Praten
• Je weet wel wat je wilt zeggen, maar kunt dit moeilijk onder woorden brengen. Spreken gaat niet vloeiend.
• Je maakt korte zinnen en last veel pauzes in.
• Je moet vaak lang zoeken naar het juiste woord.
• Je zegt gekke woorden. Als je lezen wilt zeggen zeg je leten bijvoorbeeld.
• Je kunt je moeilijk uitdrukken in het algemeen en dit geldt ook voor schrijven en gebaren.
Begrijpen
• Je begrijpt korte en simpele zinnen vaak wel.
• Je bent je heel bewust van je situatie en je problemen. Dat maakt je soms wanhopig en boos.