Woordvolgorde in het Frans

1 / 16
volgende
Slide 1: Video
FransVoortgezet speciaal onderwijs

In deze les zitten 16 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 3 videos.

time-iconLesduur is: 40 min

Onderdelen in deze les

Slide 1 - Video

In welke taal is de woordvolgorde 'strakker'?
A
Frans
B
Nederlands
C
Allebei heel strak
D
Woordvolgorde is niet belangrijk in FR en NL

Slide 2 - Quizvraag

Je veux donner un cadeau à ma mère.
Wat is het lijdend voorwerp in deze zin?
A
Je
B
veux donner
C
un cadeau
D
à ma mère

Slide 3 - Quizvraag

Je veux donner un cadeau à ma mère.
Wat is het onderwerp in deze zin?
A
Je
B
veux donner
C
un cadeau
D
à ma mère

Slide 4 - Quizvraag

Je veux donner un cadeau à ma mère.
Wat is het meewerkend voorwerp in deze zin?
A
Je
B
veux donner
C
un cadeau
D
à ma mère

Slide 5 - Quizvraag

Je veux donner un cadeau à ma mère.
Wat is het gezegde in deze zin?
A
Je
B
veux donner
C
un cadeau
D
à ma mère

Slide 6 - Quizvraag

Woordvolgorde
Soms wijkt de woordvolgorde af van de basiswoordvolgorde van onderwerp/gezegde/lijdend voorwerp/meewerkend voorwerp. Dit gebeurt wanneer je persoonlijk voornaamwoorden (hem/haar/jou/mij..) in de plaats van het meerwerkend voorwerp of het lijdend voorwerp gaat gebruiken. Kijk de volgende video.

Slide 7 - Tekstslide

Slide 8 - Video

Welk persoonlijk voornaamwoord kan in de plaats van 'à Lucie': Je donne un cadeau à Lucie.
A
les
B
leur
C
lui
D
la

Slide 9 - Quizvraag

Op welke plek moet 'lui' in die zin? J
A
Je lui donne un cadeau.
B
je donne lui un cadeau.
C
Je donne un cadeu lui
D
Lui je donne un cadeau

Slide 10 - Quizvraag

Ditzelfde gebeurt wanneer je een persoonlijk voornaamwoord in de plaats van een lijdend voorwerp zet. Kijk het volgende filmpje.

Slide 11 - Tekstslide

Slide 12 - Video

Welk persoonlijk voornaamwoord kan in de plaats van 'les filles'. Je connais les filles (ik ken de meisjes).
A
le
B
la
C
les
D
l'

Slide 13 - Quizvraag

En waar moet 'les' dan in de zin?
A
Je connais les.
B
Les je connais
C
Les je connais
D
Je les connais

Slide 14 - Quizvraag

Je gaat nu aan de slag met opdrachten uit het boek

Maak opdracht 15. Je schrijft een tekst, let extra goed op de woordvolgorde! Schrijf je tekstje op de volgende slide in lessonup.

Slide 15 - Tekstslide

Maak opdracht 15ab in je boek p. 154. Schrijf hieronder opdracht 15c

Slide 16 - Open vraag