Ogen 3

Zintuigen
1 / 28
volgende
Slide 1: Tekstslide
BiologieMiddelbare schoolvmbo bLeerjaar 3

In deze les zitten 28 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 1 video.

time-iconLesduur is: 45 min

Onderdelen in deze les

Zintuigen

Slide 1 - Tekstslide

11.4 De oren

Slide 2 - Tekstslide

Lesdoelen
In het einde van deze les kan je:
  • het verschil van de buiten- en binnenkant het oor onderscheiden.
  • minimaal drie onderdelen van de binnenkant oor benoemen
  • de functie van het slakkenhuis benoemen.
  • de functie van het evenwichtsorgaan benoemen

Slide 3 - Tekstslide

Buitenkant oor
Met je oren neem je geluid waar. Geluiden zijn trillingen van de lucht. De oorschelp vangt het geluid op. De geluiden komen dan in de gehoorgang terecht. 
Oorschelp
Oorlelletje
Gehoorgang

Slide 4 - Tekstslide

Binnenkant oor
Door de gehoorgang komen de geluiden bij het trommelvlies. De geluiden brengen het
trommelvlies aan het trillen.
Achter het trommelvlies 
liggen de gehoorbeentjes.
Deze geven de trillingen 
door aan het slakkenhuis.  

Slide 5 - Tekstslide

Binnenkant oor
In het slakkenhuis  liggen zintuigcellen. Deze nemen de trillingen waar. 
Deze zintuigcellen sturen
impulsen via de 
gehoorzenuw
naar de hersenen.

Slide 6 - Tekstslide

Evenwichtsorgaan
In je oor zit ook het evenwichtsorgaan. Dit orgaan bestaat uit drie kanaaltjes met vloeistof. Als je je hoofd beweegt, gaat de vloeistof stromen. In de kanaaltjes 
zitten kleine zintuigharen. Deze 
haren buigen dan om en sturen
impulsen naar je hersenen. 

Slide 7 - Tekstslide

Gehoorschade
Hoe hard een geluid is, wordt gemeten in decibel. 
Bij harde geluiden (boven de 80
decibel) kunnen de zintuigcellen
in het slakkenhuis en het 
trommelvlies beschadigd raken. 
Je kunt slechthorend of doof 
worden. Dit kan niet genezen.

Slide 8 - Tekstslide

Geluiden zijn .... van de lucht
A
trillingen
B
decibellen

Slide 9 - Quizvraag

Door je ..... weet je of je rechtop staat of op de kop.
A
gehoorzenuw
B
evenwichtsorgaan

Slide 10 - Quizvraag

Geluid wordt gemeten in?
A
decibel
B
trillingen

Slide 11 - Quizvraag

6.3 De ogen

Slide 12 - Tekstslide

Lesdoelen
In het einde van deze les kan je:
  • minimaal twee onderdelen die het oog beschermen benoemen.
  • minimaal drie onderdelen van de binnenkant van het oog benoemen.

Slide 13 - Tekstslide

Bescherming van het oog
Je ogen zijn erg gevoelig en moeten daardoor beschermd worden. De wenkbrauwen zorgen dat 
zweet of ander vocht langs de ogen 
lopen en niet erin. De wimpers 
beschermen de ogen tegen vuil en te 
fel licht. 

Slide 14 - Tekstslide

Bescherming van het oog
Boven je oog onder de huid liggen de traanklieren. Deze produceren traanvocht. Als je knippert 
verspreid het traanvocht over de ogen. 
Zo drogen je ogen niet uit en reinigt  het 
oog. In de ooghoeken zitten kleine 
openingen, dit zijn de traanbuizen.
Deze voeren het traanvocht af.

Slide 15 - Tekstslide

Buitenkant van een oog
Het witte deel van het oog heet het harde oogvlies, dit beschermt het oog. Het gekleurde deel van je oog heet de iris. Het zwarte rondje in je oog heet de pupil. 
Licht komt door de pupil het oog binnen. 
De iris wordt beschermd door het 
hoornvlies. Deze is doorzichtig zodat het 
licht erdoorheen kan. 

Slide 16 - Tekstslide

Binnenkant van het oog
Achter de iris en pupil ligt de lens. De lens zorgt ervoor dat je dingen scherp kan zien. Binnen in het oog zit het glasachtig lichaam. Dit is een zacht en doorzichtig materiaal die alles op zijn plek houdt.

Slide 17 - Tekstslide

Binnenkant van een oog
De wand van het oog heeft drie lagen. De binnenste laag is het netvlies. Hierin liggen de zintuigcellen die de lichtprikkels opvangen. Deze worden naar de oogzenuw gestuurd en zo naar de hersenen. De middelste laag 
is het vaatvlies. Hierin liggen 
veel bloedvaten. Deze voeden 
het oog en voeren afval af.

Slide 18 - Tekstslide

Binnenkant van een oog
De buitenste laag is het harde oogvlies. Hieraan zitten de oogspieren. Dit zorgt ervoor dat de ogen kunnen draaien.

Slide 19 - Tekstslide

Wenk-
brauwen
Wimpers
Traan-
buizen
Traan-
klieren
Beschermen tegen vuil en fel licht
Voert het traanvocht af 
Produceren traanvocht
Zorgen ervoor dat vocht niet in de ogen loopt

Slide 20 - Sleepvraag

Lesdoelen
In het einde van deze les kan je:
  • de werking van de lens uitleggen 
  • de werking van de iris en pupil uitleggen

Slide 21 - Tekstslide

Slide 22 - Video

Slide 23 - Tekstslide

Dichtbij en ver weg zien
Als de lens bol is, zie je voorwerpen dichtbij scherp.
Als de lens plat is, zie je voorwerpen in de verte scherp.

Als je de lens niet goed plat of bol kunt maken, zie je niet scherp. Je kunt dan een bril of contactlenzen gebruiken. 

Slide 24 - Tekstslide

Iris en pupil
Fel licht kan je netvlies beschadigen. De iris beschermt je oog. Als er veel licht op je oog valt, wordt de iris breder, hierdoor wordt de pupil kleiner en komt er minder licht binnen(B). Bij weinig licht wordt de iris kleiner en de pupil groter waardoor je beter ziet(A).

Slide 25 - Tekstslide

Het gekleurde deel van het oog heet ....
A
de pupil
B
de iris
C
het hoornvlies

Slide 26 - Quizvraag

Achter de pupil en iris ligt .......
A
het hoornvlies
B
de lens
C
de oogzenuw

Slide 27 - Quizvraag

Als je in de verte kijkt is de lens?
A
Plat
B
Bol

Slide 28 - Quizvraag