reading (leesvaardigheid)

skills reading
learning objectives: 

- students expand their vocabulary
- students can use reading strategies


1 / 16
volgende
Slide 1: Tekstslide
EngelsVoortgezet speciaal onderwijs

In deze les zitten 16 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 45 min

Onderdelen in deze les

skills reading
learning objectives: 

- students expand their vocabulary
- students can use reading strategies


Slide 1 - Tekstslide

leeshouding: hoe sta jij tegenover lezen? Vindt je het leuk, lees je vaak, wat lees je dan vooral?

Slide 2 - Open vraag

woordenschat? Hoe groot is je woordenschat? Kun je woorden makkelijk vertalen of begrijp je t in het algemeen?

Slide 3 - Open vraag

reading strategies
1) oriënterend lezen = opvallende delen lezen
- denk aan titels, kopjes, 
- inzetjes/ stukjes tekst in ander lettertype
- illustraties, foto's ed


Slide 4 - Tekstslide

reading strategies
2) globaal lezen = oppervlakkig lezen
- je achterhaalt alleen de belangrijkste informatie
- je leest titel + tussenkopjes
- je leest inleiding en slot
- je leest ELZA = eerste en laatste zin in alinea
- opsomming

Slide 5 - Tekstslide

reading strategies
3) intensief lezen = gericht op zoek naar antwoorden
- de tekst secuur lezen
- van te voren de vraag/ vragen al gelezen hebben daarna de tekst zodat je gericht het antwoord kan vinden

Slide 6 - Tekstslide

reading strategies
4) zoekend/ scannend lezen
- de tekst snel doorlezen
- gericht op specifiek woord/ woordgroep
- daarna de zinnen om deze woorden heen beter lezen
- zodat je vragen kunt beantwoorden

Slide 7 - Tekstslide

Reading instructions:

lees-strategieën = helpen de lezer om zo efficiënt mogelijk mogelijk informatie uit tekst te halen

tekstdoel = geeft indicatie van tekstsoort en wat de bron er mee wil

tekst structuur = geeft aan wat voor soort informatie je er kan vinden:
- inleiding = globaal
- middenstuk = deelonderwerpen/ argumenten/ uitleg/ verdiepende info
- slot = conclusie / belangrijkste informatie wordt kort herhaald.

moeilijke woorden: 
- lijkt het woord op een een woord uit een andere taal, weet je deel van het woord wel, kun je afleiden uit de woorden/ zinnen eromheen wat het zou kunnen betekenen, tot slot opzoeken in een woordenboek

Slide 8 - Tekstslide

reading instructions: 

signaalwoorden: 
* reden/ oorzaak      ( as - because - for - since)
* tegenstelling         ( although - besides - but - however - still)
* doel                          ( in order to - so that - to)
* voorwaarde            ( if - if only - provided - unless)
* tijd                            ( after - as - before - meanwhile - once - since)
* gevolg                     ( after all - as a result - consequently)
* uitbreiding            ( and - besides - too - also - even - in addition)
* vergelijking           ( as well as - for example - likewise - similarly)  

Slide 9 - Tekstslide

reading instructions

tekstsoorten: 
* handleiding - gebruiksaanwijzing
* informerend artikel
* beschouwingen ( feiten + meningen om te overtuigen)
* recensies ( feiten + meningen geven)
* ingezonden brief - commentaar
* advertenties en reclames (zetten aan tot handelen) 

Slide 10 - Tekstslide

reading instructions

tekst toon:
- bewonderend = fan van iets, vindt iets fantastisch
- bezorgd = ziet (grote) problemen
- onverschillig = kan het niet schelen of iets wel/ niet gebeurd of er is
- spottend = lacht iets/ iemand uit, neemt het op de hak
- woedend = erg boos om iets, verontwaardigd

Slide 11 - Tekstslide

Slide 12 - Tekstslide

Slide 13 - Link

Slide 14 - Link

Slide 15 - Link

Wat vond je van de teksten?
Omschrijf je mening.

Slide 16 - Open vraag