Atomen - Introductie

H8 - Atomen en straling
Ga rustig zitten
Je jas en telefoon zijn aan de kapstok / in de kluis
Je boek en pen liggen op tafel
Op de iPad in LessonUp
1 / 21
volgende
Slide 1: Tekstslide
NatuurkundeMiddelbare schoolmavoLeerjaar 3

In deze les zitten 21 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 2 videos.

Onderdelen in deze les

H8 - Atomen en straling
Ga rustig zitten
Je jas en telefoon zijn aan de kapstok / in de kluis
Je boek en pen liggen op tafel
Op de iPad in LessonUp

Slide 1 - Tekstslide

Straling - waar denk
je dan aan?

Slide 2 - Woordweb

Straling = energie die zich verplaatst.
Licht is straling, net als infrarood of ultraviolet.

Radioactieve straling is waar het gevaarlijk wordt.
Het begint allemaal bij atomen.

Slide 3 - Tekstslide

Wat gaan we leren?
Je kunt beschrijven hoe atomen zijn opgebouwd uit drie verschillende kleinere deeltjes.

Je kunt het verschil toelichten tussen de moleculen van een verbinding en van een element.

Slide 4 - Tekstslide

Slide 5 - Video

Sommige atomen zijn radioactief. Ze vallen uit elkaar en daarbij komt heel krachtige straling vrij.

Die straling is zo sterk dat het schade aan je DNA toe kan brengen, net als UV-straling.

Slide 6 - Tekstslide

3

Slide 7 - Video

00:48
Waarom wordt deze 'sarcofaag' gebouwd?

Slide 8 - Tekstslide

01:39
Waarom konden de mensen uit Pripyat niet terug naar huis?

Slide 9 - Tekstslide

02:33
Waarom hoor je een tikkend geluid terwijl de presentator hier loopt?

Slide 10 - Tekstslide

Bij de ramp in Tsjernobyl kwam heel veel radioactieve straling in één keer vrij. Dat maakte het gevaarlijk.

In kleinere doses kan het voorkomen in bouwmaterialen in je huis, of in medische apparatuur.

Slide 11 - Tekstslide

Waarom sommige atomen radioactief zijn, leren we later.

Eerst leren we wat de kleinste deeltjes zijn waaruit de wereld bestaat: atomen en moleculen.

Slide 12 - Tekstslide

Een atoom is één van de kleinste deeltjes. Het heeft 3 bouwsteentjes:
- Protonen (positief)
- Neutronen (neutraal)
- Elektronen (negatief)

Kern: protonen en neutronen
Eromheen: elektronen.

Slide 13 - Tekstslide

Hoeveel protonen een atoom heeft, bepaalt wélk atoom het is.

Het aantal neutronen kan verschillen, dan krijg je andere isotopen.

Sommige zijn instabiel - dat zijn de radioactieve atomen waar we het later over gaan hebben.

Slide 14 - Tekstslide

Actie!
Ga naar deze pagina en kies voor de optie 'Bouw een atoom'.

Kijk wat er gebeurt als je de bouwsteentjes in het atoom stopt.
Waar zie je welk element je bouwt? Wat staat er bij massagetal?
Hoe maak je een atoom neutraal?

Kijk of je een instabiel atoom kan maken! Hoe doe je dat?
timer
3:00

Slide 15 - Tekstslide

Een molecuul is het kleinste deeltje van een stof (bv. water).

Elk molecuul is opgebouwd uit meerdere atomen die elkaar 'vasthouden'.

Slide 16 - Tekstslide

Wat is de scheikundige benaming voor 'water'?
A
CO2
B
H2O
C
BHV
D
VWO

Slide 17 - Quizvraag

H = waterstof
O = zuurstof

Dus H2O bestaat uit:
2 atomen waterstof, en;
1 atoom zuurstof.

Dit maakt het een verbinding.

Slide 18 - Tekstslide

Een verbinding is een stof met moleculen die verschillende soorten atomen hebben.

Heeft een stof maar één soort atomen, dan heet het een element.

Slide 19 - Tekstslide

Als het goed is, kan je nu...
...uitleggen wat het verschil is tussen een atoom en een molecuul.

...benoemen wat de drie bouwstenen van een atoom zijn.

...uitleggen wat het verschil is tussen een verbinding en een element.

Slide 20 - Tekstslide

Aan de slag
Maak: paragraaf 8.1, opdracht 1 t/m 5 en 7.

Hoe? In je boek. Gebruik de theorie bij de opdrachten.
Met wie? Je mag samenwerken met je buur.
Hoe lang? Tot 10 minuten voor einde les.
Klaar? Lees alvast de hele theorie van paragraaf 1 door.

Slide 21 - Tekstslide