Communicatie LVB/MVB

1 / 40
volgende
Slide 1: Tekstslide
Verpleging en verzorgingMBOStudiejaar 2

In deze les zitten 40 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 3 videos.

time-iconLesduur is: 30 min

Onderdelen in deze les

Slide 1 - Tekstslide

Wat is communicatie ?

Slide 2 - Woordweb


Wat is communicatie? 

Het bedoeld of onbedoeld overbrengen van een bepaalde boodschap op iemand anders


Hierbij is altijd sprake van een zender, een boodschap en een ontvanger.

Slide 3 - Tekstslide

Slide 4 - Tekstslide

Slide 5 - Tekstslide

Alle gedrag is communicatie
Er bestaat geen NIET COMMUNICEREN, zelfs als je NIETS doet communiceer je.





Het effect van de boodschap wordt ( volgens onderzoekers) voor 7 % bepaald door de gebruikte woorden, intonatie is 38 % en lichaamstaal door 55 %.

Slide 6 - Tekstslide

Slide 7 - Video

Slide 8 - Tekstslide

Slide 9 - Tekstslide

Non verbale communicatie is:
- Lichaamshouding 
- Mimiek 
- Intonatie
- Gebaren
- Gedrag
- Bewegingen
- Kleding/uiterlijk ?
- Geur ?

Slide 10 - Tekstslide

Slide 11 - Tekstslide

Woorden zeggen minder dan je denkt
Onderzoekers ontdekten dat mensen vooral letten op hoe iets gezegd wordt, niet alleen wat er gezegd wordt.
Wanneer woorden en lichaamstaal elkaar tegenspreken, blijkt uit onderzoek van Albert Mehrabian (1971):

Onderdeel van de boodschap Invloed op hoe de ander het ervaart*
Woorden (inhoud) 7 %
Stemgebruik / intonatie 38 %
Lichaamstaal (houding, gezichtsuitdrukking, gebaren) 55 %

Geldt vooral bij het uitdrukken van gevoelens of emoties, zoals irritatie, interesse of warmte.


🧩 Als woorden en lichaamstaal niet bij elkaar passen, gelooft men meestal de lichaamstaal.

Slide 12 - Tekstslide

Slide 13 - Tekstslide

Slide 14 - Tekstslide

Slide 15 - Tekstslide

Slide 16 - Tekstslide

Slide 17 - Tekstslide

Slide 18 - Tekstslide

Slide 19 - Tekstslide

Slide 20 - Tekstslide

Opdracht
  • Kijken met andere woorden
  • Observeer: Olle, Frank, Laura en Thomas

Geef voor alle vier antwoord op de volgende vragen:
  1. Op welke wijze wordt er gecommuniceerd?
  2. Noem de zintuigen die worden gebruikt om te communiceren? 

Slide 21 - Tekstslide

Slide 22 - Video

Wat is non-verbale communicatie?
A
gezichtsuitdrukking
B
taal
C
lichaamstaal
D
geluiden

Slide 23 - Quizvraag

Je zorgvrager aankijken is
A
verbale communicatie
B
non-verbale communicatie
C
mimiek
D
directe communicatie

Slide 24 - Quizvraag

Slide 25 - Tekstslide

Op de vorige afbeelding zag je een gesprek tussen twee mensen over een hond .

Vinden jullie dit een vorm van goede communicatie of slechte ? Wat kan er aan verbeterd worden ?
Waarnemen doe je apart van elkaar en niet op dezelfde manier. Denk eens aan  herinneringen van zussen uit 1 gezin....

Slide 26 - Tekstslide

Totale communicatie
Is het bewust, tegelijkertijd en op maat gebruik maken van alle uitingsvormen zals:
Mimiek, expressie, gebaar, toon, beweging, uitstraling, uiterlijke verschijningsvorm, pictogrammen, afbeeldingen, kleuren, voorwerpen, foto's, tekeningen, verwijzers

Slide 27 - Tekstslide

Welk onderdeel hieronder heeft NIETS met non verbale communicatie te maken volgens jullie?
A
Niet optillen van zwaardere/dikkere kinderen
B
Aanraken
C
Kledingstijl zoals hoodies
D
Oortjes in

Slide 28 - Quizvraag

Ervaar-het-maar is een methodische werkwijze voor het stimuleren van de motoriek, de zintuigen en de communicatie in de begeleiding van mensen met een verstandelijke beperking.

Slide 29 - Tekstslide

Slide 30 - Video

Wat wordt bedoeld met belevingsgerichte zorg?
A
Zorg waarbij rekening wordt gehouden met de persoonlijke wensen van de zorgvrager
B
Zorg waarbij de verzorgenden zo snel en effectief mogelijk kunnen werken

Slide 31 - Quizvraag

Belevingsgerichte zorg:
- Client staat centraal
- Het draait niet alleen om weten; om kennis maar ook om HOE de client het ervaart en beleeft

Ervaar het maar is een vervolg op beleven en ervaren. Een methodische werkwijze voor het stimuleren van bewegingen, de zintuigen en de communicatie in de begeleiding van mensen met een meervoudige beperking, verstandelijke beperking of dementie.

Slide 32 - Tekstslide

De methode: ERVAAR HET MAAR is gebaseerd op 5 uitgangspunten:

1 - Totale Ervaringsordening/LACCS ontwikkelingsfases
2 - Totale communicatie
3 - Basale stimulatie
4 - Motoriek
5 - Sensorische informatieverwerking

Slide 33 - Tekstslide

1 = Ervaringsordening en LACCS

Lichamelijk welzijn, Alertheid, Contact, Communicatie, Stimulerende tijdsbesteding

Ordenen van ervaringen in volgorde en stappen.

Sensatiefase; waarnemen en beleven
Klikfase: Iets bij de waarneming verwachten, denken, weten
Begrijpfase: je weet iets maar weet ook waarom en waarom niet ( voorbeeld zwemmen)

Slide 34 - Tekstslide

2 = Totale communicatie


Het communicatieniveau van de client moet duidelijk zijn....

Wat houdt dat in ?


Slide 35 - Tekstslide

Wat is Totale Communicatie ?
A
Met je hele lichaam iets duidelijk maken
B
Bewust, tegelijkertijd en op maat gebruik maken van alle uitingsvormen
C
Non verbale communicatie en verbale communicatie matchen
D
Totaal bewust zijn van de boodschap

Slide 36 - Quizvraag

3 - Basale stimulatie

Basale stimulatie is het geconcentreerd werken met aanraking, beweging en trilling en ademhaling als middel om de persoon met een ernstig meervoudige beperking te helpen om zijn of haar lichaam te voelen op een veilige en warme manier

Slide 37 - Tekstslide

4 - Motoriek

Kennis van de motoriek van een client is belangrijk bij de verzrging en begeleiding.
Motoriek werkt niet tegen, vaak is het de spanning en ontspanning van spieren, gewrichten e.d.

Slide 38 - Tekstslide

Voorbeeld: Ervaar het Maar in de Persoonlijke Verzorging
1 - Wat weet je van de client ?
2 - Onduidelijkheden onderzoeken d.m.v. werkdoelen
3 - In kaart brengen van de manier van verzorgen
4 - Maak een persoonlijke toilettas of verzorgingsmandje
5 - Bewustwording van je eigen manier van verzorgen
6 - Integreren van eenduidige benaderingswijze

Slide 39 - Tekstslide

Einde les

Slide 40 - Tekstslide