Deze les is een terugblik op het filmbezoek van Iedereen is van de wereld en biedt leerlingen de kans om actief na te denken over de thema’s uit de film, zoals invloed hebben op je omgeving.
De film laat zien dat iedereen, op zijn of haar eigen manier, een rol speelt in de wereld om zich heen. In deze verwerkingsles onderzoeken leerlingen wat hún rol kan zijn: hoe kun je, ook als jongere, bijdragen aan een fijne, inclusieve en rechtvaardige omgeving – op school, in de buurt of online?
De les bestaat uit reflectievragen en een creatieve maakoefening. Het doel is niet om directe oplossingen te vinden, maar om leerlingen te stimuleren stil te staan bij hun eigen gedrag, ideeën en mogelijkheden om verschil te maken.
Let op: De duur van de les kunt u naar eigen inzicht aanpassen!
Onderdelen in deze les
Terugblik!
Slide 1 - Tekstslide
Verwerkingsles
In deze les blik je met de leerlingen terug op de film. Je onderzoekt met de leerlingen welke verschil je als burger kan maken.
Bespreek kort de film na:
Wat weten de leerlingen nog?
Welk moment uit de film of les zou jij willen ‘vastleggen’ omdat het jou raakte of aan het denken zette? Waarom dat moment?
... blik je terug op het filmbezoek
... onderzoek je hoe je impact kan maken
IN DEZE LES...
Slide 2 - Tekstslide
Bespreek wat jullie in deze verwerkingsles gaan doen.
IN DEZE LES...
... blik je terug op het filmbezoek
... onderzoek je hoe je impact kan maken
1. Pak een leeg A4-tje en een pen
2. Zo meteen verschijnen er stellingen op het bord, per slide moet je een stelling kiezen die het beste bij jou past
3. Schrijf steeds één letter op
Slide 3 - Tekstslide
Opdracht: Ari of Zahra?
In de film maak je kennis met twee verschillende vriendinnen: Ari en Zahra. Ze zijn heel verschillend, maar toch hebben ze een bijzondere vriendschap. We blikken terug op de film met de volgende opdracht:
Bespreek met de leerlingen:
Op wie lijk jij het meest? Ben jij Ari of Zahra? We kijken naar 5 x 2 stellingen. Welke past het beste bij jou? A of B?
Zahra
Ari
Ik neem snel het voortouw, vooral als ik ergens in geloof.
Ik kijk eerst de kat uit de boom, maar als het nodig is dan kom ik in actie.
Slide 4 - Tekstslide
Opdracht: Ari of Zahra?
In de film maak je kennis met twee verschillende vriendinnen: Ari en Zahra. Ze zijn heel verschillend, maar toch hebben ze een bijzondere vriendschap. We blikken terug op de film met de volgende opdracht:
Bespreek met de leerlingen:
Op wie lijk jij het meest? Ben jij Ari of Zahra? We kijken naar 5 x 2 stellingen. Welke past het beste bij jou? A of B?
Ik neem snel het voortouw, vooral als ik ergens in geloof.
Ik kijk eerst de kat uit de boom, maar als het nodig is dan kom ik in actie.
Slide 5 - Tekstslide
Opdracht: Ari of Zahra?
Stelling 1 - klik op A en B om de stellingen te zien
A: Ik neem snel het voortouw, vooral als ik ergens in geloof.
B: Ik kijk eerst de kat uit de boom, maar als het nodig is dan kom ik in actie.
Welke past het beste bij jou? A of B?
Ik laat goed zien wat ik voel, ook als ik verdrietig of boos ben.
Ik houd mijn emoties liever voor mezelf.
Slide 6 - Tekstslide
Opdracht: Ari of Zahra?
Stelling 2 - klik op A en B om de stellingen te zien
A: Ik laat goed zien wat ik voel, ook als ik verdrietig of boos ben.
B: Ik houd mijn emoties liever voor mezelf.
Welke past het beste bij jou? A of B?
Ik vind het niet erg om op te vallen of mijn mening te geven.
Ik observeer graag eerst voordat ik iets zeg of doe.
Slide 7 - Tekstslide
Opdracht: Ari of Zahra?
Stelling 3 - klik op A en B om de stellingen te zien
A: Ik vind het niet erg om op te vallen of mijn mening te geven.
B: Ik observeer graag eerst voordat ik iets zeg of doe.
Welke past het beste bij jou? A of B?
Ik kom op voor anderen, zelfs als dat spannend is.
Ik ben trouw aan mijn vrienden, maar liever niet te veel in de spotlight.
Slide 8 - Tekstslide
Opdracht: Ari of Zahra?
Stelling 4 - klik op A en B om de stellingen te zien
A: Ik kom op voor anderen, zelfs als dat spannend is.
B: Ik ben trouw aan mijn vrienden, maar liever niet te veel in de spotlight.
Welke past het beste bij jou? A of B?
Ik wil van elke dag iets maken; mijn hoofd zit vol ideeën.
Ik hecht veel waarde aan rust, familie en veiligheid.
