Etre in de present simple

Vandaag
Overhoren woorden B en klok.
Herhalen van het werkwoord être (zit ook in het komende so).
Daarna gaan we verder met uitspraak oefenen en vervolgens huiswerk maken.

Voor het proefwerk dien je werkende oortjes te hebben.
Met een draad werkt altijd; Action



1 / 17
volgende
Slide 1: Tekstslide
FransMiddelbare schoolmavoLeerjaar 1

In deze les zitten 17 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 100 min

Onderdelen in deze les

Vandaag
Overhoren woorden B en klok.
Herhalen van het werkwoord être (zit ook in het komende so).
Daarna gaan we verder met uitspraak oefenen en vervolgens huiswerk maken.

Voor het proefwerk dien je werkende oortjes te hebben.
Met een draad werkt altijd; Action



Slide 1 - Tekstslide

Etre in de présent simple
We gaan dit kort herhalen omdat dit in de lesstof voorkomt

Slide 2 - Tekstslide

Etre in het Frans!
Je suis
Tu es
Il est
Elle est
On est
Nous sommes
Vous êtes
Ils sont
Elles sont
Ik ben
Jij bent
Hij is
Zij is
Men is/wij zijn
Wij zijn
Jullie zijn/u bent
Zij zijn (mannen en vrouwen)
Zij zijn (alleen vrouwen

Slide 3 - Tekstslide

etre
=
 zijn




Sleep de juiste vorm van être naar het bijbehorende persoonlijk voornaamwoord
il/elle/on
nous
vous
ils/elles
tu
je
es
sont
est
êtes
sommes
suis

Slide 4 - Sleepvraag

Zet in het Frans.
ik ben

Slide 5 - Open vraag

Zet in het Frans.
jij bent

Slide 6 - Open vraag

Zet in het Frans.
hij is

Slide 7 - Open vraag

Zet in het Frans.
zij is

Slide 8 - Open vraag

Zet in het Frans.
jullie zijn/ u bent

Slide 9 - Open vraag

Zet in het Frans.
wij zijn

Slide 10 - Open vraag

Zet in het Frans.
zij zijn

Slide 11 - Open vraag

Zet in het Frans.
zij zijn (alleen vrouwen)

Slide 12 - Open vraag

Open je online boek en ga naar:
C: Phrases clés et parler.

We gaan zo samen de uitspraak van zinnen oefenen.

Slide 13 - Tekstslide

We gaan samen de uitspraak oefenen.
C: Phrases clés et parler: 13c

1 Tu es en quelle classe?
Je suis en cinquième.
2 Tu as quelles matières le mardi?
Le mardi, j’ai anglais et géographie.
3 La récré, c’est à quelle heure?
À dix heures.
4 Quelle heure est-il?
Il est neuf heures et demie.


Slide 14 - Tekstslide

Ga dit nu gedurende een minuut oefenen met je buurman.
Doe elke rol één keer

1 Tu es en quelle classe?
Je suis en cinquième.
2 Tu as quelles matières le mardi?
Le mardi, j’ai anglais et géographie.
3 La récré, c’est à quelle heure?
À dix heures.
4 Quelle heure est-il?
Il est neuf heures et demie.


Slide 15 - Tekstslide

Daarna maken:
C: Phrases Clés et parler.
Bij 13e dien je minstens vijf zinnen te maken.
Bij 15a je eigen rooster invullen.
dus bijvoorbeeld:
Lundi: gym, maths, géographie, anglais etc
Mardi: histoires, français, etc

Maken: D: Grammaire.
Slim stampen: blokje A en B
Maak het zo goed mogelijk, niet zo snel mogelijk.
Indien tijd over, gaan we nog naar de bezittelijk vnw.

Slide 16 - Tekstslide

Huiswerk voor volgende week
C:Phrases Clés et parler.
D: Grammaire.
E; Regarder
leren blokje E en het werkwoord être

Slide 17 - Tekstslide