cross

1.1. Organismen indelen

 Organismen
1 / 25
volgende
Slide 1: Tekstslide
BiologieMiddelbare schoolvmbo tLeerjaar 3

In deze les zitten 25 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 45 min

Onderdelen in deze les

 Organismen

Slide 1 - Tekstslide

Doel van de les
  • je leert hoe je een levend wezen herkent volgens de biologische methode
  • Je leert hoe je organismen moet ordenen
  • Je leert hoe je de naam van een organisme kunt opzoeken
  • Je leert waarom er latijnse namen worden gebruikt voor dieren.

Slide 2 - Tekstslide

Wat is een organisme?
Je hebt drie vormen van bestaan:
- leven
- dood (levend geweest, zoals een dood dier)
- levenloos (steen, water, etc)'
Een organisme is een levend wezen. 
Je kunt ze herkennen aan de volgende kenmerken: (volgende slide)

Slide 3 - Tekstslide

Levenskenmerken
  • voeden
  • groeien
  • uitscheiden (afvalstoffen)
  • ademen
  • reageren (prikkels waarnemen en op reageren)
  • voortplanten

Slide 4 - Tekstslide

Indelen van organismen
om organismen beter te kunnen begrijpen, hebben biologen alle organismen ingedeeld in groepen. Dit proces heet ordening.
Ordening vindt voornamelijk plaats op basis van celkenmerken. 
De vier hoofdverdelingen noemen we de vier rijken.

Slide 5 - Tekstslide

De vier Rijken
Bacteriën        Schimmels       Planten               Dieren

Slide 6 - Tekstslide

Groepen
De vier rijken worden vervolgens onderverdeeld in 8 groepen. het is belangrijk dat je deze kent en de kenmerken kan benoemen.

Slide 7 - Tekstslide

Slide 8 - Tekstslide

Gewervelden
De groep gewervelden worden ook wee ropgedeeld in 5 groepen.
Ook deze moet je kennen met eigenschappen

Slide 9 - Tekstslide

Determineren 
Bepalen van de soortnaam Hiervoor gebruik je een zoekkaart of determineertabel.
 

Slide 10 - Tekstslide

Waarom hebben organismen Latijnse namen?
  • Organismen hebben Latijnse namen zodat dezelfde naam over de hele wereld kan worden gebruikt.
  • De Latijnse naam is altijd een dubbele naam. 

  • Het eerste deel is de geslachtsnaam (vergelijk het met jouw achternaam). Deze schrijf je met een hoofdletter.
  • Het tweede deel is de soortaanduiding. Deze schrijf je met een kleine letter.



Slide 11 - Tekstslide

Het opzoeken van de naam van een bloem heet:
A
determineren
B
zoekkaarten
C
beredeneren
D
verteren

Slide 12 - Quizvraag

Wat is een organisme?
A
Een organisme is een levend wezen
B
Een organisme is een dood wezen
C
Een organisme is een dode plant
D
Een organisme is een dood dier

Slide 13 - Quizvraag

Is ademhalen een levenskenmerk?
A
Ja
B
Nee

Slide 14 - Quizvraag

Wat is GEEN levenskenmerk?
A
Ademhalen
B
Rennen
C
Groeien
D
Voortplanten

Slide 15 - Quizvraag

Welk levenskenmerk zie je op de afbeelding?
A
poepen
B
uitscheiden
C
bewegen
D
waarnemen

Slide 16 - Quizvraag

Betekent ordenen indelen in groepen?
A
Ja
B
Nee

Slide 17 - Quizvraag

Hoeveel groepen organismen zijn er?
A
3
B
4
C
5
D
10

Slide 18 - Quizvraag

Organismen worden ingedeeld in de vier grote groepen: bacteriën, schimmels, planten en dieren
A
Ja
B
Nee

Slide 19 - Quizvraag

Uit hoeveel groepen bestaat het dierenrijk?
A
6
B
7
C
4
D
8

Slide 20 - Quizvraag

Wat is 'determineren'
A
Het bepalen van de naam van een dier
B
De conclusie opschrijven
C
Het bepalen van de naam van een organisme
D
Het plukken van planten

Slide 21 - Quizvraag

Alle organismen hebben een Latijnse naam, de wetenschappelijk naam. Welk deel van de naam is de geslachtsnaam bij de Panthera Tigris (de tijger)?
A
Panthera
B
tigris
C
Panthera tigris

Slide 22 - Quizvraag

Je mag de opdrachten in je boek maken, een samenvatting of 10 vragen die op de toets zouden kunnen komen met antwoord.

Slide 23 - Tekstslide

Maak de opdrachten in je werkboek
Ook nakijken
Huiswerk voor volgende les

Slide 24 - Tekstslide

Doel van de les
  • je leert hoe je een levend wezen herkent volgens de biologische methode
  • Je leert hoe je organismen moet ordenen
  • Je leert hoe je de naam van een organisme kunt opzoeken
  • Je leert waarom er latijnse namen worden gebruikt voor dieren.

Slide 25 - Tekstslide