Slide 9 - Tekstslide
Opdracht: Ari of Zahra?
Stelling 5 - klik op A en B om de stellingen te zien
A: Ik wil van elke dag iets maken; mijn hoofd zit vol ideeën.
B: Ik hecht veel waarde aan rust, familie en veiligheid
Welke past het beste bij jou? A of B?
Ben jij een A?
Je bent Ari. Je weet dat je niet lang meer leeft. Je hoort dat je beste vriendin Zahra misschien moet terugkeren naar een gevaarlijk land. Wat doe je?
Schrijf een tekst en beantwoord de volgende vragen:
Is het mijn taak om haar te helpen of moet de overheid dat doen?
Wat als ik niets doe, zou ik spijt krijgen?
Wat zegt mijn geweten? Wat zegt mijn gevoel?
Slide 10 - Tekstslide
Opdracht: Ari of Zahra?
Ben jij een A of B?
Laat je leerlingen een monoloog inspreken op hun mobiel waarbij ze als (A) Ari of (B) Zahra de bijbehorende vragen beantwoorden.
Alternatieven voor mobiel:
Gebruik de dictafoon op de laptop
Schrijf de monoloog op papier
Ben jij een B?
Je bent Zahra. Je hoort dat je misschien moet terugkeren naar het land dat je bent ontvlucht: een plek waar het gevaarlijk is. Je voelt je thuis in Nederland. Hier heb je vrienden, toekomst en veiligheid. Maar je hoort dat je niet mag blijven.
Schrijf een tekst, waarin jij als Zahra vertelt wat er door je heen gaat.
Beantwoord de volgende vragen in je verhaal:
Voel ik me veilig in Nederland?
Heb ik recht op bescherming, of moet ik dat verdienen?
Wat hoop ik dat anderen doen - blijven zwijgen, of opstaan?
Slide 11 - Tekstslide
Bespreek de opdracht na
Konden de leerlingen zich verplaatsen in het personage? Welke antwoorden hebben ze gegeven op de vragen?
Bespreek dat zowel Ari als Zahra vragen stellen over een situatie waar ze niet blij mee zijn. Moeten ze de situatie veranderen? Krijgen ze spijt als ze niets doen? En hoe verander je een situatie?
Hoe zouden jullie dat doen?
Ben jij B? Ga met drie andere leerlingen bij elkaar zitten.
Lees om de beurt je eigen tekst voor. Bespreek daarna met elkaar waar jullie het over eens zijn en waar jullie het mee oneens zijn met elkaar.
Schrijf als conclusie één ding op waar jullie het allemaal over eens zijn en één ding waar jullie hier over oneens zijn.
Ben jij A? Ga met drie andere leerlingen bij elkaar zitten.
Slide 12 - Tekstslide
Deze slide heeft geen instructies
Nabespreken
Slide 13 - Tekstslide
Bespreek de opdracht na
Konden de leerlingen zich verplaatsen in het personage? Welke antwoorden hebben ze gegeven op de vragen?
Bespreek dat zowel Ari als Zahra vragen stellen over een situatie waar ze niet blij mee zijn. Moeten ze de situatie veranderen? Krijgen ze spijt als ze niets doen? En hoe verander je een situatie?
Hoe zouden jullie dat doen?
Na deze film/les onthoud ik dat…
Slide 14 - Tekstslide
Wat onthoud je van deze les/film?
Maak de zin af:
“Na deze film/les zal ik onthouden dat…”
Iedereen is ...
Grote veranderingen beginnen meestal in het klein.
een veranderaar!
Slide 15 - Tekstslide
Deze slide heeft geen instructies
Stel je voor, er komt een nieuwe wet:
leerlingen moeten verplicht naar school tot 18:00.
Wat zou je kunnen doen om het te veranderen?
Slide 16 - Tekstslide
Invloed uitoefenen
Ari en Zahra zoeken een manier om invloed uit te oefen en het beleid te veranderen. Bespreek hoe je invloed kan uitoefenen. Hoe kan je de wereld om je heen veranderen?
Bespreek met de leerlingen: stel dat er een nieuwe wet wordt aangenomen over schooltijden. Wat zouden de leerlingen dan doen?
Bekijk vervolgens de volgende slide met alle opties om impact te hebben op de politiek. Welke vinden de leerlingen het beste?
Welke vorm vind jij het meest geschikt?
Stemmen: vanaf 18 jaar stem je mee over wie beslissingen neemt.
Petitie starten: een online of papieren oproep die anderen kunnen ondertekenen.
Brief/mail: schrijven aan een wethouder, minister of schooldirectie.
Meepraten: via jongerenraad, leerlingenraad of wijkpanel.
Actie voeren: denk aan protest, staking, media-aandacht.
Social media: met posts, video’s of campagnes kun je een groot bereik krijgen.
Slide 17 - Tekstslide
Invloed uitoefenen
Welke vorm spreekt de leerlingen het meest aan? Wat zouden zij doen als ze iets zouden willen veranderen?
Iedereen is ...
Grote veranderingen beginnen meestal in het klein, maar kunnen ook groot eindigen.