Le passé composé être + avoir

Le passé composé
1 / 25
volgende
Slide 1: Tekstslide
FransMiddelbare schoolvmbo tLeerjaar 4

In deze les zitten 25 slides, met interactieve quizzen en tekstslide.

time-iconLesduur is: 30 min

Onderdelen in deze les

Le passé composé

Slide 1 - Tekstslide

Let op: welke letter(s) komen er bij het voltooid deelwoord wanneer het bij een persoonlijk staat: m. mv.

Slide 2 - Open vraag

Let op: welke letter(s) komen er bij het voltooid deelwoord wanneer het bij een persoonlijk staat: m. ev.

Slide 3 - Open vraag

Let op: welke letter(s) komen er bij het voltooid deelwoord wanneer het bij een persoonlijk staat: v. mv.

Slide 4 - Open vraag

Let op: welke letter(s) komen er bij het voltooid deelwoord wanneer het bij een persoonlijk staat: v. mv.

Slide 5 - Open vraag

tu ____ (écrire )

Slide 6 - Open vraag

vous ____ (connaitre)

Slide 7 - Open vraag

ils ____ (regarder)

Slide 8 - Open vraag

nous ____ (pouvoir)

Slide 9 - Open vraag

Vous (madame Vuylsteke) ____ (tomber)

Slide 10 - Open vraag

Marie __ (aller)

Slide 11 - Open vraag

vous (boire)

Slide 12 - Open vraag

Julie et Julien __ (retourner)

Slide 13 - Open vraag

Marie et Pierre ____ (rester)

Slide 14 - Open vraag

j' __ (trouver)

Slide 15 - Open vraag

Ma soeur __ (naître)

Slide 16 - Open vraag

Les filles ___ (recevoir)

Slide 17 - Open vraag

Je/j'___ (mettre)
(ond + ww opschrijven!)

Slide 18 - Open vraag

Ils ___ (attendre)

Slide 19 - Open vraag

Les garçons ___ (choisir)

Slide 20 - Open vraag

Pierre et Pascal ____(partir)

Slide 21 - Open vraag

la négation de la phrase:
J'ai travaillé pour l'école.

Slide 22 - Open vraag

la négation de la phrase:
Nous sommes toujours allés chez notre grand-mère.

Slide 23 - Open vraag

la négation de la phrase:
Il a mangé encore deux tartines.

Slide 24 - Open vraag

la négation de la phrase:
Vous avez fait du ski.

Slide 25 - Open vraag