IB_FR_ZMYP3- Periode_1-Cours_8 20251106

1 / 50
volgende
Slide 1: Tekstslide
FransMiddelbare schoolhavo, vwoLeerjaar 1

In deze les zitten 50 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

Onderdelen in deze les

Slide 1 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Startklaar
Enlevez votre manteau. 
Mettez votre téléphone portable dans votre sac à dos.
Écouteurs dans vos sacs à dos.
Posez vos sacs à dos par terre.
Posez votre ordinateur portable fermé sur la table.
Mettez votre matériel scolaire sur la table.
timer
5:00

Slide 2 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

S'il vous plaît,

Fermez votre ordinateur.
Close your laptop.
Sluit je computer af.

Slide 3 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Tijdens de les.../ Pendant le cours...

... vous êtes silencieux lorsque le professeur parle.
... vous êtes silencieux lorsqu'un camarade de classe parle.
... écoutez ce que le professeur dit et suivez les instructions.
... vous êtes amical à tout moment.
... vous participez activement.

Slide 4 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 5 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Welkom bij LA French
Unit 1: How do other people live?
Qu'est-ce qu'il y a autour de moi?
Learner Profile:
Communicators
ATL (Action: Teaching and learning through inquiry):
Communication/Collaboration/Reflection skills
Related concepts:
Context
Key concept:
Communication
Statement of Inquiry : As we learn a new language, we establish connections that not only enrich our communities but also situate our culture within the context of our surroundings and the era we live in.
Global context:
Identity formation

Slide 6 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Programma
  • Voorkennis/ Connaissances préalables
  • Leerdoelen opstellen/ Objectifs d’apprentissage
  • Instructie/ Instructions
  • Aan de slag/ Au travail
  • Reflectie en leerdoelen check/ Réflexion et vérification des objectifs d'apprentissage

Slide 7 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Overzicht periode 1
Week 6
Week 7
Week 8
Week 9
Week 10
Week 11
Comment c'est chez toi?
What is your home like?

SA

Comment c'est chez moi?
What is my home like?
Comment c'est chez moi?
What is my home like?
Ville ou campagne?
City or countryside?

Révision/
Content review

Examen/
Test

Slide 8 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Attention ! 
La date limite de soumission du SA est dépassée. Si vous ne l’avez pas encore soumis, veuillez le faire au plus vite.

Let op! 
De deadline voor het indienen van de SA is verstreken. Als u deze nog niet heeft ingediend, doe dat dan zo snel mogelijk.

Slide 9 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Ouvrez votre ordinateur.
Open your laptop.
Open je computer.

S'il vous plaît

Slide 10 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Terugblik-opdracht

Slide 11 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Une salle de bain
Le salon
Une chambre à coucher
La cuisine
La salle à manger
Le garage

Slide 12 - Sleepvraag

Deze slide heeft geen instructies

C'est quoi?
A
le jardin
B
le salon
C
la chambre
D
la cuisine

Slide 13 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

C'est quoi?
A
Une chambre
B
Un salon
C
Une salle de bains
D
Les toilettes

Slide 14 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Leerdoelen
  • Je sais poser des questions./ Ik kan vragen stellen.
  • Je connais les pièces de la maison./ Ik ken de kamers van het huis.
  • Je sais utiliser le passé composé./ Ik kan de passé composé gebruiken.
 
 

Slide 15 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Instructie

Slide 16 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Correction

Slide 17 - Tekstslide

5. Concrete en herkenbare voorbeelden
De docent maakt gebruik van praktische, herkenbare voorbeelden die aansluiten bij de Global Context, waardoor leerlingen deze kunnen relateren aan hun eigen leefwereld en ervaringen. De docent doet hierbij een beroep op dual coding. Door het visuele en het verbale te combineren vergroot de docent de kans dat lesstof beter bij de leerlingen blijft beklijven.

Correction

Slide 18 - Tekstslide

5. Concrete en herkenbare voorbeelden
De docent maakt gebruik van praktische, herkenbare voorbeelden die aansluiten bij de Global Context, waardoor leerlingen deze kunnen relateren aan hun eigen leefwereld en ervaringen. De docent doet hierbij een beroep op dual coding. Door het visuele en het verbale te combineren vergroot de docent de kans dat lesstof beter bij de leerlingen blijft beklijven.

Correction

Slide 19 - Tekstslide

5. Concrete en herkenbare voorbeelden
De docent maakt gebruik van praktische, herkenbare voorbeelden die aansluiten bij de Global Context, waardoor leerlingen deze kunnen relateren aan hun eigen leefwereld en ervaringen. De docent doet hierbij een beroep op dual coding. Door het visuele en het verbale te combineren vergroot de docent de kans dat lesstof beter bij de leerlingen blijft beklijven.

