Thema 1 planten - herhalen

1 / 41
volgende
Slide 1: Tekstslide
BiologieMiddelbare schoolvmbo b, kLeerjaar 4

In deze les zitten 41 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

Onderdelen in deze les

Slide 1 - Tekstslide

Leerdoelen
Aan het einde van de les ...
Heb ik alle lesstof van thema 1 Planten opgehaald
Kan ik de begrippen van thema 1 Planten uitleggen

Slide 2 - Tekstslide

Even ophalen
1. Fotosynthese is in planten. Zij maken daarmee glucose (suiker) voor zichzelf.
2. Verbranding is in elk organisme. Zij kunnen met glucose en zuurstof energie maken.

Slide 3 - Tekstslide

Fotosynthese
Glucose
Koolstofdioxide
Zuurstof
Water
Zonlicht

Slide 4 - Sleepvraag

Verbranding in ons lichaam

brandstof+ ................. |→| CO2+ ............... + energie:............. 


Water
Zuurstof
Warmte & beweging
Glucose

Slide 5 - Sleepvraag

Stofwisseling
Stoffen worden omgezet in andere stoffen

  • In organismen worden nieuwe stoffen gevormd
  • Er wordt constant energie vrijgemaakt.
  • bij fotosynthese worden anorganische stoffen omgezet in organische stoffen (dit kunnen alleen planten)

Slide 6 - Tekstslide

Een plant heeft organen:
*Orgaan: verschillende weefsels met dezelfde taak.
*Weefsel: cellen met dezelfde vorm en functie.
  1. Bladeren
  2. Wortels
  3. Bloemen
  4. Stengel

Slide 7 - Tekstslide

stevigheid door turgor
Is de vacuole leeg = blaadje slap

Slide 8 - Tekstslide

Volle en lege vacuole (meer hoef je niet te weten)

Slide 9 - Tekstslide

Blaadje
In de nerven zitten de vaatbundels.
In de vaatbundels vindt transport plaats:
 van water en glucose 
of 
water en mineralen

Slide 10 - Tekstslide

Door welke vaten wordt water en mineralen vervoert?
A
Houtvaten
B
Bastvaten

Slide 11 - Quizvraag

Huidmondje
  1. Zit aan de onderkant        van een blaadje.
  2. Laat koolstofdioxide    (CO2) en zuurstof (O2) naar binnen en buiten.
  3. Kan dicht door de sluitcellen

Slide 12 - Tekstslide

Bastvat ligt onderin (bij de huidmondjes) houtvat ligt daar bovenop. 

Slide 13 - Tekstslide

Vaatbundels
  1. Vaatbundels zijn super sterk en hebben veel vezels
  2. Houtvaten vervoeren water met mineralen van de wortels naar boven.
  3. Bastvaten vervoeren glucose van blaadjes naar alle delen van de plant.

Slide 14 - Tekstslide

Welke vaten vervoeren water met glucose van de bladeren naar de wortel?
A
Alleen de houtvaten.
B
Alleen de bastvaten.
C
Zowel de bastvaten als de houtvaten.

Slide 15 - Quizvraag

Wat is de stroomrichting in bastvaten?
A
Vanuit bladeren naar andere delen van de plant
B
Vanuit de wortels omhoog

Slide 16 - Quizvraag

Welke kant stroomt het water in de houtvaten op?
A
Omhoog
B
Omlaag

Slide 17 - Quizvraag

Juist of onjuist:
In het donker kan er fotosynthese plaatsvinden.
A
Juist
B
Onjuist

Slide 18 - Quizvraag

Juist of onjuist:
In planten vindt verbranding plaats.
A
Juist
B
Onjuist

Slide 19 - Quizvraag

Overdag:
1. Kan de plant glucose maken door middel van fotosynthese.


2. Kan de plant glucose verbranden om alle cellen te laten werken. 
's Nachts:
1. Kan de plant niet aan fotosynthese doen (er is geen zonlicht). 

