Europese dag van de talen (2025-2026) - Visitatie

Europese dag van de talen
1 / 26
volgende
Slide 1: Tekstslide
NederlandsSecundair onderwijsAlgemeen secundair onderwijs

In deze les zitten 26 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 50 min
Dit is niet oké

Onderdelen in deze les

Europese dag van de talen

Slide 1 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

"Een andere taal leren is een tweede ziel bezitten"

Slide 2 - Tekstslide

Laat de leerlingen nadenken over deze quote. Wat zou dit betekenen?
Is het positief, negatief?
Het betekent dat het leren van een nieuwe taal je een nieuwe manier van denken, een ander perspectief en begrip van de wereld geeft, alsof je een tweede identiteit aanneemt. Elke taal biedt een unieke 'bril' om naar de wereld te kijken, wat je begrip en bewustzijn verdiept en je denken verrijkt. 

Belang meertaligheid
Wist je dat....?
-  meertaligheid het leren van andere talen vergemakkelijkt?  Het verbetert ook je denkvermogen en het maakt het makkelijker om met andere mensen en culturen in contact te komen.
- meertaligheid ook economische voordelen heeft? Er zijn namelijk meer banen om uit te kiezen en je bent tegelijkertijd aantrekkelijker voor bedrijven.

 




Slide 3 - Tekstslide

Hoeveel talen spreken de leerlingen?

In Europa worden er steeds meer talen gesproken, de kennis van talen wordt dus steeds belangrijker
Hoeveel verschillende talen worden er in Europa gesproken?
A
zevenentwintig talen
B
Zestig talen
C
Meer dan 200 talen
D
Meer dan 500 talen

Slide 4 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Slide 5 - Tekstslide

Het is belangrijk dat de leerlingen weten dat het om het continent Europa gaat en niet om de Europese unie. 
In sommige landen zijn er dus meerdere talen, denk maar aan België. 
TAALFEITEN
Wist je dat....?

- er wereldwijd tussen de 6000 en 7000 talen gesproken worden? 

- talen met elkaar verbonden zijn, net als een familie? De meeste Europese talen behoren tot de Indo-Europese taalfamilie.

- talen altijd in contact staan en elkaar daardoor beïnvloeden? Het Engels leende veel woorden en uitdrukkingen uit andere talen en nu gebruiken andere talen veel Engelse woorden.







Slide 6 - Tekstslide

Vraag de leerlingen welke Engelse woorden wij vandaag de dag gebruiken in het Nederlands (computer, meeting, downloaden, e-mail...)

Slide 7 - Tekstslide

Talen lijken soms op elkaar omdat ze van dezelfde "taalfamilie" komen. 
Vraag de leerlingen uit welke taalfamilie hun thuistaal komt. 
Zoom even in op de West-Europese talen zoals Frans, Duits, Deens... Hier komen later quizvragen over. 
Is de boom te klein -> open de pdf in bijlage van de mail. 
Welke taal
hoort hier
niet thuis?
A
Nederlands
B
Frans
C
Engels
D
Deens

Slide 8 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

TAALFEITEN
Wist je dat....?

-binnen de Indo-Europese taalfamilie  de meeste Europese talen tot drie groepen behoren? Dit zijn de  Germaanse, Romaanse en Slavische taalfamilies. 
 
- de meeste Europese talen het Latijnse alfabet gebruiken, maar veel Slavische talen gebruiken het Cyrillisch alfabet. Grieks, Armeens, Georgisch en Jiddish hebben hun eigen alfabet.


 




Slide 9 - Tekstslide

Ook het Arabisch heeft een eigen alfabet (maar is geen Europese taal)
Ben jij een taaldetective? 

Slide 10 - Tekstslide

Je kan op basis van het taalniveau in jouw klas kiezen of je de oefening op slide 11 (makkelijker) of 12 maakt. 
Verbind de talen met hun taalfamilies
Germaanse talen
Romaanse talen
Slavische talen
Nederlands
Italiaans
Zweeds
Russisch
Engels
Bulgaars
Sloveens
Portugees
Frans
Duits

Slide 11 - Sleepvraag

Deze slide heeft geen instructies

<span style="font-weight:bold">Germaanse talen</span>
<span style="font-weight:bold">Slavische talen</span>
<span style="font-weight:bold">Romaanse talen</span>
riba 
(Sloveens)
fiskur
(Ijslands)
peste
 (Roemeens)
piscis 
(Latijn)
poisson 
(Frans)
ryba
(Russisch)
Fisch
(Duits)
vis 
(Nederlands)
riba
(Kroatisch)

Slide 12 - Sleepvraag

Deze slide heeft geen instructies

Welke taal
is dit?
A
Lets
B
Pools
C
Grieks
D
Kroatisch

Slide 13 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Welke taal
is dit?
A
Bulgaars
B
Lets
C
Servisch
D
Macedonisch

Slide 14 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Welke taal
is dit?
A
Noors
B
Slowaaks
C
Italiaans
D
Albanees

Slide 15 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Welke taal
is dit?
A
Turks
B
Slowaaks
C
Italiaans
D
Roemeens

Slide 16 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Welke taal
is dit?
A
Noors
B
Duits
C
Zweeds
D
Deens

Slide 17 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

2. Palindroom

Slide 18 - Tekstslide

De leerlingen vullen straks zelf in wat een palindroom is. Laat hen kijken naar de voorbeelden zonder de betekenis uit te leggen.
Wat is een palindroom?

Slide 19 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Palindroomzinnen in andere talen
- A man, a plan, a canal: Panama!
Een man, een plan, een kanaal: Panama! (Engels)
- Ésope reste ici et se repose. 
Ésope blijft hier en rust uit. (Frans)
- Al kasada sakla
Pak het en verberg het in de kluis. (Turks)

Slide 20 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

3. Waar bevind ik mij?

Slide 21 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Waar bevind
ik mij?
A
Frankrijk
B
Polen
C
Spanje
D
Duitsland

Slide 22 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Waar bevind
ik mij?
A
Spanje
B
Turkije
C
Roemenië
D
Portugal

Slide 23 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Waar bevind
ik mij?
A
Turkije
B
Portugal
C
Spanje
D
Rusland

Slide 24 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Waar bevind
ik mij?
A
Albanië
B
Turkije
C
Roemenië
D
Spanje

Slide 25 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Wil jij nog meer oefenen? 
Dit kan via de volgende website: 
https://edl.ecml.at/en/ 

Slide 26 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies