Hoofdstuk 11: Criminaliteitsbeleid

Criminaliteit
Hoofdstuk 11 (b)
Hoofdstuk 9 (k)

Criminaliteitsbeleid
1 / 31
volgende
Slide 1: Tekstslide
MaatschappijkundeMiddelbare schoolvmbo b, kLeerjaar 4

In deze les zitten 31 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 3 videos.

Onderdelen in deze les

Criminaliteit
Hoofdstuk 11 (b)
Hoofdstuk 9 (k)

Criminaliteitsbeleid

Slide 1 - Tekstslide

Leerdoelen
Aan het eind van deze les kun je:

- Benoemen welke verschillende beleidsterreinen er zijn
- Toelichten wat het verschil is tussen repressie en preventie 

Slide 2 - Tekstslide

Preventie en repressie 
1. Schrijf per begrip alles op wat in je opkomt 

2. ga naar google afbeeldingen 
type in: -Preventie politie
                 -Repressie politie

3. Wat zie je op de afbeeldingen ?

4. Wat denk je dat de begrippen nu betekenen?

Slide 3 - Tekstslide

Manieren waardoor criminaliteit verminderd kan worden:

1. Repressie= bestrijden

2. Preventie= voorkomen

Slide 4 - Tekstslide

Slide 5 - Video

Verschillende beleidsterreinen:
  • Preventief beleid

  • Opsporingsbeleid

  • Vervolgingsbeleid

  • Gevangenisbeleid

  • Jeugdbeleid

Slide 6 - Tekstslide

1. Preventief beleid
  • Voorlichting geven

  • Woonwijken onderhouden

  • Sociale controle vergroten

  • Zorgen voor gelijke kansen

Slide 7 - Tekstslide

2. opsporingsbeleid
  • Prioriteiten= welke vormen van criminaliteit moeten vooral worden aangepakt?

  • georganiseerde misdaad/terreur

  • Afspraken  maken: Welke middelen mogen gebruikt worden?

Slide 8 - Tekstslide

3.Vervolgingsbeleid
  • Afspraken maken over de manier van vervolgen

  • Voorbeeld: snelrecht              = lik-op-stukbeleid

  • gedoogbeleid drugs 

Slide 9 - Tekstslide

4.Gevangenisbeleid
  • Afspraken over de behandeling + opvang 

  • Nieuw= meerdere personen per cel

Slide 10 - Tekstslide

5. Jeugdbeleid
  • Meer toezicht+controle

  • vaker zinvolle straffen- Halt

  • Aandacht voor onderwijs

  • Banenplannen

Slide 11 - Tekstslide

Slide 12 - Video

Wat is een voorbeeld van een preventieve maatregel ?
A
Meer camera's ophangen
B
meer boetes uitdelen
C
verdachte langer vasthouden

Slide 13 - Quizvraag

Wat betekent snelrecht?
A
Een korte rechtzaak
B
Een boete van de politie
C
Sommige feiten kunnen snel bestraft worden

Slide 14 - Quizvraag

Wat doet bureau Halt?
A
Jongeren vervolgen
B
Jonge criminelen bestraffen
C
Jongeren heropvoeden

Slide 15 - Quizvraag

Wat is repressie?
A
criminaliteit bestrijden
B
criminaliteit gedogen
C
criminaliteit voorkomen

Slide 16 - Quizvraag

Criminaliteit
Hoofdstuk 11 (b)
Hoofdstuk 9 (k)

Criminaliteitsbeleid

Slide 17 - Tekstslide

Leerdoelen
Aan het eind van deze les kun je:

- Benoemen welke organen op landelijk en gemeentelijk niveau betrokken zijn bij het bestrijden en voorkomen van criminaliteit
- Toelichten hoe verschillende politieke partijen denken over de oplossing voor criminaliteit 

Slide 18 - Tekstslide

Preventie door:
  • Bedrijven

  • Winkeliers

  • Scholen

  • Wijken

Slide 19 - Tekstslide

Slide 20 - Video

Wie bepalen dit dan?

2 niveau's:

- Landelijk
- Gemeentelijk

Slide 21 - Tekstslide

Landelijk
  • Regering+ parlement

  • Openbaar Ministerie + politie

  • Rechters

Slide 22 - Tekstslide

Slide 23 - Tekstslide

Slide 24 - Tekstslide

Slide 25 - Tekstslide

Gemeentelijk
  • Gemeenteraad

  • Burgemeester 

Slide 26 - Tekstslide

Gemeenteraad 
  • Mag alleen overtredingen strafbaar stellen 

  • Voorbeeld= demonstratieverbod of blowverbod 

Slide 27 - Tekstslide

2. Burgemeester
  • Verantwoordelijk voor de openbare orde 

  • Werkt samen met de politiecommissaris + OvJ
      =driehoeksoverleg

Slide 28 - Tekstslide

Wat vindt de politiek?
Linkse partijen= vooral preventieve maatregelen nemen

Christelijke partijen= de omgeving is belangrijk (gezin, school)

Rechtse partijen= repressie/ zwaardere straffen + meer bevoegdheden voor de politie

Slide 29 - Tekstslide

De basis van een veilige samenleving wordt thuis gelegd
A
links
B
christelijk
C
rechts
D
allemaal

Slide 30 - Quizvraag

Wij vinden dat we keihard moeten optreden tegen criminaliteit
A
links
B
christelijk
C
rechts
D
allemaal

Slide 31 - Quizvraag