formuleren: stijlkwesties op zinsniveau

Formuleren: stijlkwesties op zinsniveau
ontspoorde zinnen, tangconstructies, foutieve samentrekkingen, foutieve inversie, foutieve beknopte bijzin, lijdende vorm, naamwoordstijl, foutieve opsomming, onvolledige zin en dubbele ontkenning
1 / 41
volgende
Slide 1: Tekstslide
NederlandsMiddelbare school

In deze les zitten 41 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

Onderdelen in deze les

Formuleren: stijlkwesties op zinsniveau
ontspoorde zinnen, tangconstructies, foutieve samentrekkingen, foutieve inversie, foutieve beknopte bijzin, lijdende vorm, naamwoordstijl, foutieve opsomming, onvolledige zin en dubbele ontkenning

Slide 1 - Tekstslide

ontspoorde zin
Zo'n zin begint grammaticaal anders dan hij begint.
Tip: maak de zin niet te lang.

Slide 2 - Tekstslide

ontspoorde zin
voorbeeld
Omdat we om zeven uur thuis moesten zijn, wilden we nog vlug even in de nieuwste attractie waar we nog niet in waren geweest omdat we waren de tijd helemaal vergeten en nu was het bijna te laat.

Slide 3 - Tekstslide

oplossing: deel de zin op in kortere zinnen
Omdat we om zeven uur thuis moesten zijn, wilden we nog vlug even in de nieuwste attractie waar we nog niet in waren geweest. We waren de tijd helemaal vergeten en nu was het te laat.

Slide 4 - Tekstslide

zelfstandige zinnen samenvoegen
Voeg zelfstandige zinnen niet samen, maar zet een punt en begin een nieuwe zin.
Gebruik verbindingswoorden juist:
-dat en daardoor: een nieuwe zin beginnen!
-wat en waardoor: twee zinnen worden verbonden tot één zin.

Slide 5 - Tekstslide

voorbeeld
Er zijn dit jaar 64000 nieuwe studenten minder begonnen aan een hbo-opleiding, een daling van 6,6 procent, dat is te wijten aan het studieleenstelsel, menen studentenorganisaties en voor sommige jongeren is het nu te duur geworden om door te leren.

Er zijn dit jaar 64000 nieuwe studenten minder begonnen aan een hbo-opleiding, een daling van 6,6 procent. Dat is te wijten aan het studieleenstelsel, menen studentenorganisaties.  Voor sommige jongeren is het nu te duur geworden om door te leren.

Slide 6 - Tekstslide

verbindingswoorden
dat wat
Ik gebruik een robotstofzuiger, wat mij veel tijd bespaart.
We moeten de asielaanvraagprocedures verkorten. Dat bevordert de integratie.

Slide 7 - Tekstslide

verbindingswoorden
daardoor waardoor
De trein had een uur vertraging. Daardoor kwam ik te laat op school.
Krediet opnemen werd veel te gemakkelijk gemaakt, waardoor veel mensen in de problemen zijn gekomen.

Slide 8 - Tekstslide

Vul in: wat, dat, waardoor, daardoor
1. Het ijzelde, ... ik besloot thuis te blijven.
2. Het ijzelde, ... ging ik meerdere keren onderuit.
3. Ik viel zo'n vier keer van mijn fiets, ... echt heel pijnlijk was.
4. Het fietsmandje, ... ik van mijn moeder heb gekregen, is nu kapot.

Slide 9 - Open vraag

tangconstructies
Tussen twee woorden die bij elkaar horen staat veel andere informatie.
Tangconstructies maken de zin onoverzichtelijk.
Vermijd tangconstructies.
De medewerker van het bagagedepot acht de kans dat mijn koffer door de chaotische en korte overstap in Madrid niet in A'dam is aangekomen, groot.
De medewerker van het bagagedepot acht de kans groot, dat mijn koffer door de chaotische en korte overstap in Madrid niet in A'dam is aangekomen.

Slide 10 - Tekstslide

Herschrijf:
Nadat ik mijn ontbijt, doorgaans bestaande uit een kom yoghurt met muesli, een kopje thee en wat onbespoten fruit van de biologische groenteboer, had genuttigd, begaf ik mij naar school.