2. De plant gebruikt zijn reservestoffen (zetmeel) om aan verbranding te doen.

Slide 20 - Tekstslide

Glucose kan omgezet worden in:
  1. Koolhydraat, zoals zetmeel (opslag) en cellulose (stevigheid).
  2. Eiwitten (opbouwen)
  3. Vetten (zaadjes zoals zonnebloempitten)

Zetmeel kan je aantonen met een indicator: Een stof waarmee je een andere stof aantoont.

Slide 21 - Tekstslide

Organische stoffen
  • Stoffen waaruit organismen zijn opgebouwd.
  • Koolhydraten, vetten en eiwitten
  • Door organismen gevormd
  • Rijk aan energie (kcal)



Planten belangrijke voedingsbron voor mensen
Anorganische stoffen
  • Komt voor in de levenloze natuur als in organismen
  • weinig energie
  • mineralen & water

Slide 22 - Tekstslide

Een indicator voor zetmeel is:
A
Joodoplossing
B
Helder kalkwater

Slide 23 - Quizvraag

Als joodoplossing en zetmeel met elkaar in aanraking komen wordt het:
A
Blauw
B
Groen
C
Bruin
D
Geel

Slide 24 - Quizvraag

Een indicator voor koolstofdioxide is:
A
Joodoplossing
B
Helder kalkwater

Slide 25 - Quizvraag

Welke kleur wordt helder kalkwater als het in aanraking komt met koolstofdioxide?
A
Wit/troebel
B
Doorzichtig

Slide 26 - Quizvraag

Waar zit meer koolstofdioxide in:
A
Ingeademde lucht
B
Uitgeademde lucht

Slide 27 - Quizvraag

Geslachtelijke voortplanting
Hiervoor is nodig:
Een stamper
Een meeldraad
Stuifmeel (door wind of bij vervoerd)

Slide 28 - Tekstslide

Om een zaadje te maken:
Moet er een stuifmeelkorrel van een meeldraad bij het zaadbeginsel komen in de stamper.

Slide 29 - Tekstslide

Leer de onderdelen goed voor het examen!

Slide 30 - Tekstslide

Mannelijk deel - meeldraad
(hier wordt stuifmeel gemaakt)
Vrouwelijk deel - stamper
(hierin groeit het zaadje)

Slide 31 - Tekstslide

Bestuiving

Slide 32 - Tekstslide

Wel of geen bestuiving

Slide 33 - Tekstslide

Windbloem
Ziet er saai uit:
1. Groene kroonblaadjes
2. Stamper hangt vrij
3. Meeldraden hangen naar buiten
4. Er zijn veel stuifmeelkorrels (pollen) in de lucht

Slide 34 - Tekstslide

Insectenbloem
Ziet er mooi uit:
  1. Gekleurde kroonblaadjes.
  2. Nectar onderin de bloem.
  3. Stamper en meeldraden bij elkaar.
  4. Lekkere geur
  5. Er zijn eigenlijk geen pollen in de lucht.

Slide 35 - Tekstslide

Insectenbloem
Windbloem

Slide 36 - Sleepvraag

Ongeslachtelijk voortplanten
1. Geen bloemen nodig.
2. Het DNA is precies hetzelfde als van de moederplant (genotype - thema erfelijkheid)

In het filmpje hierna wordt dit uitgelegd. 

Slide 37 - Tekstslide

Geslachtelijke voortplanting
nieuwe genotype
Meiose: versmelten de kernen van 2 geslachtscellen

met behulp van een bloem
ongeslachtelijk voortplanting
Kopie
mitose: gewone celdeling

Stekken
Bollen
Knollen 
Enten
uitlopers
wortelstokken

Slide 38 - Tekstslide

ontkieming, groei en ontwikkeling
Bouw van een zaad
groei & ontwikkeling

Slide 39 - Tekstslide

Levenscyclus
+ één en tweejarige planten

Slide 40 - Tekstslide

Wat gaan we nu doen?
  1. Werk verder aan de oefenvragen van boek A
  2. Maak de test jezelf van de thema's van leerjaar 3.              Vertel welke thema's moeilijk zijn!
  3. 30 seconds met begrippen :)

Slide 41 - Tekstslide