Herhaling H4 + H8 (les 1)

Herhaling H4 & H8
Lesplanning
  1. Planning herhaling
  2. Klassikaal herhaling snelheid
  3. Oefenopgaven onderdeel 1 maken
  4. Klassikaal remweg
1 / 30
volgende
Slide 1: Tekstslide
NatuurkundeMiddelbare schoolvwoLeerjaar 2

In deze les zitten 30 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 120 min

Onderdelen in deze les

Herhaling H4 & H8
Lesplanning
  1. Planning herhaling
  2. Klassikaal herhaling snelheid
  3. Oefenopgaven onderdeel 1 maken
  4. Klassikaal remweg

Slide 1 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Lesdoelen
Aan het einde van de les... 
  • kan  je km/h omrekenen naar m/s en andersom;
  • de eenheden en symbolen van snelheid, afstand en tijd;
  • kan je rekenen met de formule v = s /t.

Slide 2 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Planning herhaling
Les
Inhoud
1
snelheid & remweg
3
geluidssnelheid & echo
3
Trillingen in beeld & toonhoogte
4
Vragenrondje + oefenen

Slide 3 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Het symbool voor snelheid is ...
A
v
B
s
C
t
D
a

Slide 4 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Het symbool voor tijd is ...
A
v
B
s
C
t
D
a

Slide 5 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Het symbool voor afstand is ...
A
v
B
s
C
t
D
a

Slide 6 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

v(m/s)=t(s)s(m)
v(km/h)=t(h)s(km)
de 
formule

Slide 7 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Mario rent 12 s lang met een snelheid van 6 m/s. Bereken hoeveel afstand hij heeft afgelegd.
A
0,5 m
B
2 m
C
72 m
D
100 m

Slide 8 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies



Mario rent 12 s lang met een snelheid van 6 m/s. Bereken hoeveel afstand hij heeft afgelegd.
v(m/s)=t(s)s(m)
6=12s(m)
s=612=72m

Slide 9 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

uur - minuten - seconden

1 min = 60 seconden
 

Slide 10 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

uur - minuten - seconden

1 uur = 60 min = 3600 s


Slide 11 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

2 uur en 23 minuten = ... seconden
A
1500 s
B
8028 s
C
8580 s
D
9000 s

Slide 12 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

2 uur en 23 minuten = ... s
  • 2 h = 120 min
  • 120 + 23 = 143 min
  • 123 min = 8580 s

Slide 13 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Voorbeeldopgave
Eliud Kipchoge liep in 2018 het wereldrecord op de marathon (42,2 km). Hij liep de marathon in 2:01:39.

Bereken zijn gemiddelde snelheid in m/s. 
  • s = 42,2 km = 42 200 m
  • tijd
      2 uur = 120 min = 7200 s
                          1 min  =      60 s
                                                39 s
                                           ________ +
                                           7299 s
  • v = s / t 
  • v = 42 200 / 7299 =5,8 m/s

Slide 14 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Een sportauto legt op een circuit in
6 minuten 20,2 km af. Bereken de snelheid in km/uur?
A
150
B
202
C
220
D
350

Slide 15 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

t = 6 minuten = 0,1 h
s = 20,2 km
v = ?
v(km/h)=t(h)s(km)
v=0,120,2=202km/h

Slide 16 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Een fietser rijdt 22 minuten lang met een constante snelheid. De snelheidsmeter geeft aan dat de fietser 24 km/h rijdt. Bereken welke afstand de fietser heeft afgelegd.
A
1,1 km
B
3,6 km
C
5,28 km
D
8,8 km

Slide 17 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies


Een fietser rijdt 22 minuten lang met een constante snelheid. De snelheidsmeter geeft aan dat de fietser 24 km/h rijdt. Bereken welke afstand de fietser heeft afgelegd.

  • v = 24 km/h 
  • t = 22 min = 0,3667 h

  • s (km) = v (km/h) * t (h)
  •  s = 24 * 0,3667 = 8,8 km

Slide 18 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Tom fietst in 10 minuten met een snelheid van 45 km/h. Welke afstand legt Tom af?
A
7,5
B
4,5
C
10
D
12

Slide 19 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

t = 10 minuten = 0,167 h
v = 45 km/h
s = ?
v(km/h)=t(h)s(km)
45=0,167s(km)
s=0,16745=7,5km

Slide 20 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 21 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

De maximumsnelheid voor verkeer binnen de bebouwde kom is 50 km/h. Reken dit om naar m/s.
A
14 m/s
B
36 m/s
C
50 m/s
D
180 m/s

Slide 22 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Een sprinter rent de honderd meter met een gemiddelde snelheid van 10 m/s.
Reken dit om naar km/h.
A
2,8 km/h
B
10 km/h
C
36 km/h
D
40 km/h

Slide 23 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Aan de slag
timer
10:00
  • Opgaven herhaling H4 & H8
  • Onderdeel 1 
  • Kies je eigen niveau (👌 💪 💫 ) en maak de bijbehorende opgaven.
  • Maak de opgaven in het document.
  • De opdracht staat in classroom onder schoolwerk 

Slide 24 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Hoe gingen de opgaven? Welke opgave wil je klassikaal bespreken?

Slide 25 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Slide 26 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

sreactie=vbegint
srem=21vbegintrem

Slide 27 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Voorbeeld:
Bereken de stopafstand met gegevens uit de grafiek.
<----- reactie ----->
<-------------- remmen ------------->

Slide 28 - Tekstslide

Uitwerken in kladblad

a) reactietijd =  ...... s

b) reactieafstand =  ...... m

c) stopafstand = ...... m

1,0
4,7
24
0,7
17
65
83

Slide 29 - Sleepvraag

Deze slide heeft geen instructies

Lesdoelen
Aan het einde van de les... 
  • kan  je km/h omrekenen naar m/s en andersom;
  • de eenheden en symbolen van snelheid, afstand en tijd;
  • kan je rekenen met de formule v = s /t.

Slide 30 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies