Woensdag 9 februari einde deel B, start deel C

Terugkijken
Besproken:
Sport- en bewegingsmogelijkheden voor doelgroepen in de buurt
Hoeveel moet je bewegen: beweegnormen
Het organiseren voor een doelgroep, en alles wat daarbij komt kijken: van werven tot en met de evaluatie
Veiligheid, blessures voorkomen
De relatie tussen sport en gezondheid
Een vaardigheid kunnen voordoen, cooling down, warming up
Sportkeuring, sportmedisch onderzoek
1 / 23
volgende
Slide 1: Tekstslide
Zorg en WelzijnMiddelbare schoolvmbo lwoo, b, kLeerjaar 4

In deze les zitten 23 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 120 min

Onderdelen in deze les

Terugkijken
Besproken:
Sport- en bewegingsmogelijkheden voor doelgroepen in de buurt
Hoeveel moet je bewegen: beweegnormen
Het organiseren voor een doelgroep, en alles wat daarbij komt kijken: van werven tot en met de evaluatie
Veiligheid, blessures voorkomen
De relatie tussen sport en gezondheid
Een vaardigheid kunnen voordoen, cooling down, warming up
Sportkeuring, sportmedisch onderzoek

Slide 1 - Tekstslide

Theorie
Communicatie heel belangrijk, o.a. feedback geven!
Een gezonde leefstijl
Cooling-down 
Websites voorkom blessures, veilig sporten, een gezond gewicht, warming-up.......

Slide 2 - Tekstslide

Kennis toetsen
Hoeveel wijzer ben je geworden?
Heb je de theoriebronnen gebruikt en de websites gelezen? 

Slide 3 - Tekstslide

De vier belangrijkste ongezonde leefstijlfactoren zijn
A
roken, snoepen, onvoldoende beweging, ongezonde voeding
B
alcohol, snoepen, onvoldoende beweging, ongezonde voeding
C
roken, alcohol, onvoldoende beweging, ongezonde voeding
D
onvoldoende beweging, ongezonde voeding, teveel medicijnen, teveel snoepen

Slide 4 - Quizvraag

Wat betekent preventie?
A
Genezen van ziekten
B
Het krijgen van ziekten
C
Voorkomen van ziekten
D
Veranderen van ziekten

Slide 5 - Quizvraag

Arbowet is een afkorting van;
A
arbeidsondernemerswet
B
arbeidsomstandighedenwet
C
arbeidsongevallenwet
D
arbeidsongeschiktheidswet

Slide 6 - Quizvraag

Arbowet
A
Wet waarin staat hoeveel je minimaal mag verdienen
B
Wet die regels aangeeft voor werk- en rusttijden
C
Wet voor veilige en gezonde arbeidsomstandigheden
D
Nettoloon = brutoloon - belasting - sociale premies

Slide 7 - Quizvraag

Wat is grove motoriek ?
A
Kleine bewegingen met je handen
B
Geen van de drie
C
Kleine en grote bewegingen
D
Grote bewegingen met romp, armen, benen en heel je lijf

Slide 8 - Quizvraag

Wat is geen voorbeeld van een grove motoriek
A
Omrollen
B
Lopen
C
Kruipen
D
Veters strikken

Slide 9 - Quizvraag

grove motoriek
fijne motoriek

Slide 10 - Sleepvraag

Fijne motoriek
Grove motoriek

Slide 11 - Sleepvraag

BMI
A
Body master index
B
Body Mass Index

Slide 12 - Quizvraag

Wat is een gezonde BMI?
A
minder dan 18,5
B
18,5-25
C
25-30
D
meer dan 30

Slide 13 - Quizvraag

Een sportmedisch onderzoek wordt aangeraden als
A
Je altijd intensief sport
B
je een ziekte of aandoening hebt
C
je beneden de 35 jaar bent en in je familie hart- en vaartziekten voorkomen

Slide 14 - Quizvraag

Wat is waar?
A
Een goeie warming- up helpt om blessures te voorkomen.
B
Een goeie cooling down helpt blessures te voorkomen.
C
Goed eten helpt blessures te voorkomen.
D
Sporten met vrienden helpt blessures te voorkomen.

Slide 15 - Quizvraag

Wat is waar?
A
Een goeie warming- up helpt om blessures te voorkomen.
B
Een goeie cooling down helpt blessures te voorkomen.
C
Goed eten helpt blessures te voorkomen.
D
Sporten met vrienden helpt blessures te voorkomen.

Slide 16 - Quizvraag

Hoelang duurt een goede cooling down
A
tussen de 5 en 10 minuten
B
tussen de 10 en 15 minuten
C
korter dan 5 minuten
D
is niet belangrijk

Slide 17 - Quizvraag

Score?
Deze toets leert je iets over jezelf?
Welke conclussie kun jij trekken?

Slide 18 - Tekstslide

Planning vandaag
- Afronden deel B
- Nakijken deel B
- Start deel C
- Huiswerk 

Slide 19 - Tekstslide

Leerdoelen deel C
  1. Sportmetingen kunnen uitvoeren
  2. Metingen kunnen vergelijken met waardes uit een tabel
  3. Advies en informatie kunnen geven over het opbouwen
  4. Advies en informatie kunnen geven over sportondersteuner
  5. Kunnen omgaan met verschillen tussen deelnemers
  6. Deelnemers kunnen informeren bij een sportevenement  

Slide 20 - Tekstslide

Redenen om wel of niet te sporten 
Bij elke letter van het alfabet noem je een reden om wel of niet te sporten. Voorbeeld:
"Als ik sport krijg ik altijd last van mijn enkels..."
Etc.
5 minuten 

Slide 21 - Tekstslide

Terugkijken op vandaag 
dans - afronden deel B- start deel C
welkcijfer geef je jezelf? 

Slide 22 - Tekstslide

geef jezelf een cijfer.
0100

Slide 23 - Poll