09.02 22 Unit 4 Lesson 4.1 Recap

1 / 40
volgende
Slide 1: Tekstslide
EngelsMiddelbare schoolvmbo b, k, tLeerjaar 3

In deze les zitten 40 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 30 min

Onderdelen in deze les

Slide 1 - Tekstslide

10 February 2022

Slide 2 - Tekstslide

Afspraken
  • Als je iets wilt zeggen, steek je je hand op
  • Je luistert en bent dus stil
  • Je werkt mee
  • Je schrijft mee in je schrift/werkboek/Chromebook
  • Je kletst niet mee met je klasgenoten

Slide 3 - Tekstslide

Plan
Unit 4
  • Recap words 4.1
  • Recap Grammar 4.1
  • Future Tense (will - won't)
  • Comparisons
        (big-bigger-the biggest)
  • Homework

Slide 4 - Tekstslide

My goal - our goals
I know how to use "Future" and the new words
I know how to make "comparisons"
in English ( big-bigger-the biggest)


Slide 5 - Tekstslide

Slide 6 - Tekstslide

Slide 7 - Link


Future

Slide 8 - Tekstslide

Slide 9 - Tekstslide

FUTURE  (Will - Won't)
'Will' wordt gebruikt om iets aan te bieden, iets te beloven of om voorspellingen te maken.

Je kunt  'Will" samentrekken tot ...`ll.

Slide 10 - Tekstslide

beloftes/ aanbiedingen/ snelle beslissingen/ voorspellingen

Slide 11 - Tekstslide

Future: WILL 
Wanneer je over de toekomst praat, kun je "will" gebruiken.  

Je gebruikt will + het hele werkwoord wanneer je over de toekomst praat.  
We will be back soon. 
I will help you with your homework. 
Jane will tell you everything. 

Slide 12 - Tekstslide

Future: SHALL
Je gebruikt  Shall  in vragen (???) over de toekomst met
 I   &  We. 

Shall I help you? 
When shall we meet?

Slide 13 - Tekstslide

Future = will
Shall I read ?
will you swim?
will he write?
Shall we  sing?
Will you dance?
Will they  walk ?

Slide 14 - Tekstslide

Mike___________ turn sixteen next June.
Future + will / shall: we / shall + hele werkwoord
will
shall

Slide 15 - Sleepvraag

John ___________ tell you what to do.
Future + will / shall: we / shall + hele werkwoord
will
shall

Slide 16 - Sleepvraag

___________ I help you with your homework?
Future + will / shall: we / shall + hele werkwoord
Will
Shall

Slide 17 - Sleepvraag


    The weather ________ be sunny and dry tomorrow.

    Marc ________ join us for dinner, he's not hungry.

   _______ we meet at eight on Friday?

     Maybe they _______ give you you money back if you ask nicely.
will
won't
shall
will

Slide 18 - Sleepvraag

Welke ontkennende zin is goed?(2)
A
My cousin will do it.
B
My cousin won't do it.
C
My cousin will not do it,
D
Will my cousin not do it?

Slide 19 - Quizvraag

Welke ontkennende zin is goed? (2)
A
I promise I will tell anyone.
B
I promise I won't tell anyone.
C
I promise I will not tell anyone.
D
I promise shall I not tell anyone?

Slide 20 - Quizvraag

Welke ontkennende zin is goed?(2)
A
Just wait. I will be long
B
Just wait. I won't be long.
C
Just wait. I will not be long.
D
Just wait. Shall I not be long?

Slide 21 - Quizvraag

Vul jij de juiste vorm in?
I know your teacher _____ you.
(will / help)

Slide 22 - Open vraag

Vul jij de juiste vorm in?
I don't think my sister _____ us next month.
(will / visit)

Slide 23 - Open vraag

Vul jij de juiste vorm in?
_____ we _____ your options tonight?
(will of shall / discuss)

Slide 24 - Open vraag

Vul jij de juiste vorm in?
Mum hopes her leg _____ after the operation.
(will / heal)

Slide 25 - Open vraag

Vul jij de juiste vorm in?
_____ I _____ a DVD player for the lesson?
(will of shall / get)

Slide 26 - Open vraag

Comparisons 
Vergelijkingen

Slide 27 - Tekstslide

big - bigger - biggest

  1. Jij bent groot.    big
  2. Ik ben groter.     bigger
  3. Hij is het grootst.  biggest

Bij woorden met 1 lettergreep
er - est 

Slide 28 - Tekstslide

Slide 29 - Tekstslide

Uitzonderingen:


Slide 30 - Tekstslide

Comparisons: "gelijk aan/even"
+ as .... as
James is as big as Ben. (James is even groot als Ben)
- not as .... as
James is not as smart as Ben. (James is niet even slim als Ben)

Slide 31 - Tekstslide

Nike is ..............(cheap) than Gucci.
A
cheaper
B
cheapest
C
more cheap
D
most cheap

Slide 32 - Quizvraag

Henry is .........(lazy) than a fish.
A
lazyer
B
lazier
C
laziest
D
most lazy

Slide 33 - Quizvraag

Tina is the ..............beautiful woman on earth.
A
beautifulest
B
beautifuler
C
more beautiful
D
most beautiful

Slide 34 - Quizvraag

She is ......................................(successful) than the president of America.
A
successfullest
B
successfuler
C
more successful
D
most successful

Slide 35 - Quizvraag

Today was _______ als gisteren.
(niet zo goed (good) als)😒

Slide 36 - Open vraag

It's _______ important _______ shopping.
(net zo belangrijk (important) als)😒

Slide 37 - Open vraag

Let's practise
ChromeBook - Unit 4 - 
Lesson 4.1 - 1 Reading
PractiseMore

Slide 38 - Tekstslide

I know how to use "Future" and the new words
I know how to make "comparisons"
in English ( big-bigger-the biggest)
Yes
No
Almost

Slide 39 - Poll

Homework

Tuesday 15 February, 4th Hour
Leren: Unit 4, Lesson 1 - Words 4.1,  page 9
Maken: Basis/Kader 
PractiseMore 4.1

Slide 40 - Tekstslide