Hoofdstuk 1 Paragraaf 4: Meten

Hoofdstuk 1 P4

  • Volgende week toets (14 september)
  • Planning
1 / 18
volgende
Slide 1: Tekstslide
NatuurkundeMiddelbare schoolvmbo b, kLeerjaar 2

In deze les zitten 18 slides, met tekstslides.

time-iconLesduur is: 60 min
Dit is niet oké

Onderdelen in deze les

Hoofdstuk 1 P4

  • Volgende week toets (14 september)
  • Planning

Slide 1 - Tekstslide

Planning:
  • Introductie
  • Instructie/Uitleg
  • Rode gemarkeerde overnemen in je schrift
  • Samen lezen
  • Opdrachten maken
  • Na controle
  • Huiswerk noteren in je schrift

Slide 2 - Tekstslide

Starten:
Tassen op de grond
Chromebook op tafel wel dicht
Schrift en pen klaar leggen

Slide 3 - Tekstslide

1-4 Meetinstrumenten

Slide 4 - Tekstslide

Lesdoelen:
1.4.1 Je kunt van een aantal meetapparaten uitleggen waarvoor je ze gebruikt
1.4.2 Je kunt het verschil uitleggen tussen analoge en digitale meet apparatuur
1.4.3 Je kunt beschrijven wat een grootheid en wat een eenheid is
1.4.4 Je kunt enkele meetapparaten aflezen
1.4.5 Je kunt enkele eenheden naar elkaar omrekenen

Slide 5 - Tekstslide

Slide 6 - Tekstslide

Meetinstrumenten
Dingen die je meet zoals 
temperatuur en tijd zijn
grootheden

Deze kan je meten met 
een meetinstrument.

Slide 7 - Tekstslide

Bij een hoeveelheid moet je ook vertellen wat je meet
Dus geef altijd een eenheid erbij'

Lengte in meter, centimeter etc
Tijd in minuten, uren, dagen jaren etc.
Temperatuur in graden celcius of in Kelvin

Slide 8 - Tekstslide

Analoog meetinstrument
Heeft een wijzer en een schaalverdeling
Digitaal meetinstrument
Heeft een display om een getal te zien

Slide 9 - Tekstslide

Rekenen met tijd

Slide 10 - Tekstslide

Voorbeeld 1:
  • Reken om : 5 minuten naar seconden
  • (1 minuut is 60 seconden)
  • 5 * 60 = 300 seconden

  • 3,5 uur naar seconden
  • 1 uur is 60 minuten en 1 minuut is 60 seconden
  • 3,5 * 60 * 60 = 12 600 seconden

Slide 11 - Tekstslide

Voorbeeld 2:
  • Reken om:   10 minuten naar uur
  • in 1 uur zitten 60 minuten
  • 10 : 60 = 0,1666 uur

  • Reken om:  1000 seconden naar uur
  • in 1 uur zitten 60 minuten en in 1 minuut zitten 60 seconden
  • 1000 : 60 :60 = 0.277 uur

Slide 12 - Tekstslide

Temperatuur meten
- Hoe warm of hoe koud iets is
- Je meet het met een thermometer
- De eenheid is graden Celsius
- De grootheid is de Temperatuur

Slide 13 - Tekstslide

Meetinstrumenten aflezen
- Schaalverdeling
- Meetbereik
- Schaaldeel

Slide 14 - Tekstslide

Analoge stopwatch
Let op: kleine cirkeltje geeft maximum aantal minuten (30) weer
Kijk waar de kleine wijzer staat (voorbij de 3)
Lees nu grote wijzer af (50)
Tijd wordt dus 3 minuten en 50 seconden

Slide 15 - Tekstslide

Analoge stopwatch
Let op: kleine cirkeltje geeft maximum aantal minuten (60) weer
Kijk waar de kleine wijzer staat (voorbij de 0)
Lees nu grote wijzer af (10)
Tijd wordt dus 10 seconden

Slide 16 - Tekstslide

Kan je
Tijd omrekenen?
Een schaaldeel benoemen?
Volume met de onderdompelmethode berekenen?

Slide 17 - Tekstslide

Huiswerk:
Hoofdstuk 1 Paragraaf 4: Meten

Eerst in je leerwerkboek de tekst samen doornemen
Huiswerk: opdrachten 1 t/m 15 maken

Slide 18 - Tekstslide