4.1 Leven op het platteland (boek 1b)

Leven op het platteland
4.1
1 / 26
volgende
Slide 1: Tekstslide
GeschiedenisMiddelbare schoolvwoLeerjaar 1

In deze les zitten 26 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 60 min

Onderdelen in deze les

Leven op het platteland
4.1

Slide 1 - Tekstslide

Voorkennis testen

Slide 2 - Tekstslide

Waarover gaat paragraaf 1?
A
het leenstelsel
B
het hofstelsel
C
ridders en monniken
D
de splitsing van het Romeinse Rijk

Slide 3 - Quizvraag

Wat zijn horige boeren?
A
onvrije boeren
B
machtige boeren
C
vrije boeren
D
slaven

Slide 4 - Quizvraag

Wat is autarkie?
A
een chaotische bestuursperiode
B
een bestuur met een tiran of dictator
C
alles zelf maken: kleding, gereedschappen, etc.
D
zelfvoorzienend leven

Slide 5 - Quizvraag

Wat is een domein volgens paragraaf 1?
A
een ander woord voor 'eigendom'
B
een groot gebied in bezit van heer
C
een gebied waar de adel kon jagen
D
een land

Slide 6 - Quizvraag

Wat is GEEN gevolg van de val van het Romeinse Rijk?
A
plunderingen Romeinse steden
B
mensen gaan op het platteland leven
C
de handel over lange afstanden nam toe
D
er kwamen kleine koninkrijken

Slide 7 - Quizvraag

Kijk
goed

Slide 8 - Tekstslide

Deze afbeelding past bij de val van het Romeinse Rijk en het begin van de middeleeuwen, omdat....

Slide 9 - Open vraag

Gevolgen val Romeinse Rijk
- Geen centraal bestuur 
- Geen onderhoud wegen 
- Geen bescherming Romeins leger
> steden geplunderd (volksverhuizingen)
> platteland onveilig (oorlogen en rovers)
> handel verdwijnt
>>> stedelingen naar platteland (onveilig & geen werk)

Slide 10 - Tekstslide

Voordelen platteland
- Middel van bestaan 
> autarkie/ zelfvoorzienend leven
> enige manier om te overleven
> stukje grond en boerderij op domein

- veiligheid
> bescherming machtige heer: rijke boer of ridder
> kasteel of versterkte boerderij op domein

Slide 11 - Tekstslide

Uit welke delen bestond een domein?

Slide 12 - Open vraag

Domein > 3 delen
1. vroonhof > huis en land vd heer
2. hoeveland > boerderijen en akkers
3. woeste gronden > bossen, meren, etc.

Slide 13 - Tekstslide

Slide 14 - Tekstslide

vraag 3: hoe zijn domeinen ontstaan?
1 reden hoort er NIET bij.
A
Zonen van machtige boeren erfden het land
B
Als beloning van de vorst voor ridders
C
Het volk had een machtige landheer nodig
D
Vorsten hadden ridders als bestuurders nodig

Slide 15 - Quizvraag

Hofstelsel
economisch systeem > ruil tussen heer en boer

  • heer geeft boer:
- grond (boerderij) en bescherming
  • boer geeft heer:
- deel oogst
- klussen of dient in leger heer

Slide 16 - Tekstslide

Waarom heet dit het hofstelsel?
A
het hof is een stuk bebouwd land of tuin
B
het systeem was hoffelijk naar de boeren
C
het was een koninklijk systeem

Slide 17 - Quizvraag

De boeren werkten op het land. Welke werkzaamheden waren in elke maand?
april
juni
september
december
vee slachten
eerste gras maaien
schapen scheren
zaaien

Slide 18 - Sleepvraag

Hoeveel verschillen kun je bedenken tussen landbouw in de middeleeuwen en nu? (gebruik ook vraag 7)

Slide 19 - Open vraag

Vrije boeren en horigen
vergelijken

Slide 20 - Tekstslide

Noem een overeenkomst en een verschil tussen een vrije boer en een horige boer op een domein.

Slide 21 - Open vraag

Vrije boeren

- grond en boerderij
- eigen beslissingen nemen
- pacht (deel oogst) betalen aan de heer
- dienen in het leger van de heer 
- eigen wapenuitrusting kopen




Horigen

- grond en boerderij - niet zonder toestemming verlaten
- pacht (deel oogst) betalen aan de heer
- herendiensten doen (klussen op land van de heer)
- bescherming van de heer

Slide 22 - Tekstslide

Zou je liever een vrije boer of een horige zijn geweest als je deze vergelijking ziet?
vrije boer
horige

Slide 23 - Poll

vraag 10

Slide 24 - Tekstslide

8 Welke uitvinding hoort bij welke landbouwverbetering?
sneller werken 
voorkomen gronduitputting
meer vruchtbare grond omhoog halen
Drieslagstelsel
IJzeren (keer)ploeg
trekpaard

Slide 25 - Sleepvraag

Wat heb je geleerd over
de economie in de
vroege middeleeuwen?

Slide 26 - Woordweb