De vraagwoorden

Slide 20 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Les questions/Vragen
Que
=
Wat
Comment
=
Hoe
=
Waar
Quelle
=
Wat/Welke
(Avec) qui
=
(Met) wie
Quand
=
Wanneer
Pourquoi
=
Waarom
Combien
=
Hoeveel

Slide 21 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Wat betekent..
Où habites-tu?
A
Wie ben jij?
B
Hoe oud ben jij?
C
Waar woon jij?

Slide 22 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Wat betekent..
Quel âge as-tu?
A
Wie ben jij?
B
Hoe oud ben jij?
C
Waar woon jij?

Slide 23 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Vraagwoord + est-ce que + zin
Tu viens quand?
QUAND est-ce que tu viens?
Tu habites où?
est-ce que tu habites?

Slide 24 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

'Est-ce que' betekent:
A
wat
B
waar
C
heeft geen betekenis
D
waarom

Slide 25 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

hoeveel
wanneer
hoe
wie
waarom
wat
waar
quand
combien
qu'est-ce que
comment
qui
pourquoi

Slide 26 - Sleepvraag

Deze slide heeft geen instructies

Le Passé Composé
J'ai fait une bêtise. J'ai mangé du papier toilette.
Ik heb iets stoms gedaan. Ik heb wc-papier gegeten.

Slide 27 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Le passé composé est un temps verbal qui sert à raconter des faits ponctuels et passés.
The passé composé is a verb tense used to describe specific, past events.

Il est composé de deux parties :
It is composed of two parts:

LE PASSÉ COMPOSÉ
AVOIR ou ÊTRE
au présent
(tegenwoordige tijd)
Participe Passé
J'ai mangé
Tu as bu

Slide 28 - Tekstslide

4. Inclusieve didactiek
De docent past een inclusieve didactiek toe door de interactie, eventueel in de thuistalen, in de klas te stimuleren om tot beter begrip van de lesstof te komen. De docent creëert een contextrijke leeromgeving door actief de culturele achtergronden van leerlingen bij de lesinhoud te betrekken. Hierin is de docent zich bewust van de verschillen in de klas. Door flexibel of heterogeen te differentiëren blijft iedereen bij de les betrokken. Gedurende de les reageert de docent positief en proactief op gedrag en maakt het daarmee makkelijker voor leerlingen om gewenst gedrag te laten zien.

Wat is de passé composé?
A
o.t.t ( bijv. ik eet) onvoltooid tegenwoordige tijd
B
v.t.t ( bijv. ik heb gegeten) Voltooide tegenwoordige tijd
C
o.v.t ( bijv. ik at) Onvoltooid verleden tijd
D
(bijv. ik zal eten). Toekomende tijd

Slide 29 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Weet jij hoe de werkwoorden "être (to be)" en "avoir (to have)" in de tegenwoordige tijd worden vervoegd?

Sleep de vervoeging  naar het goede werkwoord.
AVOIR
ÊTRE
je suis
tu as
nous sommes
j'ai 
elle a
vous avez
elles
 sont
tu es 
il est
ils ont

Slide 30 - Sleepvraag

Deze slide heeft geen instructies

Zijn of Hebben in het present.

ÊTRE (to be)
AVOIR (to have)
Je / J'
suis
ai
Tu
es
as
Il / Elle/ On
est
a
Nous
sommes
avons
Vous
êtes
avez
Ils/ Elles
sont
ont

Slide 31 - Tekstslide

4. Inclusieve didactiek
De docent past een inclusieve didactiek toe door de interactie, eventueel in de thuistalen, in de klas te stimuleren om tot beter begrip van de lesstof te komen. De docent creëert een contextrijke leeromgeving door actief de culturele achtergronden van leerlingen bij de lesinhoud te betrekken. Hierin is de docent zich bewust van de verschillen in de klas. Door flexibel of heterogeen te differentiëren blijft iedereen bij de les betrokken. Gedurende de les reageert de docent positief en proactief op gedrag en maakt het daarmee makkelijker voor leerlingen om gewenst gedrag te laten zien.

 Passé Composé
Passé composé

Slide 32 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Passé composé
Danser
Finir
Attendre
J' (ik)
ai
dansé
fini
attendu
Tu (jij)
as
dansé
fini
attendu
Il/elle/on (hij/zij/wij)
a
dansé
fini
attendu
nous (wij)
avons
dansé
fini
attendu
Vous (jullie/u)
avez
dansé
fini
attendu
Ils/elles (zij)
ont
dansé
fini
attendu
Werkwoorden - ER / IR / RE
Passé Composé 

Slide 33 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Wat zijn de uitgangen in de Passé Composé?
-er        j'ai parl

-ir         j'ai grand

-re        j'ai perd
i
é
u

Slide 34 - Sleepvraag

Deze slide heeft geen instructies

Passé Composé - In 3 stappen
1 - Déterminez le verbe auxiliaire./ 
Bepaal het hulpwerkwoord.


