Ontwikkeling 2.1

Ontwikkeling 
Periode 2 - lesweek 1
Hoofdstuk 4: Denken en Leren - 4.2 Jonge kinderen leren zo
1 / 21
volgende
Slide 1: Tekstslide
OnderwijsassistentenMBOStudiejaar 1

In deze les zitten 21 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

Onderdelen in deze les

Ontwikkeling 
Periode 2 - lesweek 1
Hoofdstuk 4: Denken en Leren - 4.2 Jonge kinderen leren zo

Slide 1 - Tekstslide

Werkwijze 
  • Iedere lesweek een paragraaf.
  • Einde van de periode drie eindopdrachten + verantwoording in einddossier. 
  • Einde van de les een mind-map. 
  • Les voorbereiden: paragraaf lezen voorafgaand van de les.

Slide 2 - Tekstslide

Slide 3 - Tekstslide

Lesdoelen 2.1

  1. Je kent het verloop van de cognitieve ontwikkeling van het kind (0-6 jaar)
  2. Je weet hoe de relatie met de uitgangspunten van Piaget is in deze fase
  3. Je kent termen als: reflexen, objectpermanentie, mentale representatie, animistisch, centratie en conservatie


! Mind-map maken/bijhouden, gedurende de periode. 

Slide 4 - Tekstslide

Cognitieve ontwikkeling

Slide 5 - Woordweb

Cognitieve ontwikkeling: 0 tot 6 jaar
Leeftijd
Kenmerken cognitieve ontwikkeling
0 tot 2 jaar
Sabbelen en imiteren
2 tot 4 jaar
Fantasie vs. de werkelijkheid
4 tot 6 jaar 
De wereld willen begrijpen 

Slide 6 - Tekstslide

Jean Piaget 
Leeftijd
Cognitieve ontwikkeling
Jean Piaget 
0-2 jaar
Sabbelen en immiteren 
Sensomotorische fase 
2-4 jaar 
Fantasie vs. werkelijkheid 
Pre operationele fase 
4-6 jaar 
De wereld willen begrijpen 
Pre operationele fase 

Slide 7 - Tekstslide

0 tot 2 jaar: sabbelen en imiteren
  1. Reflexen: zuigen, sabbelen (verkent de omgeving). Piaget: Sensomotorische fase --> ervaren door aanraken.


    4 - 8 maanden: aandacht voor omgeving.
    8 - 12 maanden: observeren en nadoen.
    12 - 18 maanden: experimenteren met gedrag, daarna wordt dit minder. 
 

Slide 8 - Tekstslide

Objectpermanentie 
Baby behoudt een beeld in zijn geheugen,
zonder dit te zien.

  • Interessant voorwerp laten zien aan een baby.
  • Het voorwerp onder een doek verstoppen.
  • Baby zal het doek wegtrekken en het voorwerp pakken. 
  • Baby begrijpt dat het voorwerp blijft bestaan, ook als is het uit het zicht. 

Slide 9 - Tekstslide

0 - 2 jaar: sabbelen en imiteren
  • Experimenteert met zijn gedrag om nieuwe ervaringen op te doen. 
  • Dingen die hij vast heeft, vanuit kinderstoel laten vallen.

Slide 10 - Tekstslide

2 tot 4 jaar: fantasie vs. de werkelijkheid
Piaget: Pre operationele fase -> ordenen en benoemen, mentale representatie (= in kunnen beelden hoe iets eruit zou kunnen zien) wordt sterker.

Fase van magisch denken: moeite tussen
onderscheid maken fantasie en werkelijkheid.









Slide 11 - Tekstslide

Animistisch denken 
Kinderen van 3 jaar denken dat voorwerpen kunnen denken, gevoelens en wensen hebben.  

Voorbeeld: de beer moet huilen en jij moet hem gaan troosten.

Slide 12 - Tekstslide

4 tot 6 jaar: de wereld willen begrijpen
Pre operationele fase Piaget: denken uit eigen ervaringen en waarnemingen. 

Stimuleren door: 
  1. Prentenboeken lezen/verhaalstructuur. 
  2. Speelgoed door te ontdekken: auto's, racebaan. 

Slide 13 - Tekstslide

4 tot 6 jaar: de wereld willen begrijpen

- Centratie: Op één voorwerp tegelijk kunnen focussen. 
- Conservatie: De hoeveelheid blijft hetzelfde. 

Slide 14 - Tekstslide

Slide 15 - Tekstslide

0 tot 2 jaar hoort bij de volgende fase van Piaget:
A
Pre operationele fase
B
Concreet operationele fase
C
Sensomotorische fase

Slide 16 - Quizvraag

Animistisch denken houdt in..
A
Denken in de werkelijkheid
B
Denken in fantasie
C
Denken in plaatjes

Slide 17 - Quizvraag

Begrippen uit paragraaf 4.2
Cognitieve ontwikkeling 
Begrippen 
Sabbelen en immiteren 
Reflexen, objectpermanentie, mentale representatie 
Fantasie vs. werkelijkheid
Animatisch
De wereld willen begrijpen
Centratie, conservatie 

Slide 18 - Tekstslide

Eindopdracht 2.1
In de Efteling maken de ontwerpers van attracties ook gebruik van het animistisch denken van kinderen, denk hierbij aan:
Dansende schoentjes, pratende boom, lang-nek etc. 

Bedenk zelf een attractie, of een onderdeel van het park, waarin animistisch denken als uitgangspunt wordt genomen.
Beschrijf je attractie, waar staat het, hoe ziet het eruit etc. Wees origineel! 
Beschrijving van de opdracht: minimaal een half A4. 


Slide 19 - Tekstslide

Verantwoording 
1.Een beknopte samenvatting van de theorie die is behandeld tijdens de les waar de eindopdracht bij hoort. (Ong. 6 regels)
 

2. Waarom het voor jou als onderwijsassistent van belang is dat je kennis hebt van deze theorie. (Gebruik voorbeelden)

3. Op welke manier je deze theorie kan toepassen in de beroepspraktijk. (Gebruik ook voorbeelden). 

Slide 20 - Tekstslide

Lesweek 2 
Lees voor de volgende les:

Hoofdstuk 4: Denken en Leren 4.3 Oudere kinderen leren anders. 

Mind-map maken, als hulpmiddel voor de kennistoets! 


Slide 21 - Tekstslide