Les 1 de baby en de peuter

Osract
periode 1 les 1
De baby en de peuter
1 / 39
volgende
Slide 1: Tekstslide

In deze les zitten 39 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 3 videos.

Onderdelen in deze les

Osract
periode 1 les 1
De baby en de peuter

Slide 1 - Tekstslide

Wat gaan we doen?

Slide 2 - Tekstslide

Opdracht vooraf
Schrijf alle woorden die vandaag hoort en nog niet kende op

Slide 3 - Tekstslide

Leerdoelen
Aan het eind van de les: 
* Weet je wat ontwikkelingsfases zijn
* Kun je de
lichamelijke en motorische
verstandelijke of cognitieve
sociaal-emotionele
ontwikkeling van de baby en de peuter benoemen

Slide 4 - Tekstslide

Levensfasen van een mens:
baby
peuter
kleuter
schoolkind
puber
adolescent
volwassene
oudere 

Slide 5 - Tekstslide

Ontwikkeling van de mens
De mens ontwikkelt zich 
  • lichamelijk en motorisch
  • verstandelijk of cognitief
  • sociaal-emotioneel

Slide 6 - Tekstslide

Slide 7 - Video

Lichamelijke en motorische ontwikkeling

Het lichaam ontwikkelt
De bouw van je lichaam verandert
je leert bepaalde bewegingen


Slide 8 - Tekstslide

verstandelijke of cognitieve ontwikkeling

Het verstand en leervermogen


Slide 9 - Tekstslide

Sociaal-emotionele ontwikkeling

Het gevoelsleven en de persoonlijkheid ontwikkelen zich
Het contact met andere mensen

Slide 10 - Tekstslide

Motorische ontwikkeling
sociaal emotionele ontwikkeling
cognitieve ontwikkeling
Leren lezen, kleuren herkennen
het leren van bewegingen
gevoelens voor anderen, emapthie

Slide 11 - Sleepvraag


De baby herkent zijn oma.
A
sociaal-emotioneel
B
Lichamelijke ontwikkeling
C
Motorische ontwikkeling

Slide 12 - Quizvraag

Een blokkentoren leren bouwen is:
A
sociale ontwikkeling
B
emotionele ontwikkeling
C
Motorische ontwikkeling

Slide 13 - Quizvraag

Baby
0 tot anderhalf jaar


Slide 14 - Tekstslide

Welke leeftijd heeft een baby
A
0 tot 12 maanden
B
0 tot 18 maanden
C
0 tot 24 maanden
D
0 tot 4 jaar

Slide 15 - Quizvraag

Slide 16 - Video

Wat is wel een kenmerk van de doelgroep baby?
A
Zindelijk worden
B
Brabbelen en éénwoordzinnen
C
Klimmen
D
Logisch nadenken

Slide 17 - Quizvraag

Baby's maken eerst nog geen bewuste gerichte bewegingen maar handelen vanuit reflex (bijv. grijpreflex en zuigreflex)
A
Waar
B
Niet waar

Slide 18 - Quizvraag

Lichamelijke en motorische ontwikkeling baby

* Grove motoriek ontwikkelt snel
* Rollen, zitten, kruipen en lopen
* Niet alle baby's kruipen
* Ontwikkelen zintuingen: een baby ziet, ruikt, proeft en voelt


Slide 19 - Tekstslide

verstandelijke of cognitieve ontwikkeling baby

* 6 maanden geluidjes
* Rond 10 maanden praten (verschilt)
* Einde baby fase woorden combineren
* Een baby leert door herhaling
* leert door gebruik zintuigen


Slide 20 - Tekstslide

Sociaal-emotionele ontwikkeling baby

* Hechting
* Veiligheid
* Gericht op mensen, maar kan nog niet samen spelen
* 7 maanden eenkennig
* Baby's beleven plezier en lust vooral via de mond door te zuigen en te sabbelen

Slide 21 - Tekstslide

Opdracht in groepjes
Bedenk 3 activiteiten die je met een baby kan doen
Onderzoek hoe je de zintuigen van een baby passend kan stimuleren. 

Slide 22 - Tekstslide

Ontwikkelingsfase de peuter

Slide 23 - Tekstslide

Peuterfase

Slide 24 - Woordweb

0

Slide 25 - Video

Wat zagen we gebeuren tijdens het filmpje


Groepsgesprek

Slide 26 - Tekstslide

Slide 27 - Tekstslide

taalontwikkeling
  • Eerst tweewoordzinnetjes ( pop stout / poes eten)
  •  Daarna driewoordzinnen ( daar snoep eten / auto hans mee) 
  • Leren dat alles een naam heeft ( warm, koud, bal, hard, groot) 
  • Leren dat alles in perspectief staat ( in, op, boven, onder)

Slide 28 - Tekstslide

Slide 29 - Tekstslide

Het denken 
  • Concreet denken: denken van peuter richt zich alleen op hier en nu.
  • Magisch denken: geen onderscheid maken tussen werkelijkheid en fantasie.
  •  Animistisch denken: menselijke eigenschappen toekennen aan levenloze dingen

Slide 30 - Tekstslide

Sociale persoonlijkheidsontwikkeling
  • Normbesef: Het vormen van het geweten.
  • Egocentrisme: Bekijkt de wereld van eigen ervaring, eigen gevoelens. Niet kunnen inleven.
  • Behoefte aan sociale contacten. Eerst samen-naast- elkaar spelen dan samenspelen.

Slide 31 - Tekstslide

Slide 32 - Tekstslide

Er wordt ook wel gesproken over peuterpubertijd omdat peuters zo koppig zijn en vaak 'nee' zeggen
A
Waar
B
Niet waar

Slide 33 - Quizvraag

De peuterfase kenmerkt zich door:
A
Koppigheid en ik-besef
B
Lengtegroei
C
De ontwikkeling van de fijne motoriek
D
Samen delen en spelen

Slide 34 - Quizvraag

Een peuter kan zich al goed in een ander verplaatsen, een peuter heeft empathie
A
Waar
B
Niet waar

Slide 35 - Quizvraag

Een peuter is meestal al helemaal zindelijk
A
Waar
B
Niet waar

Slide 36 - Quizvraag

Driftbuien bij peuters hebben te maken met veel willen maar het nog niet kunnen
A
Waar
B
Niet waar

Slide 37 - Quizvraag

De meeste kinderen zijn eerder zindelijk voor ontlasting dan voor urine
A
Waar
B
Niet waar

Slide 38 - Quizvraag

Opdracht
Ga op zoek naar knutselopdrachten voor peuters
Voer minimaal 1 van de knutselopdrachten die je met peuters kan doen uit.

Slide 39 - Tekstslide