2- Utilisez le participe passé du verbe/
Vorm het voltooid deelword.


3- Ajustez le participe passé (pour être)./
Pas het vooltooid deelwoord aan (bij être).
Exemples: 
manger- mangé
partir - parti

Slide 35 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 36 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Passé composé
Pers.vnw
Hulp.ww
Volt.dw
Je (ik)
suis
tombé
Tu (jij)
es
tombé
Il/elle/on (hij/zij/wij)
est
tombé(e)
nous (wij)
sommes
tombé(e)s
Vous (jullie/u)
êtes 
tombé(e)(s)
Ils/elles (zij)
sont
tombé(e)s
Ik ben gevallen
Verleden tijd: passé composé 
Passé composé

Slide 37 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Onregelmatige ww'en
Voor de volgende werkwoorden is de passé composé onregelmatig:



passé composé
vertaling
être (zijn)
j'ai été
ik ben geweest
avoir (hebben)
j'ai eu
ik heb gehad
faire (maken,doen)
j'ai fait
ik heb gedaan/gemaakt
prendre (nemen)
J'ai pris
Ik heb genomen
vouloir (willen)
J'ai voulu
Ik heb gewild 

Slide 38 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Uit welke twee elementen bestaat de passé composé in het Frans?
Sleep die twee elementen naar het juiste vakje.
Persoonlijk voornaamwoord
Vorm van het hulpwerkwoord avoir/être
Heel werkwoord
Voltooid deelwoord

Slide 39 - Sleepvraag

Deze slide heeft geen instructies

Sleep de vervoegingen naar het juiste vakje
Passé composé
Geen passé composé
Je fais
Il parle
Il a parlé
Nous avons regardé
J'ai fait
Nous regardons

Slide 40 - Sleepvraag

Deze slide heeft geen instructies

Maak een zin met een passé composé. Je hebt niet alle woorden nodig.
ma
père
a
écouté
un
film
mère
regardé
douze

Slide 41 - Sleepvraag

Deze slide heeft geen instructies

Maak een zin met een passé composé. Je hebt niet alle woorden nodig.
mon
soeur
a
écouté
un
gâteau
copain
préparé
douze

Slide 42 - Sleepvraag

Deze slide heeft geen instructies

Passé-composé
Passé composé van être & avoir

Slide 43 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Onregelmatige werkwoorden: avoir, être, faire, aller
Je/j'
Tu 
Il 
Vous
= Ik heb gemaakt
= jij bent gegaan
= hij is geweest
= u heeft gehad
fait
été
allé(e)
eu
avez
es
a
ai

Slide 44 - Sleepvraag

Deze slide heeft geen instructies

Passé Composé + Être
1. (aller)                  Il .....................    ......................
2. (arriver)            Tu .....................    ......................
3. (retourner)      Nous .....................    ......................
4. (descendre)    Vous .....................    ......................
5. (sortir)               Je....................    ......................

passé composé = onderwerp + avoir/être + voltooid deelwoord

Slide 45 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

FA - Passé Composé Homework
Formative Assessment

Slide 46 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Je sais poser des questions./
Ik weet hoe ik vragen moet stellen.
😒🙁😐🙂😃

Slide 47 - Poll

Deze slide heeft geen instructies

Je sais utiliser le passé composé avec le verbe auxiliaire "avoir".
Ik weet hoe ik de passé composé moet gebruiken met het hulpwerkwoord "avoir".
😒🙁😐🙂😃

Slide 48 - Poll

Deze slide heeft geen instructies

Reflectie
  • Je sais poser des questions./ Ik kan vragen stellen.
  • Je connais les pièces de la maison./ Ik ken de kamers van het huis.
  • Je sais utiliser le passé composé./ Ik kan de passé composé gebruiken.

Slide 49 - Tekstslide

8. Afsluiting
De docent controleert in de slotfase van de les of de leerdoelen door alle leerlingen behaald zijn en plaatst de les in de context van de betreffende Unit. De docent evalueert samen met de leerlingen het leren en het gedrag op basis van het Learner Profile en de ATL-skills. Dit wordt vastgelegd in Toddle. Samen blikken docent en leerlingen vooruit aan de hand van de JdW-planner.

Slide 50 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies