Les 16:
Tijdens
de toets
Les 16:
Tijdens
de toets
Na het leren (les 14) en het plannen (les 15) gaat deze les over het moment zelf: wat doe je als je de toets voor je hebt liggen?
Wat doe jij als je een vraag niet weet?
Introductie
Iedereen kent het gevoel: je leest een vraag en je hoofd is ineens leeg. Vraag een paar leerlingen wat ze dan doen.
Je hoort vaak: blijven staren, of in paniek raken. In deze les leren ze dat het ook anders kan.
Wat vind jij het lastigst
aan een toets?
Zenuwen
Tijd tekort komen
Een vraag niet snappen
Dingen vergeten die ik wel wist
Slordigheidsfoutjes
Eigenlijk niets
Poll
De uitslag laat zien waar jouw klas tegenaan loopt. Kies bij het bespreken van de tips straks de punten die bij deze uitslag passen.
Eerst overzicht, dan beginnen
Lees eerst de hele toets rustig door. Dan weet je wat er komt.
Kijk hoeveel punten elke vraag oplevert. Aan een vraag met veel punten besteed je meer tijd.
Begin met de vragen die je zeker weet. Dat geeft vertrouwen.
Uitleg
Een paar minuten overzicht aan het begin levert later tijd op. Leerlingen zien meteen welke vragen veel punten waard zijn en welke ze snel kunnen beantwoorden.
Vraag: wie kijkt nu al naar de punten per vraag?
Vier slimme toetsgewoontes
Lees de vraag twee keer
Onderstreep wat je precies moet doen: noem, leg uit of bereken.
Overslaan mag
Weet je het niet? Zet een sterretje en kom er later op terug.
Let op de tijd
Kijk halverwege op de klok. Hoe ver ben je al?
Kijk alles na
Heb je elke vraag gemaakt? Staat je naam erop? Lees je antwoorden terug.
Vier gewoontes
Klik de kaarten een voor een in. Laat leerlingen bij elke kaart zeggen of ze dit al doen.
Overslaan voelt voor veel brugklassers als opgeven. Leg uit dat het juist slim is: je gebruikt je tijd voor de vragen die je wel kunt, en vaak schiet het antwoord je later alsnog te binnen.
Je zit vast bij vraag 3. Wat doe je?
Blijven puzzelen tot ik het weet
Overslaan en er later op terugkomen
Snel iets gokken en er niet meer naar kijken
Mijn pen neerleggen en wachten
Quiz
Het goede antwoord is B. Wie blijft puzzelen, verliest tijd voor de rest van de toets. Gokken en doorgaan kan aan het eind nog, als er tijd over is.
Vraag ook: hoe zorg je dat je de overgeslagen vraag niet vergeet? Bijvoorbeeld met een sterretje in de kantlijn.
Wat moet je precies doen? Klik op het nummer.
Noem twee kenmerken van een zoogdier.
Leg uit waarom het in de woestijn 's nachts koud wordt.
Bereken hoeveel 15% van 80 euro is. Laat je berekening zien.
Oefenen met vraagwoorden
Lees elke vraag voor en laat leerlingen eerst zelf zeggen wat de vraag van ze vraagt. Klik daarna op het nummer voor de uitleg.
Het gaat hier niet om het antwoord op de vraag zelf, maar om wat de vraag precies vraagt. Wil je verder? Laat leerlingen in een oude toets of oefentoets de vraagwoorden onderstrepen.
Afsluiting
Tips tegen toetszenuwen
Adem rustig: 4 tellen in, 4 tellen uit
Neem alles mee wat je nodig hebt
Kom op tijd, niet te vroeg en niet te laat
Begin met een vraag die je kent
Een beetje zenuwen is normaal en houdt je scherp
Afsluiting
Probeer de ademhalingsoefening samen met de klas: vier tellen in, vier tellen uit, een paar keer achter elkaar.
Merk je dat een leerling veel last heeft van toetsangst, bespreek dat dan apart en kijk samen wat er nodig is.
In de volgende les leren leerlingen hun cijfers lezen.
Deze slide heeft geen instructies