Up: Wie doet wat
- Je krijgt een handeling en locatie.
- Bespreek kort welke personages hier zijn.
- Beeld uit hoe deze personages deze handeling zouden uitvoeren.

Wat voor invloed heeft het personage op de manier waarop je de handeling uitbeeld?

Slide 10 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Speloefening: Stemmen

Slide 11 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Speloefening: Stemmen
  • Spreek af wie A en B is. 1 groep begint op de vloer.
  • Luister goed naar de stem en beschrijving. Transformeer naar een personage die jij goed vindt passen.
  • Op teken mag jij je aan je tweetal voorstellen met een eigen naam.

Slide 12 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Speloefening: Personage marathon

Slide 13 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Speloefening: Personage marathon
  • Begin met je rug naar je tweetal. Verzin een personage die goed bij de hoed past.
  • Op teken draai je om en transformeer je naar je personage.
  • Je stelt je voor met het volgende:
    - Nieuwe naam en leeftijd.
    - Wat je wel/niet leuk vind als personage. 

Slide 14 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Speloefening: Catwalk
  • Bedenk een personage die past bij de hoed.
  • Hoe beweegt, kijkt en klinkt dit personage?
  • Loop over de catwalk en stel je voor met je..:
    - Voor en achternaam.
    - Hobby.

Slide 15 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Speloefening:
Catwalk
  • Bedenk een personage die past bij de hoed.
  • Hoe beweegt en kijkt dit personage?
  • Loop over de catwalk en eindig in een houding die past bij je personage.

Slide 16 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Spelopdracht: De lift
  • Bedenk een personage die past bij de hoed.
  • Hoe beweegt, kijkt en klinkt dit personage?
  • Loop over de catwalk en stel je voor met je..:
    - Voor en achternaam.
    - Hobby.

Slide 17 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Spelopdracht: De lift
  • Transformeer tot een personage. Maak met je fysiek, mimiek en stem duidelijk wie je bent.

  • Kom de lift in met een reden die past bij jouw personage.

  • De 2 personages in de lift hebben een kort dialoog.

Slide 18 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

OPWARMER | NAMENBAL
Afronding les 2 
      
Waarom is de 'Wie' belangrijk in een scène?
  • De rol die je speelt, vaak een personage genoemd, doet wat met jouw manier van spelen.

  • Wat wordt bedoeld met een transformatie?
  • Van jezelf transformeren of veranderen naar een personage in je fysiek, mimiek en stem.

Slide 19 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies