19 juni

Wat doen we vandaag?
  • Vragen grammatica?
  • Bespreken opdr. 33 t/m 35.
  • Tekst hoofdstuk 19
  • Vervolg opdrachten
1 / 44
volgende
Slide 1: Tekstslide
GrieksMiddelbare schoolvwoLeerjaar 2

In deze les zitten 44 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 50 min

Onderdelen in deze les

Wat doen we vandaag?
  • Vragen grammatica?
  • Bespreken opdr. 33 t/m 35.
  • Tekst hoofdstuk 19
  • Vervolg opdrachten

Slide 1 - Tekstslide

Vragen Grammatica?

Slide 2 - Open vraag

Slide 3 - Tekstslide

Geen vragen (meer)?
  • Maak maar twee rijtjes.... 

Slide 4 - Tekstslide

Hulpboek blz. 136
Ergon 11 en 12. 


Slide 5 - Tekstslide

Ergon 

Slide 6 - Tekstslide

Wijgeschenk

Taalboek blz. 78-79. 
Hulpboek blz. 70-71. 
Opdracht 33 t/m 35.

Slide 7 - Tekstslide

Opdracht 30
  • Overeenkomst:
  • Zowel een offer als een wijgeschenk zijn bedoeld als geschenk voor de goden; beiden kunnen of persoonlijk of door stadstaat gegeven worden.
  • Verschil:
  • Een offer is tijdelijk ritueel en meestal iets vergankelijks; een wijgeschenk is een eenmalige en een blijvende herinnering.

Slide 8 - Tekstslide

Opdracht 31
  • a Bijvoorbeeld: een tempel bouwen, offers brengen, religieuze festivals en sportwedsstrijden ter ere van de goden organiseren of er aan deelnemen.
  • b Bijvoorbeeld: meedoen met alles wat de polis van je vraagt, dus leven volgens afgesproken regels en wetten maar ook bijvoorbeeld meedoen aan religieuze activiteiten of een oorlog of het stichten van een kolonie; je medemens behandelen zoals de polis en de goden van je vragen.

Slide 9 - Tekstslide

Opdracht 32
  • Te zien is een optocht van mannen en vrouwen; wordt een [pleng] vloeibaar offer gebracht (rechts)en er zal een schaap/lam geofferd worden; er zijn muzikanten (lierspeler en een fluitspeler) die de optocht begeleiden en er zal gezongen zijn. De vrouwen links dragen takken / en hebben hun haren versierd met kransen.

Slide 10 - Tekstslide

Opdracht 33 abc
  • a r.1 Ἐν τῇ τῶν Ἀθηνῶν ἀγορᾷ
  • b r.1-2 γυναικῶν καὶ τέκνων
  • c r.3 Οἱ γὰρ υἱοὶ καὶ οἱ πατέρες

Slide 11 - Tekstslide

Opdracht 33 de
  • d Zij zijn naar Marathon vertrokken om te vechten tegen de Meden /Perzen.
  • e Beide pv’s geven een handeling in het verleden aan, maar ἔβησαν is een aoristus omdat de handeling afgerond is: ze zijn op weg gegaan en aangekomen op hun bestemming; Het vechten / oorlog voeren is nog niet afgerond ἐπολέμουν.

Slide 12 - Tekstslide

Opdracht 34
  • a Thematische, sigmatische, pseudo-sigmatische en stamaoristus
  • b r.12 ἠρώτησεν sigmatisch: kenletter σ
  • r.13 ἐτιμήσαμεν sigmatisch: kenletter σ en α
  • r.14 ἐτέλεσε sigmatisch: kenletter σ
  • r.16 εἶπεν thematisch: verandering in de stam]
  • c r.12 ἠρώτησεν en r.13 ἐτιμήσαμεν verlenging stamklinker α naar een η voor de σ

Slide 13 - Tekstslide

Opdracht 35
  • a Bij κρατοῦσιν is bij de vorm κρατέ-ουσιν ε + ο samengetrokken tot ου; bij δρᾶν is bij de vorm δρά-ειν α + ει samengetrokken tot ᾶν; bij ἐννοοῦσι is bij de vorm ἐννοέ-ουσι ε + ο samengetrokken tot ου.
  • b Je kunt de gecontraheerde vorm vaak herkennen aan de circumflexus.

Slide 14 - Tekstslide

ΑΝΑΘΗΜΑ 1 t/m 5
1 Ἐν τῇ τῶν Ἀθηνῶν ἀγορᾷ πλῆθος γυναικῶν
καὶ τέκνων ἐζήτουν τὴν τῆς στρατιᾶς τύχην
ἐξευρεῖν. Οἱ γὰρ υἱοὶ καὶ οἱ πατέρες ἔβησαν εἰς
τὸν Μαραθῶνα, οὗ οἱ Μῆδοι τοῖς Ἀθηναίοις
5 ἐπολέμουν.

Slide 15 - Tekstslide

ΑΝΑΘΗΜΑ 6 t/m 12
Ἦν δ’ ἐν τῇ ἀγορᾷ καὶ Νικόμαχος, παῖς δέκα
ἐτῶν, σὺν δ’ αὐτῷ ἡ μήτηρ. Ὁ δὲ παῖς ἤκουε
τὴν βοὴν τῶν ἀνθρώπων· « Ἡ τῶν Μήδων
στρατιά ἐστι ἄπειρος.» «Οἱ Μῆδοι κρατοῦσιν
10 «Τί δρᾶν μέλλουσιν; Ἆρα μὴ ἐννοοῦσι τὰς
Ἀθήνας διαφθεῖραι;» Ὁ δὲ Νικόμαχος τὴν
μητέρα ἠρώτησεν· 

Slide 16 - Tekstslide

ΑΝΑΘΗΜΑ 12 t/m 18
« Ἆρα μὴ οἱ θεοὶ ἐῶσι
τὰ τοιαῦτα; Ἀεὶ γὰρ ἐτιμήσαμεν τὴν Ἀθηνᾶν
καὶ τὸν Ἀπόλλωνα καὶ...», ἀλλ᾽ οὐκ ἐτέλεσε
15 τοὺς λόγους. Ἐξαίφνης γὰρ ἡ μήτηρ αὐτοῦ
εἶπεν· « Ἄνδρα ὁρῶ
Οἱ δ᾽ Ἀθηναῖοι ἠγνόουν πότερον Ἀθηναῖος ἦν
ὁ ἀνὴρ ἢ Μῆδος, τέλος δ᾽ αὐτὸν ἀνέγνωσαν·

Slide 17 - Tekstslide

ΑΝΑΘΗΜΑ 19 t/m 25
Φειδιππίδης ἦν, ὁ ἡμεροδρόμος τῶν Ἀθηναίων.
20 Ὁ δὲ Νικόμαχος ἐκάλεσεν αὐτόν· « Ὦ Φειδιππίδη,
ἆρα μὴ ἔδραμες δεῦρο συνεχῶς ἀπὸ τοῦ
Μαραθῶνος;» Ὁ δὲ Φειδιππίδης οὐκ ἤκουεν
τοῦ παιδός, ὁ γὰρ πόνος κατέτριψεν αὐτόν.
Μόγις δ᾽ ἧκε πρὸς τὸ πλῆθος, ἐν δὲ ἔπεσι δυοῖν
25 μόνον ἤγγειλεν· «Χαίρετε. Νικῶμεν.

Slide 18 - Tekstslide

ΑΝΑΘΗΜΑ 12 t/m 18
Ἔπειτα δὲ κατέπεσε καὶ ἀπέθανεν.
Ἐλύπει μὲν τοὺς Ἀθηναίους ὁ τοῦ Φειδιππίδου
θάνατος, μάλιστα δ’ ἔχαιρον τῇ νίκῃ. Ὁ δὲ
Νικόμαχος ἠρώτησεν· « Ἆρ᾽ οὐ δεῖ τιμᾶν τὴν
30 Ἀθηνᾶν καὶ τὸν Ἀπόλλωνα;» καὶ ὁ παῖς ἔπεισε
τοὺς Ἀθηναίους· ἔδοξεν οὖν αὐτοῖς ἱδρῦσαι
ἐν Δελφοῖς θησαυρὸν τοῖς τοῦ πολέμου ἀκροθινίοις.

Slide 19 - Tekstslide

Opdracht bij de tekst
  • Kleur in elke zin:
  • Alle Onderwerpen in een andere kleur (nominativus)
  • Alle directe en indirecte objecten ieder in een andere kleur.
  • (Dus: lijdend voorwerp en meewerkend voorwerp).
timer
15:00

Slide 20 - Tekstslide

ΑΝΑΘΗΜΑ 1 t/m 5
1 Ἐν τῇ τῶν Ἀθηνῶν ἀγορᾷ πλῆθος γυναικῶν
καὶ τέκνων ἐζήτουν τὴν τῆς στρατιᾶς τύχην
ἐξευρεῖν. Οἱ γὰρ υἱοὶ καὶ οἱ πατέρες ἔβησαν εἰς
τὸν Μαραθῶνα, οὗ οἱ Μῆδοι τοῖς Ἀθηναίοις
5 ἐπολέμουν.

Slide 21 - Tekstslide

ΑΝΑΘΗΜΑ 6 t/m 12
Ἦν δ’ ἐν τῇ ἀγορᾷ καὶ Νικόμαχος, παῖς δέκα
ἐτῶν, σὺν δ’ αὐτῷ ἡ μήτηρ. δὲ παῖς ἤκουε
τὴν βοὴν τῶν ἀνθρώπων· « τῶν Μήδων
στρατιά ἐστι ἄπειρος.» «Οἱ Μῆδοι κρατοῦσιν
10 «Τί δρᾶν μέλλουσιν; Ἆρα μὴ ἐννοοῦσι τὰς
Ἀθήνας διαφθεῖραι;» δὲ Νικόμαχος τὴν
μητέρα ἠρώτησεν· 

Slide 22 - Tekstslide

ΑΝΑΘΗΜΑ 12 t/m 18
« Ἆρα μὴ οἱ θεοὶ ἐῶσι
τὰ τοιαῦτα; Ἀεὶ γὰρ ἐτιμήσαμεν τὴν Ἀθηνᾶν
καὶ τὸν Ἀπόλλωνα καὶ...», ἀλλ᾽ οὐκ ἐτέλεσε
15 τοὺς λόγους. Ἐξαίφνης γὰρ ἡ μήτηρ αὐτοῦ
εἶπεν· « Ἄνδρα ὁρῶ
Οἱ δ᾽ Ἀθηναῖοι ἠγνόουν πότερον Ἀθηναῖος ἦν
ὁ ἀνὴρ ἢ Μῆδος, τέλος δ᾽ αὐτὸν ἀνέγνωσαν·

Slide 23 - Tekstslide

ΑΝΑΘΗΜΑ 19 t/m 25
Φειδιππίδης ἦν, ὁ ἡμεροδρόμος τῶν Ἀθηναίων.
20 δὲ Νικόμαχος ἐκάλεσεν αὐτόν· « Ὦ Φειδιππίδη,
ἆρα μὴ ἔδραμες δεῦρο συνεχῶς ἀπὸ τοῦ
Μαραθῶνος;» δὲ Φειδιππίδης οὐκ ἤκουεν
τοῦ παιδός, γὰρ πόνος κατέτριψεν αὐτόν.
Μόγις δ᾽ ἧκε πρὸς τὸ πλῆθος, ἐν δὲ ἔπεσι δυοῖν
25 μόνον ἤγγειλεν· «Χαίρετε. Νικῶμεν.

Slide 24 - Tekstslide

ΑΝΑΘΗΜΑ 12 t/m 18
Ἔπειτα δὲ κατέπεσε καὶ ἀπέθανεν.
Ἐλύπει μὲν τοὺς Ἀθηναίους τοῦ Φειδιππίδου
θάνατος, μάλιστα δ’ ἔχαιρον τῇ νίκῃ. δὲ
Νικόμαχος ἠρώτησεν· « Ἆρ᾽ οὐ δεῖ τιμᾶν τὴν
30 Ἀθηνᾶν καὶ τὸν Ἀπόλλωνα;» καὶ παῖς ἔπεισε
τοὺς Ἀθηναίους· ἔδοξεν οὖν αὐτοῖς ἱδρῦσαι
ἐν Δελφοῖς θησαυρὸν τοῖς τοῦ πολέμου ἀκροθινίοις.

Slide 25 - Tekstslide

Opdracht 36
  • a Angstig, want de mensen roepen dat het leger van de Meden groot is en het sterkst / ze zullen Athene verwoesten. Ze verwachten dus een nederlaag.
  • b Bijvoorbeeld: hij verwacht het antwoord nee, de goden zullen dat soort dingen niet laten gebeuren omdat men altijd trouw aan Athene en Apollo geofferd heeft.

Slide 26 - Tekstslide

Opdracht 37 1-6
  • 1 πότερον … ἢ of…of
  • 2 ἀνέγνωσαν herkenden ze
  • 3 ἐκάλεσεν riep
  • 4 αὐτόν hem
  • 5 ἆρα μὴ toch niet
  • 6 δεῦρο hierheen

Slide 27 - Tekstslide

Opdracht 37 7-13
  • 7 κατέτριψεν had uitgeput
  • 8 ἧκε kwam hij
  • 9 μόνον slechts
  • 10 Χαίρετε Wees bij / Gegroet
  • 11 Νικῶμεν We winnen
  • 12 κατέπεσε viel hij neer
  • 13 ἀπέθανεν stierf hij

Slide 28 - Tekstslide

Opdracht 38
  • De afstand Marathon – Athene is ca. 42 km; gemiddeld loopt een geoefende renner 15 km per uur,dus ca. 3 uur (een recreant gemiddeld 10 km per uur dus ca. 4 uur).

Slide 29 - Tekstslide

Opdracht 39 ab
  • a De goden hebben geholpen de Meden/Perzen te overwinnen, dus moeten zij bedankt worden met een passend geschenk. 
  • b De aspectswaarde van de aoristus geeft aan dat de handeling succesvol is voltooid, het overtuigen is gelukt. 

Slide 30 - Tekstslide

Opdracht 39 c
  • c Ja. De Atheners hebben beide goden geëerd door een schathuisje te wijden in Delphi waar zowel Apollo als Athena een tempel hadden. Het schathuisje is gebouwd ter herinnering aan de overwinning bij Marathon (zie bijschrift op p. 70). Of ze daarbij een suggestie van een jongetje gevolgd hebben, is onbekend

Slide 31 - Tekstslide

Opdracht 

Slide 32 - Tekstslide

Hulpboek blz. 136

Herhaling!



Slide 33 - Tekstslide

Ergon 

Slide 34 - Tekstslide

Slide 35 - Tekstslide

Slide 36 - Tekstslide

Slide 37 - Tekstslide

Ergon 1

Slide 38 - Tekstslide


Pythia


Taalboek blz. 72. 
Hulpboek blz. 64. 
Opdrachten 10 en 13.

Slide 39 - Tekstslide

Opdracht 

Slide 40 - Tekstslide

Aan het werk.
  • Leer Hulpboek blz. 156, 1 t/m 19.
  • Leer Hulpboek blz. 140 t/m 151.
  • Hulpboek blz. 70-71, opdr. 36 t/m 39.

Dit is ook huiswerk. 

Slide 41 - Tekstslide

Opdracht
  • Ieder krijgt (ongeveer) 2 zinnen toegewezen.
  • Benoem ieder woord in de zin.
  • Bij naamwoorden: geef naamval, geslacht, getal
  • Bij werkwoorden: geef modus, tijd, these, aspect, persoon.
  • Geef bij naamwoorden de (vermoedelijke) functie in de zin, of geef aan of dit een vaste aanvulling is (waarbij?)

Slide 42 - Tekstslide

Wat heb je vandaag geleerd?

Slide 43 - Open vraag

Wat is nog onduidelijk?
Waar wil je meer over weten?

Slide 44 - Open vraag