Slide 11 - Open vraag

foutieve samentrekkingen
goede samentrekking:
Als je in een zin woorden weglaat in plaats van ze te herhalen, spreek je van een samentrekking.
Zij ging eerst naar school en zij ging daarna naar huis.
Zij ging eerst naar school en daarna naar huis.

Slide 12 - Tekstslide

regel 1 voor samentrekkingen: 
het weggelaten gedeelte moet dezelfde vorm hebben.
fout: Ik heb een nieuwe dynamo en achterlicht gekocht.
de nieuwe dynamo - een nieuwe dynamo
het nieuwe achterlicht - een nieuw achterlicht
goed: Ik heb een nieuwe dynamo en een nieuw achterlicht gekocht.

Slide 13 - Tekstslide

regel 2: het weggelaten gedeelte moet dezelfde betekenis hebben
Fout: Hij maakte een fout en vervolgens dat hij wegkwam.
een fout begaan
ervoor zorgen dat je wegkomt
Goed: Hij maakte een fout en vervolgens maakte hij dat hij wegkwam.

Slide 14 - Tekstslide

regel 3: het weggelaten zinsdeel moet dezelfde grammaticale functie hebben
fout: De fiets heb ik tweedehands gekocht en bevalt mij erg goed.
de fiets = lijdend voorwerp en [de fiets]  is onderwerp
goed: Die fiets heb ik tweedehands gekocht en [...] opgeknapt.
die fiets = lijdend voorwerp en ik = onderwerp
[die fiets]= lijdend voorwerp en [ik] = onderwerp
heb= hulpwerkwoord en [heb] = hulpwerkwoord

Slide 15 - Tekstslide

zinsontleding

Ik heb hem een boek gegeven.
onderwerp= ik
lijdend voorwerp= een boek
hem= meewerkend voorwerp
heb gegeven= werkwoordelijk gezegde

Slide 16 - Tekstslide

zinsontleding
Hij wordt de beste piloot van de KLM.
hij= onderwerp
de beste piloot van de KLM= naamwoordelijk deel van het gezegde
wordt= koppelwerkwoord
naamwoordelijk gezegde= wordt de beste piloot van de KLM

Slide 17 - Tekstslide

foutieve samentrekkingen verbeteren
-woorden, soms in aangepaste vorm, herhalen
-verwijswoorden gebruiken
fout: Eerst zette hij koffie en daarna de televisie aan
goed: Eerst zette hij koffie en daarna zette hij de televisie aan.
fout: Hij kocht een zeldzaam boek en gravure.
goed: Hij kocht een zeldzaam boek en een zeldzame gravure.
fout: de directeur heeft de cursusleider bedankt en een fles wijn gegeven.
goed: Hij heeft de cursusleider bedankt en hem een fles wijn gegeven.

Slide 18 - Tekstslide

verbeter de zin:
De computer was kapot en gerepareerd.

Slide 19 - Open vraag

verbeter de foutieve samentrekking

Slide 20 - Open vraag

inversie
Inversie: het omdraaien van woorden in de zin.
- Ik moet de hele dag naar school.
- Morgen moet ik de hele dag naar school.
Wat gebeurt er? Door de bepaling 'Morgen' draaien ow en pv om.
In dit geval is er niets fout.

Slide 21 - Tekstslide

foutieve inversie
* Morgen ga ik naar tennis en wil ik mijn huiswerk vanavond maken.
Morgen ga ik naar tennis en ik wil mijn huiswerk vanavond maken.
Morgen ga ik naar tennis en vanavond wil ik mijn huiswerk maken.
Morgen ga ik naar tennis en daarom wil ik mijn huiswerk vanavond maken.

! Er is een 'reden' nodig om inversie toe te passen, zoals een bepaling.

Slide 22 - Tekstslide

beknopte bijzin

Slide 23 - Tekstslide

Slide 24 - Tekstslide

Het kan ook anders
Bladerend door het boek vielen de uitgever meteen een paar fouten op.

(de uitgever = mv)
Het hoeft dus niet altijd het ow te zijn, dat terugkeert in de hoofdzin.

Slide 25 - Tekstslide

Slide 26 - Tekstslide

Verbeter de zin:
De boekhouding controlerend bleken tientallen rekeningen niet betaald te zijn.

Slide 27 - Open vraag

Verbeter de zin:
De boekhouding controlerend bleken tientallen rekeningen niet betaald te zijn.
  • Toen de boekhouding gecontroleerd werd, bleken...
  • Toen we de boekhouding controleerden, bleken...
  • De boekhouding controlerend zagen we dat...

Slide 28 - Tekstslide

Verbeter de zin:
Na een half uur in de oven te hebben gestaan aten zij de pizza op.

Slide 29 - Open vraag

Verbeter de zin:
Na een half uur in de oven te hebben gestaan aten zij de pizza op.
  • Na een half uur in de oven te hebben gestaan was de pizza klaar om opgegeten te worden.
  • Nadat de pizza een half uur in de oven had gestaan aten zij hem op.

Slide 30 - Tekstslide

Lijdende vorm
Lijdende vorm: Mijn broer werd door zijn trainer naar de EHBO gebracht.
Bedrijvende vorm: De trainer bracht mijn broer naar de EHBO.

Het gebruik van de lijdende vorm is niet verkeerd, maar gebruik deze vorm niet te veel. Maak je zinnen 'actief'.

Slide 31 - Tekstslide

Lijdende vorm en incongruentie
Pas bij de lijdende vorm op incongruentie.

* De reizigers werden door de conducteur hun kaartje gegeven.
De reizigers werd door de conducteur hun kaartje gegeven.

Slide 32 - Tekstslide

Naamwoordstijl
Naamwoordstijl: het gebruik van zelfstandige naamwoorden i.p.v. werkwoorden

Naamwoordstijl: Het dragen van petten is hier verboden.
Werkwoorden gebruiken: Je mag hier geen petten dragen.

Gebruik de naamwoordstijl niet te vaak.
(Of, in naamwoordstijl: Vermijd het gebruik van te veel naamwoordstijl.)

Slide 33 - Tekstslide

Foutieve opsomming en symmetrie
* Je moet er goed op letten dat:
- je veel drinkt;
- dat je genoeg beweegt;
- op tijd gaat slapen.

Je moet er goed op letten dat je:
- veel drinkt;
- genoeg beweegt;
- op tijd gaat slapen.

Slide 34 - Tekstslide

Slide 35 - Tekstslide

Slide 36 - Tekstslide

Dubbele ontkenning
* Je moet voorkomen dat je niet ziek wordt.
Je moet voorkomen dat je ziek wordt.
Je moet zorgen dat je niet ziek wordt.

* Er is ons verboden om niet meer in de gangen te zitten.
Er is ons verboden om in de gangen te zitten.
We mogen niet meer in de gangen zitten.

Slide 37 - Tekstslide

Welke fout?
De zaal inlopend bleken alle ballen verdwenen.
A
onjuiste inversie
B
foutieve beknopte bijzin
C
naamwoordstijl
D
lijdende vorm

Slide 38 - Quizvraag

Welke fout?
We willen voorkomen dat je je bezeert en niet naar het ziekenhuis moet.
A
foutieve samentrekking
B
onjuiste inversie
C
dubbele ontkenning
D
tangconstructie

Slide 39 - Quizvraag

Welke fout?
Na een gesprek met de afdelingsleider gaven de ruziemakers elkaar een hand. Waarmee de zaak was gesust.
A
onjuiste begrenzing
B
foutieve beknopte bijzin
C
onjuiste inversie
D
foutieve opsomming

Slide 40 - Quizvraag

Welke fout?
De agressieve examenkandidaat heeft de brugklasser bewust opgewacht en vervolgens een keiharde kopstoot gegeven.
A
ontspoorde zin
B
foutieve samentrekking
C
tangconstructie
D
lijdende vorm

Slide 41 - Quizvraag